29 826 Industriebeleid

32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid

Nr. 129 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 april 2021

Op verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat van uw Kamer, geef ik in deze brief aan wat de gevolgen zijn van het controversieel verklaren van de Expression of Principles die ik met Tata Steel Nederland heb ondertekend (Kamerstukken 32 813 en 33 009, nr. 677). De leden gaven daarbij aan in het bijzonder geïnteresseerd te zijn in de status van de inzet om Carbon Capture & Storage (CCS) toe te passen door Tata Steel Nederland, en hoe de Expression of Principles zich verhoudt tot een eventuele aanvraag tot SDE++-subsidie van Tata Steel Nederland.

Ik voorzie geen directe gevolgen van het controversieel verklaren van de Expression of Principles. Het met Tata Steel Nederland ondertekende document gaat over het identificeren en wegnemen van mogelijke knelpunten voor de benodigde stappen op het gebied van CO2-reductie van het bedrijf. Ik beschouw het als een vaste taak van mijn ministerie om knelpunten weg te nemen voor grote projecten met een belangrijke impact op het slagen van het Klimaatakkoord.

De Expression of Principles bevat geen resultaatafspraken, maar ziet op het wederzijds vastleggen van de inzet en inspanningen. In het geval van Tata Steel Nederland heb ik deze expliciet gemaakt om verschillende redenen: met het oog op de complexiteit van de opgave, het grote aantal betrokken belanghebbenden, het grote belang gelet op de bijdrage aan de klimaatopgave en de transparante uitvoering van de motie van het lid Moorlag (Kamerstuk 33 009, nr. 87), die de regering oproept om zich maximaal in te spannen om het voor het staalbedrijf mogelijk te maken om blijvend in Nederland te innoveren en verduurzamen.

In antwoord op uw vraag over eventuele financiële voordelen voor Tata Steel Nederland kan ik u aangeven dat met de Expression of Principles geen financiële middelen zijn toegezegd. Tata Steel Nederland zal, indien zij een beroep wil doen op middelen uit de SDE++, een aanvraag moeten indienen tegen dezelfde voorwaarden als iedere andere indiener. Over de voorwaarden voor indiening in de SDE++ vindt zoals gebruikelijk consultatie plaats met alle belanghebbenden en heb ik onafhankelijk advies van PBL gekregen, op grond waarvan ik over de voorwaarden besluit. Over de openstelling van de SDE++ 2021 heb ik uw Kamer op 22 februari jl. geïnformeerd (Kamerstuk 31 239, nr. 329).

Daarnaast ga ik graag in op de toepassing van CCS in Nederland. Zoals geschetst in mijn Kamerbrief ter begeleiding van de Expression of Principles (Kamerstukken 32 813 en 33 009, nr. 677), vormt CCS een belangrijk en integraal onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn in het Klimaatakkoord. Ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bevestigen het belang van CCS voor het behalen van de klimaatdoelen. Uitsluiting van CCS leidt tot minder kostenefficiënte CO2-reductie, en daarmee ook tot minder CO2-reductie. Dat zijn de belangrijkste argumenten op basis waarvan is besloten om CCS een belangrijk onderdeel te maken van het Klimaatakkoord.

Het is vervolgens aan bedrijven om, binnen de kaders die het Klimaatakkoord biedt, te kiezen voor de optimale route van CO2-reductie. Daarbij moedig ik bedrijven aan om nog ambitieuzere doelstellingen te stellen dan de doelstellingen die voor hen volgen uit het Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 193). De projecten die Tata Steel Nederland op basis van huidige inzichten voor ogen heeft, passen in die zin bij de gedachte achter het Klimaatakkoord. Mede met het oog op de grote ambitie van Tata Steel Nederland in termen van CO2-reductie, ondersteun ik deze plannen dan ook, en denk ik waar mogelijk en passend mee over het wegnemen van knelpunten. Dit past ook bij de uitvoering van de motie van het lid Moorlag.

Tot slot wil ik graag benadrukken dat Tata Steel Nederland voor een brede verduurzamingsopgave staat. Deze behelst niet alleen het reduceren van CO2, maar ook het terugdringen van de impact op gezondheid, het milieu en op de omgeving in de IJmond. Hierover blijf ik in nauw overleg met Tata Steel Nederland en ook met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de provincie Noord-Holland en de gemeenten in de IJmond. Mijn inzet daarbij is onveranderd: een duurzame toekomst voor het staalbedrijf in IJmuiden. Dat betekent het terugdringen van de impact op het klimaat, milieu, gezondheid en de omgeving, met behoud van werkgelegenheid en concurrentievermogen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, B. van ’t Wout

Naar boven