Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200629934 nr. 15

29 934
Voorstel van wet van de leden Wolfsen en Luchtenveld tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met de mogelijkheid van een dwangsom bij niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan (Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen)

nr. 15
BRIEF VAN DE LEDEN WOLFSEN EN LUCHTENVELD

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 mei 2006

Op 26 april jongstleden (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2005–2006, nr. 76, blz. 4739) heeft u ons als indieners van de initiatiefwet Dwangsom bij niet tijdig beslissen (29 934), gevraagd om schriftelijk commentaar te leveren op het amendement van de leden Fierens en Van Schijndel (amendement 29 934, nr. 12). Met deze brief hopen wij aan dit verzoek te kunnen voldoen. Aangezien behalve tijdens de plenaire behandeling van het onderhavige wetsvoorstel, ook in het verslag behorende bij het wetsvoorstel Beroep bij niet tijdig beslissen (30 435) door diverse fracties vragen zijn opgeworpen die het samenvoegen van (elementen uit) beide wetsvoorstellen betreffen, menen wij er goed aan te doen ook tevens op die vragen in te gaan, dit voor zover die vragen het genoemde amendement betreffen. Daar waar het regeringsvoorstel afwijkt van het amendement zullen wij niet ingaan op vragen die alleen betrekking hebben op het regeringsvoorstel. Naar wij aannemen zal de regering zelf op die vragen uit dat verslag ingaan. Bovendien zijn meerdere kwesties die in het verslag bij de Wet direct beroep bij niet tijdig beslissen aan de orde zijn gesteld, al in de schriftelijke voorbereiding of plenaire behandeling van het onderhavige wetsvoorstel behandeld.

Met het amendement Fierens/Van Schijndel wordt voorgesteld om belangrijke elementen uit de Wet beroep bij niet tijdig beslissen in het onderhavige wetsvoorstel te incorporeren. Wij zijn van mening dat met de door ons voorgestelde dwangsomregeling de aanvrager van een beschikking reeds een belangrijk middel in handen krijgt om te bewerkstelligen dat hij tijdig(er) een beschikking krijgt. Het probleem van wat genoemd wordt «een trage overheid» zal daarmee naar onze stellige overtuiging worden verkleind. Echter, zo hebben wij al eerder gemeld, hoeft er na het doorlopen van de dwangsomprocedure niet per se een beschikking te zijn afgegeven. Een bestuursorgaan kan in gebreke blijven een besluit te nemen. De aanvrager zal zich in dat geval genoodzaakt zien om stappen te ondernemen om de door hem gevraagde beschikking alsnog te verkrijgen. Daarbij is de gang naar de rechter in veel gevallen vereist. Wij zijn van mening dat voor die gevallen een snelle toegang tot de rechter geboden is. Het direct in beroep gaan bij een rechter op het uitblijven van een beschikking is daarbij naar onze mening een goed aanvullend instrument op de dwangsomregeling. Daarnaast hebben wij verwoord dat de door ons voorgestane dwangsomregeling zich vooral leent voor relatief geringe of minder spoedeisende belangen. Een aanvrager met een groot of spoedeisend belang zal wellicht de gang naar de rechter prefereren. In de meeste gevallen zal de aanvrager een direct beroep op de rechter – met het overslaan van de bezwaarfase – wensen. Aangezien de rechter op basis van zowel het amendement Fierens/Van Schijndel als het regeringsvoorstel een dwangsom moet respectievelijk kan opleggen, kan ook meteen rekening worden gehouden met de omvang van het geschonden belang. In deze zin is dit onderdeel van het wetsvoorstel Beroep bij niet tijdig beslissen eveneens aanvullend aan de dwangsomregeling.

Zoals wij eerder hebben gemeld in de nota naar aanleiding van het verslag en tijdens de plenaire behandeling van het onderhavige wetsvoorstel, zijn wij van mening dat het instrument van direct beroep uit het regeringsvoorstel een aanvulling kan vormen op de dwangsomregeling. Met het amendement Fierens/Van Schijndel is naar onze mening een goede vorm gevonden om de weg van direct beroep in het onderhavige wetsvoorstel te incorporeren. Direct beroep is op grond van het amendement Fierens/Van Schijndel mogelijk naast de dwangsomregeling of eventueel in navolging van de dwangsomregeling. Enerzijds zal de dwangsomregeling in geval van relatief kleine of minder spoedeisende beschikkingen voor de burger een instrument zijn om alsnog een beschikking te krijgen. De procedure die hierbij past is eenvoudig, laagdrempelig en gaat ingeval het bestuursorgaan in gebreke is gesteld automatisch lopen. Anderzijds voorziet het amendement in de mogelijkheid van direct beroep. De wijze waarop het amendement het direct beroep mogelijk maakt, komt naar onze mening ook tegemoet aan de bezwaren die de leden van de fractie van het CDA terecht opwierpen in hun bijdrage aan het verslag behorende bij het wetsvoorstel Beroep bij niet tijdig beslissen. Deze leden kenschetsten de procedure van dat wetsvoorstel als «omslachtig» onder andere omdat in het regeringsvoorstel een tweede gang naar de rechter nodig is voor het verkrijgen van een dwangsom. Het amendement maakt dit eenvoudiger door het opleggen van die dwangsom meteen te verplichten in geval een aanvrager vanwege niet tijdig beslissen het direct beroep heeft gewonnen. Daarnaast kent het wetsvoorstel Beroep bij niet tijdig beslissen voorlopig de beperking dat de mogelijkheid van beroep slechts open staat in geval er sprake is van zogenaamd van «dubbel stilzitten» van het bestuursorgaan. In gevallen waar een bestuursorgaan de aanvrager laat weten dat het te laat gaat komen met een beschikking dient de aanvrager daartegen nog steeds eerst bezwaar aan te tekenen voordat de mogelijkheid tot beroep ontstaat. Met het enkel sturen van een bericht van uitstel aan de aanvrager zou een bestuursorgaan kunnen ontkomen aan het direct beroep. Hoewel in het geval er sprake is van «dubbel stilzitten» het bestuursorgaan wel bijzonder slecht omgaat met de aanvrager, is dit naar onze mening geen reden om het toepassingsbereik van het wetsvoorstel Beroep bij niet tijdig beslissen tot gevallen van «dubbel stilzitten» te beperken. Dit temeer daar door het kiezen van een beperking van het toepassingsbereik twee rechtsgangen naast elkaar blijven bestaan. Tenslotte op dit punt zouden wij willen verwijzen naar het voorontwerp van wet dat de Commissie Scheltema in 2002 maakte in het kader van de mogelijkheid van direct beroep bij niet tijdig beslissen. Dit voorontwerp voorzag niet in de genoemde beperking. Wij zijn dan ook verheugd dat het amendement Fierens/Van Schijndel op dit punt afwijkt van het regeringsvoorstel en de genoemde beperking niet overneemt. Mocht de initiatiefwet inclusief het amendement Fierens/Van Schijndel worden aangenomen dan zal vanaf het moment dat de initiatiefwet zijn facultatieve karakter verliest, direct beroep zonder beperking mogelijk zijn.

Onze conclusie is dan ook dat het amendement Fierens/Van Schijndel een welkome aanvulling biedt op het wetsvoorstel Dwangsom bij niet tijdig beslissen.

Wolfsen

Luchtenveld