29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 211 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 november 2018

Hierbij doe ik u, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, de verantwoordingsrapportage aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit 2017 van het Openbaar Ministerie en de Politie toekomen1. Deze rapportage geeft, samen met het Jaarverslag RIEC-LIEC 2017 dat uw Kamer eind juni reeds heeft ontvangen (Kamerstuk 29 911, nr. 92), inzicht in de resultaten van de bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit.

In de Veiligheidsagenda 2015–2018 (Kamerstuk 28 684, nr. 412) is de doelstelling opgenomen dat tenminste 950 criminele samenwerkingsverbanden (csv’s) per jaar moeten worden aangepakt door middel van strafrechtelijk onderzoek. Deze doelstelling is net als voorafgaande jaren behaald: in 2017 zijn 1.361 strafrechtelijke onderzoeken naar csv’s verricht.

Een belangrijk en effectief onderdeel in de aanpak van ondermijning is het afpakken van crimineel vermogen. In 2017 is in het strafrecht totaal € 221 miljoen aan crimineel vermogen geïncasseerd. Daarmee is de afpakdoelstelling van de Veiligheidsagenda, € 115,6 miljoen incassoresultaat, behaald. Daarbij moet aangetekend worden dat enkele grote afpakopbrengsten zeer bepalend zijn geweest voor dit eindresultaat.

De – versterking en versnelling van de – aanpak van ondermijnende criminaliteit is prioriteit van dit kabinet en van mij als Minister. De aanpak vraagt naast de strafrechtelijke interventies van het Openbaar Ministerie en de Politie, een langdurige en brede inzet van vele partijen vanuit één gedeelde ambitie. Deze ambitie wordt ondersteund door een anti-ondermijningsfonds en structurele middelen. Over de toedeling van die middelen informeer ik uw Kamer separaat.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven