Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229911 nr. 67

29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 67 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 april 2012

Conform het verzoek van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie, doe ik u met deze brief een stand van zaken toekomen van de aangekondigde maatregelen ter bevordering van een geïntegreerde aanpak van faillissementsfraude (Kamerstuk 29 911, nr. 52 vergaderjaar 2010–2011).

In korte tijd zijn belangrijke stappen gezet in de uitvoering van het aangekondigde beleid. Hiermee is een voortvarend begin gemaakt met de geïntegreerde aanpak van faillissementsfraude.

1. Garantstellingsregeling Faillissementscuratoren

Conform mijn toezegging aan uw Kamer, is de Garantstellingsregeling Faillissementscuratoren herzien. De herziene regeling (GSR 2012) is gepubliceerd in de Staatscourant van 1 februari 2012 en treedt in werking op 1 mei 2012.

De Regeling is toegankelijker gemaakt door middel van het ter beschikking stellen van extra middelen, het terugdringen van de administratieve handelingen en het verbeteren van de communicatie tussen de Dienst Justis en de curatoren.

Toelichting

In de GSR2012 zijn kosten die de curator maakt voordat een aanvraag is ingediend ook onder de regeling gebracht.

De garantstelling wordt voortaan voor onbepaalde tijd afgegeven waardoor er niet meer jaarlijks een verlenging van de garantstelling hoeft plaats te vinden. Dit zorgt voor minder administratieve lasten voor de curatoren en de Dienst Justis. Daarnaast is de aanvraagprocedure vereenvoudigd; de curator kan volstaan met het invullen van een kortere vragenlijst. Ook hier is sprake van lastenverlichting. De akkoordbevinding van rechters-commissarissen aangaande een garantstelling is teruggebracht tot een beperkt aantal momenten. Het vereiste van de zogenaamde redelijke verhouding tussen het bedrag dat wordt gevraagd en de verhaalsmogelijkheden is versoepeld. De curator kan hierdoor meer geld ter beschikking krijgen. De gronden waarop de curator een beroep kan doen in het kader van de GSR 2012, zijn uitgebreid. Tot slot wordt zowel door de Dienst Justis als door de vereniging van curatoren de communicatie over de regeling verbeterd. Dit gebeurt door een meer uitgebreide en op de doelgroep gerichte voorlichting, waarbij aandacht wordt besteed aan de wensen van de curatoren.

Centraal meldpunt faillissementsfraude

Sinds begin 2012 is in samenwerking tussen Openbaar Ministerie, Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst en politie in overleg met de vereniging van curatoren een nieuw centraal meldpunt faillissementsfraude opgericht. Het meldpunt is ondergebracht bij de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD).

Toelichting

Om de selectie van faillissementsfraudezaken te stroomlijnen wordt curatoren gevraagd om eerst een melding te maken van signalen van faillissementsfraude. In de melding kan men volstaan met het opnemen van informatie over de failliet, de bestuurder(s) en aandeelhouders, datum van het faillissement, van welke vorm van faillissementsfraude er sprake is (onttrekkingen en/of bevoordeling schuldeisers en/of het niet voeren of leveren van administratie) en – indien er sprake is van onttrekkingen – het bedrag aan onttrekkingen uit de boedel. Een ieder die digitaal melding doet bij het e-mailadres van het landelijk meldpunt krijgt bericht dat de melding ontvangen is en dat binnen drie weken een reactie volgt. De meldingen die binnenkomen bij het centrale meldpunt faillissementsfraude worden op basis van de Aanwijzing Opsporing en Vervolging Faillissementsfraude beoordeeld. Indien zaken in aanmerking komen voor behandeling door de FIOD worden ze doorgezonden naar een regio van de FIOD. Indien de zaken in aanmerking komen voor behandeling door de politie worden ze toebedeeld aan een van de fraudemeldpunten van de politie. Van deze doorzending wordt de aanmelder, meestal de curator, op de hoogte gebracht zodat hij weet waar zijn melding zich bevindt. Curatoren weten het meldpunt in toenemende mate te vinden.

Aanpak eenvoudige faillissementsfraudezaken

De politie heeft een leidraad opgesteld voor financieel rechercheurs om hun kennis van faillissementsfraude te vergroten en om de opsporing van relatief eenvoudige faillissementsfraudezaken te vergemakkelijken.

Toelichting

In de leidraad wordt niet alleen ingegaan op fraude bij faillissement, maar wordt ook kennis en informatie aangeboden, ondermeer over wat een faillissement precies is, de verschillende partijen die bij een faillissement betrokken zijn, hun bevoegdheden en het schadelijke en ondermijnende karakter van faillissementsfraude. De leidraad is opgesteld door een landelijke werkgroep bestaande uit financieel rechercheurs van de politie en de FIOD met ervaring op het gebied van faillissementsfraude en vertegenwoordiging van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is gebruik gemaakt van kennis en inbreng van de door het ministerie van Veiligheid en Justitie bekostigde leerstoel Faillissementsfraude aan de Radboud Universiteit Nijmegen, de vereniging van curatoren, INSOLAD, de vereniging van rechters-commissarissen, Recofa, en van de Politieacademie.

Overige ontwikkelingen

Recentelijk hebben de FIOD en het Functioneel Parket een aantal grote, complexe en spraakmakende faillissementsfraudezaken behandeld. In deze zaken worden personen vervolgd die ervan worden verdacht stelselmatig via ingewikkelde financiële constructies faillissementsfraude te hebben gepleegd.

Tot slot wil ik melden dat de vereniging van rechters-commissarissen, Recofa, een werkgroep faillissementsfraude heeft ingesteld, om te zorgen voor gecoördineerd overleg en om de signalering van faillissementsfraude door de rechter commissaris te versterken. Dit ondermeer door een frauderichtlijn op te stellen voor rechters-commissarissen in faillissementen.

Deze vorderingen in de aanpak van faillissementsfraude beschouw ik als een goede start van het in gang gezette beleid om faillissementsfraude met alle betrokken partners op een effectieve manier tegen te gaan.

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten