Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929911 nr. 250

29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 250 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 juli 2019

De Financial Intelligence Unit-Nederland (hierna: FIU) is in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) aangewezen als de autoriteit waar ongebruikelijke transacties dienen te worden gemeld door meldingsplichtige instellingen. De FIU analyseert deze meldingen en brengt transacties en geldstromen in kaart die in verband kunnen worden gebracht met witwassen, financieren van terrorisme of daaraan gerelateerde misdrijven. Ongebruikelijke transacties die door het hoofd van de FIU als verdacht zijn verklaard, worden ter beschikking gesteld aan de opsporings-, inlichtingen-, en veiligheidsdiensten. De FIU vervult daarmee een belangrijke rol in het voorkomen en opsporen van witwassen, financieren van terrorisme of daaraan gerelateerde misdrijven.

In de bijlage treft u het jaaroverzicht 2018 van de FIU aan1. Uit dit jaaroverzicht blijkt onder andere dat de trend van het oplopende aantal ongebruikelijke transacties zich voortzet. Daarnaast informeer ik uw Kamer graag over een aantal actuele ontwikkelingen met betrekking tot de FIU.

Capaciteit

Het groeiend aantal meldingen van ongebruikelijke transacties leidt tot een toename van het werk voor de FIU. In 2017 is mede daarom de capaciteit van de FIU uitgebreid. Tijdens de behandeling van het jaarverslag JenV 2018 heb ik aan uw Kamer aangegeven dat ik bij de aanbieding van het jaaroverzicht 2018 van de FIU nader zal ingaan op wat de voorziene verdere toename van meldingen betekent voor de werkzaamheden van de FIU. In dat kader kan ik melden dat bij Voorjaarsnota 2019 (Kamerstuk 35 210, nr. 1) voor het intensiveren van de opsporing van witwassen, fraudebestrijding en ondermijning onder meer aan de FIOD, de Belastingdienst, de FIU en het OM een bedrag ter beschikking is gesteld oplopend tot een structureel bedrag van € 29 miljoen vanaf 2021. De exacte inzet en verdeling van de middelen worden in onderlinge afstemming bepaald. Uw Kamer zal hierover in het najaar worden geïnformeerd.

Positionering FIU

De FIU is een operationeel zelfstandig en onafhankelijk functionerende entiteit die beheersmatig is ondergebracht bij de politie. De medewerkers van de FIU hebben een aanstelling bij de politie. De FIU is op deze manier dicht bij de politie georganiseerd, zodat goede samenwerking met de opsporing mogelijk is, zonder dat de onafhankelijkheid van de FIU in het geding komt.

Wijzigingen in de organisatie en werkwijze van de FIU

Per 1 juli jl. is een aantal wijzigingen in de organisatie en werkwijze van de FIU doorgevoerd. Aanleiding hiervoor was dat op basis van gesprekken tussen de FIU, de politie en mijn ministerie vraagtekens werden geplaatst bij de wijze en grondslag voor de verstrekking van politiegegevens ten behoeve van de taak van de FIU.

In de kern gaat het erom dat medewerkers van de politie moeten beoordelen of politiegegevens kunnen worden verstrekt aan de FIU en dat de toegang tot politiegegevens voor de uitvoering van de FIU-taak op grond van de Wwft niet onbeperkt is. Dit betekent niet dat dit er in de praktijk toe heeft geleid dat de FIU politiegegevens heeft gebruikt die niet nodig waren voor de taakuitvoering. Ook in de oorspronkelijke situatie hadden medewerkers van de FIU over de politiegegevens kunnen beschikken. De inhoud van de verdachte transacties staat niet ter discussie. Omdat ik het van belang acht dat eventuele onduidelijkheid of onjuistheid wordt voorkomen, heb ik samen met de FIU, de politie, het OM en het Ministerie van Financiën binnen het huidige wettelijke kader een aantal oplossingen geïdentificeerd. De oplossingen hebben tot doel een rolscheiding aan te brengen bij het opvragen en verstrekken van politiegegevens ten behoeve van de uitvoering van de FIU-taak. Hierbij is een afweging gemaakt tussen twee opties die ik hier graag toelicht.

Een van de oplossingen (optie A) is om de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de politie en de FIU functioneel te combineren. Dit betekent dat een medewerker van de FIU feitelijk twee functies krijgt2 en zowel werkzaam is voor de FIU als de politie. Afhankelijk van de stap in het proces opereert de betreffende medewerker afwisselend als medewerker van de FIU en als politieambtenaar. De betreffende medewerker voert hiermee twee verschillende wettelijke taken uit, elk met een eigen leiding/gezag en onder een eigen gegevensbeschermingsregime. Deze optie komt dicht bij de huidige praktijk en is daarom het minst ingrijpend voor de FIU.

Een andere optie (optie B) is dat de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de FIU en de politie separaat worden uitgeoefend door respectievelijk medewerkers van de FIU en de politie. In deze optie is er een rolscheiding in persoon tussen beide functies. Om de taakuitvoering van de FIU optimaal te faciliteren zullen politieambtenaren specifiek worden belast met de verstrekking van politiegegevens aan de FIU en dienen samenwerkingsafspraken te worden gemaakt. De efficiëntie van de FIU wordt in deze optie minder omdat de werkprocessen moeten worden aangepast, de samenwerking vorm moet krijgen en medewerkers van de FIU afhankelijk zijn van de reactietijd van de politieambtenaar.

Gezien het belang van het werk van de FIU en het feit dat de FIU te maken heeft met een groeiend aantal meldingen van ongebruikelijke transacties is gekozen voor optie A. Deze optie is inmiddels doorgevoerd. Optie A is het minst ingrijpend voor de huidige werkwijze van de FIU en leidt in tegenstelling tot optie B in beginsel niet tot efficiëntieverlies. In de werkprocessen zijn waarborgen ingebouwd om vermenging van taken en oneigenlijk gebruik van bevoegdheden te voorkomen. Zo maken de medewerkers gebruik van verschillende systemen en worden er logbestanden bijgehouden. De Auditdienst Rijk gaat hier een audit op houden.

Om er zeker van te zijn dat de gekozen oplossing voldoet aan de wettelijke kaders, leg ik de gekozen oplossing als extra toets ook voor aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

Opmaken van processen-verbaal

Een ander punt dat in de gesprekken tussen de FIU, de politie en mijn ministerie naar voren is gekomen, is dat medewerkers van de FIU processen-verbaal opmaakten. Dit terwijl de FIU geen opsporingstaak heeft en zij daartoe ten behoeve van de FIU-taak niet bevoegd waren. De werkprocessen van de FIU zijn hierop aangepast. De medewerkers van de FIU maken niet langer een proces-verbaal op, maar een rapportage. In de praktijk betekent dit een kleine wijziging. De rapportages bevatten dezelfde informatie als de voormalige processen-verbaal. Bovendien gaat de politie de gegevens die worden aangeleverd door de FIU altijd na en kan de informatie van de FIU nog steeds als bewijsmiddel dienen in strafzaken.3

Verkenning toekomstige positionering FIU

Om ervoor te zorgen dat de medewerkers van de FIU de werkzaamheden ook in de toekomst zo goed mogelijk kunnen vormgeven, ben ik een verkenning gestart naar de toekomstige positionering van de FIU. Hierbij zal ik ook de bovengenoemde oplossingsrichting en, indien deze uitkomsten er zijn, de uitkomsten van de Auditdienst Rijk en de Autoriteit Persoonsgegevens betrekken. Ik zal uw Kamer voor het eind van het jaar over de voortgang van de verkenning informeren.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

De ene functie is met name gericht op het verzamelen, registreren, bewerken en analyseren van de ongebruikelijke transacties en de andere functie op het beoordelen en verstrekken van de politiegegevens.

X Noot
3

Er is alleen geen sprake meer van een proces-verbaal, maar van een rapportage. Deze rapportage geldt als «ander geschrift» in de zin van artikel 344, eerste lid, onder 5, Wetboek van Strafvordering.