Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2012
Op dinsdag 18 december jl. heeft uw Kamer besloten om de stemmingen over de moties
ingediend bij het VAO Auteursrecht aan te houden tot donderdag 20 december (Handelingen
II 2012/13, nr. 36, Regeling van Werkzaamheden). Daarbij is het kabinet gevraagd om
in een brief aan te geven of er nog mogelijkheden zijn om af te zien van thuiskopieheffingen.
De richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij schrijft voor dat lidstaten
met een thuiskopie-uitzondering moeten zorgen voor een billijke compensatie van de
rechthebbenden. Ik verwijs in dit verband naar mijn brief van 3 juli 2012 over het
thuiskopiestelsel per 1 januari 2013 (Kamerstukken II 2011–12, 29 838 nr. 52). Tijdens het AO op 22 november jl. en het VAO op 11 december jl. heb ik aangegeven
dat er ten aanzien van het auteursrecht op internet een duidelijke keuze gemaakt moet
worden tussen een licentiemodel, waarin de rechthebbenden bepalen hoe zij hun werk
exploiteren, en een collectief model, waarin de rechthebbenden wettelijk verplicht
zijn bepaald gebruik toe te staan en daarvoor dan een vergoeding («billijke compensatie»)
ontvangen. Die vergoeding wordt opgebracht door heffingen.
Omdat rechthebbenden in het licentiemodel zelf kunnen bepalen hoe hun werk op internet
wordt geëxploiteerd, biedt dat model mijns inziens verreweg de meeste kansen voor
de ontwikkeling van nieuwe legale modellen. Een echt licentiemodel moet rechthebbenden
ook de ruimte geven om zelf te bepalen of en welke thuiskopieen zij willen licentiëren.
Om de licentiebevoegdheid geldend te kunnen maken, zullen de rechthebbenden moeten
beschikken over voldoende mogelijkheden om op te treden tegen commerciële partijen
die geld verdienen aan auteursrechtinbreuken.
Een collectief model neemt naar mijn oordeel de prikkel om nieuwe verdienmodellen
te ontwikkelen, weg, als rechthebbenden al betaald krijgen en gebruikers al betalen.
Een collectief model heeft verder juridisch grenzen: de thuiskopie-uitzondering zoals
thans verwoord in artikel 16c Auteurswet mag wel worden ingeperkt, maar niet verder
opgerekt.
De thuiskopieheffingen die nu die billijke compensatie invullen, kunnen alleen worden
afgeschaft, indien zij óf worden vervangen door een ander stelsel dat voor die billijke
compensatie zorgt, óf de thuiskopie-uitzondering wordt ingeperkt.
In de Europese Unie hebben 22 van de 27 lidstaten een vorm van heffingen; de overige
lidstaten kennen geen of een beperkte thuiskopie-uitzondering. Het enige andere bekende
concept – viz. Noorwegen – is het reguleren van de opbrengst via belastingmaatregelen,
bijvoorbeeld een internetbelasting. Een dergelijke weg acht ik evenwel onbegaanbaar.
De reikwijdte van een dergelijke regeling zou elke internetgebruiker raken, ongeacht
of en hoeveel thuiskopieën er worden gemaakt. Onduidelijk is voorts in hoeverre zo’n
belasting verenigbaar zou zijn met het Europese recht. Een dergelijke belastingmaatregel
snijdt immers de band tussen degene die gebruik maakt van auteursrechtelijk beschermd
materiaal en degene die de belasting betaalt, door. Dat staat haaks op het uitgangspunt
van de hiervoor genoemde richtlijn, te weten dat de persoon die een thuiskopie maakt
in beginsel het nadeel dient te vergoeden dat gepaard gaat met die reproductie, door
het bekostigen van de billijke vergoeding, eventueel door afwenteling van de kosten
van de vergoeding op de privegebruikers zoals in Nederland geschiedt (vgl. ook de
uitspraak inzake Padawan, HvJ 21 oktober 2010, Padawan/SGAE, zaak C-467–08, onder
45 en 50). Bij een ongedifferentieerde heffing op basis van een internetabonnement
ontbreekt vermoedelijk een rechtvaardig evenwicht tussen de belangen van de auteursrechthebbenden
en de gebruikers van beschermd materiaal (vgl. Padawan onder 43). Differentiatie naar
privégebruik zou vereisen dat bij voortduring het internetgebruik van privépersonen
wordt gevolgd, hetgeen volstrekt onwenselijk mag heten. Zakelijk gebruik van het internet
zou moeten worden uitgesloten. Andere uitvoeringsproblemen, zoals de verscheidenheid
aan gecombineerde internetabonnementen of de noodzaak voor de belastingdienst om informatie
te verwerven én controleren over de internetaansluiting van belastingplichtigen, laat
ik hier verder buiten beschouwing.
Met andere woorden: thuiskopieheffingen kunnen alleen worden afgeschaft, indien er
ruimte wordt gelaten de thuiskopie-uitzondering in te perken. De motie Verhoeven-Oosenbrug
(Kamerstukken II 2012–13, 29 838 nr. 56) verzoekt de regering af te zien van wetswijzigingen die het recht op het maken van
een thuiskopie beperken. Indien deze motie door uw Kamer wordt aangenomen, zal net
als voor 2013 ook voor de jaren daarna een thuiskopieheffingen op voorwerpen moeten
worden geheven.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven