Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629862 nr. 29

29 862 Nationaal Zeehavenbeleid

Nr. 29 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU EN STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 oktober 2015

Op 17 juni zijn u de uitkomsten van het onderzoek naar de hoogte van de havenaanloop- en doorvoerkosten in Noordwest Europese zee- en luchthavens aangeboden (Kamerstuk 29 862, nr. 27).

Aanleiding voor het onderzoek waren de vermoedens van onevenwichtige concurrentieverhoudingen tussen het Nederlandse bedrijfsleven en het bedrijfsleven in omliggende landen. Aan de andere kant hecht het kabinet ook belang aan een gezonde lastendruk, waarbij de kosten die de overheid maakt, waar mogelijk, bij de veroorzaker worden gelegd. Beide principes komen in het voorliggende vraagstuk samen en daarin moet een goede balans worden gevonden.

Samenvattend gaf het onderzoek het kabinet geen aanleiding om het bestaande beleid ten aanzien van de doorberekening van inspectietarieven, zoals neergelegd in het kabinetsstandpunt «Maat houden 2014» te herzien. Wel worden de uitkomsten van het onderzoek zoals aangekondigd in de aanbiedingsbrief betrokken bij het programma «Goed geregeld» dat is gericht op het terugdringen van de merkbare regeldruk voor bedrijven en de actieagenda Maatwerkaanpak Regeldruk-Logistiek (Kamerstuk 29 362, nr. 240).

Tijdens de beraadslagingen in het Algemeen Overleg Scheepvaart (Kamerstuk 31 409, nr. 89) heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu aangegeven samen met het bedrijfsleven te willen kijken naar concrete situaties waarbij de kosten tot ongewenste situaties leidt, zodat voor die gevallen samen met het bedrijfsleven naar specifieke oplossingen kan worden gezocht.

Motie

Tijdens het VAO Scheepvaart hebben de leden De Boer en Jacobi een motie ingediend waarin zij vragen om te onderzoeken «hoe de toezicht en inspectiekosten in Nederland naar beneden kunnen worden bijgesteld en daarbij te kijken naar een alternatief waaronder private inspecties die vervolgens door de Nederlandse betrokken inspectie kunnen worden gecontroleerd, wat kan leiden tot een daling van de Nederlandse inspectie- en toezichtskosten, en vooruitlopend hierop deze kosten voor alle sectoren niet te verhogen» (Kamerstuk 31 409, nr. 87).

Vervolgstappen

Wij informeren u graag over hoe gevolg wordt gegeven aan de motie. De motie sluit aan bij het eerdere onderzoek naar de aanloop- en doorvoerkosten in Nederlandse zeehavens en luchthavens, waarin onderzoek is gedaan naar een achttal importstromen. De leden Jacobi en De Boer doen een oproep tot het doen van aanvullend onderzoek. Wij geven hierna aan hoe aan die oproep invulling wordt gegeven, waarbij de aandacht op de importstromen is gericht.

Onderzoeken

In het kader van de actieagenda Maatwerkaanpak Regeldruk-Logistiek zijn twee onderzoeken gestart.

Het eerste onderzoek ziet toe op de stroomlijning van de regelgeving en het toezicht op fytosanitaire en veterinaire goederen. In dat kader is een verkenning uitgevoerd naar mogelijke knelpunten, waaruit voorlopig een elftal knelpunten naar voren zijn gekomen. Twee daarvan kunnen op korte termijn worden opgelost. Voor de overige punten wordt komende maand een analyse uitgevoerd en een beschrijving gemaakt van de problemen waarna de oplossingsrichtingen besproken en gekozen kunnen worden.

Het tweede onderzoek naar de plantaardige keten richt zich op de werkwijze en tarieven van het laboratoriumonderzoek bij import van hoog risico levensmiddelen uit landen met een verhoogd volksgezondheidsrisico. In het onderzoek wordt samen met betrokken partijen de problematiek in beeld gebracht, knelpunten benoemd en gekeken naar mogelijke oplossingsrichtingen. Naar verwachting zijn de resultaten van dit onderzoek eind dit jaar gereed.

Over de uitkomsten van beide onderzoeken wordt uw Kamer geïnformeerd. Afhankelijk van de uitkomsten zal worden bezien of vervolgonderzoek nodig is.

Tarieven

Het kabinetsbeleid omtrent de inspecties en retributies van de NVWA is vastgelegd in de brief van 19 december 2013 over het retributiestelsel (Kamerstuk 33 835, nr. 2), het Plan van Aanpak NVWA van 19 december 2013 (Kamerstuk 33 835, nr. 1) en de kabinetsreactie op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid van 10 juni 2014 (Kamerstuk 26 991, nr. 418). Binnen deze kaders streeft het kabinet naar een zo efficiënt mogelijke uitvoering van de inspectie en het toezicht. Binnen deze kaders van het onder andere toewerken naar kostendekkendheid is het evenwel niet passend om de tarieven voor de sectoren in den brede niet te verhogen. Als we de totale havenaanloop- en doorvoerkosten op de onderzochte goederenstromen vergelijken met die in de ons omliggende landen, is uit het onderzoek gebleken dat deze niet uit de pas lopen.

Overleg met bedrijfsleven

Tijdens het parlementaire debat heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu aangekondigd met het bedrijfsleven het gesprek aan te zullen gaan over concrete casussen waar onevenwichtige tarieven zouden kunnen leiden tot uitwijk van lading, zodat voor die gevallen kan worden bezien of er specifieke oplossingen gevonden kunnen worden. Met Transport en Logistiek Nederland, Fenex, Deltalinqs en het Agrarisch Import Platform is inmiddels een bespreking gepland om concrete casussen door te spreken. Ook over de uitkomsten van dit overleg zal uw Kamer worden geïnformeerd.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma