Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
In het tweeminutendebat arbeidsmigratie van 18 juni jl. heeft het lid Patijn een motie
ingediend om voor de zomer een uitzendverbod in de vleessector af te kondigen en deze
zo snel mogelijk in te voeren.1 Nu deze motie op 2 juli a.s. in stemming wordt gebracht geef ik uw Kamer middels
deze brief mijn appreciatie.
Op dit moment ben ik aan het wegen of ik een uitzendverbod in de vleesketen wil gaan
inzetten. Hierbij neem ik de plannen van de sector mee, de analyse van de Nederlandse
Arbeidsinspectie, en de signalen die ik heb ontvangen van maatschappelijke organisaties
over de stand van zaken in de sector. Ik heb in het debat al gewezen op de schrijnende
situaties waar ik eerder mee geconfronteerd werd.
Voor de zomer maak ik deze keuze. Als ik besluit het om het uitzendverbod in de vleesketen
in te voeren, dan zal de maatregel voor de zomer in internetconsultatie gaan. Als
ik besluit het verbod in te stellen, dan streef ik er naar om het verbod zo spoedig
mogelijk in te voeren. Waarbij er rekening wordt gehouden met de ernst van de misstanden
en de tijd die bedrijven in de vleesketen nodig zullen hebben om de omslag te maken.
Daarnaast zal ik zoals toegezegd de maatregel aan uw Kamer voorhangen vanwege de eerdere
toezegging op dit vlak.2 Daarom geef ik deze motie oordeel Kamer.
In hetzelfde debat heb ik de motie van het lid Flach3 op hetzelfde onderwerp al ontraden, maar hem ook toegezegd hier nog schriftelijk
op terug te komen. De motie heb ik ontraden omdat deze voorsorteert op een te restrictieve
uitleg van het doel van een sectoraal uitzendverbod. Ik heb hierbij toen de vergelijking
gemaakt met het verkeer: als je een nieuwe regel in het verkeer oplegt, dan kan je
de regel niet alleen maken voor de overtreders. Het doel van het uitzendverbod is
om in te grijpen in een sector waar wijdverspreide en structurele misstanden zijn
aangetroffen en daar een gelijk speelveld te creëren.
Tegelijkertijd heb ik begrip voor de oproep van de heer Flach om in de vormgeving
te kijken naar de risico’s, en hiervoor heldere en handhaafbare criteria te hanteren,
en te zorgen voor handhaving. Deze onderdelen neem ik mee bij de uitwerking van een
mogelijk verbod in de vleesketen. Zo kan gedacht worden aan een uitzondering voor
kleine bedrijven, en het uitzonderen van functies die geen relatie hebben met de risico’s
waarvoor het uitzendverbod bedoeld is.
Ik vertrouw erop dat ik hiermee voldoende helderheid heb verschaft voor de stemmingen.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief