Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29763 nr. 31 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29763 nr. 31 |
Ontvangen 13 december 2004
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Artikel 39, tweede lid, onderdeel d, wordt vervangen door:
d. een bedrag van iedere rekening, bedoeld in artikel 69a, gelijk aan:
1°. jaarlijks: de helft van de bijdragevervangende belastingen die degenen wier bijdragevervangende belastingen of zorgtoeslagen op die rekening werden gestort, over het voorafgaande kalenderjaar gezamenlijk verschuldigd waren, of zoveel minder als het saldo bedraagt;
2°. voor iedere tot een huishouding als bedoeld in artikel 69a, tweede lid, behorende gemoedsbezwaarde die alsnog verzekeringsplichtig wordt dan wel overlijdt: het saldo van de rekening gedeeld door het aantal tot de huishouding behorende gemoedsbezwaarden;
3°. indien de rekening met toepassing van artikel 69a, achtste lid, wordt opgeheven: het saldo van de rekening;.
Aan artikel 57 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
3. De rijksbelastingdienst stort de belasting, bedoeld in het eerste lid, op de rekening, bedoeld in artikel 69a, eerste dan wel tweede lid.
Na artikel 69 wordt in paragraaf 6.2 een artikel toegevoegd, luidende:
1. Het College zorgverzekeringen opent voor iedere gemoedsbezwaarde, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een rekening, waarop worden gestort:
a. de geïnde bijdragevervangende belasting, bedoeld in artikel 57, eerste lid;
b. de zorgtoeslag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, juncto artikel 3a, van de Wet op de zorgtoeslag, indien daarop aanspraak bestaat.
2. In afwijking van het eerste lid opent of houdt het College zorgverzekeringen één rekening in stand indien twee of meer gemoedsbezwaarden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een gezamenlijke huishouding voeren, en worden op die rekening de belastingen en zorgtoeslagen van ieder van deze gemoedsbezwaarden gestort.
3. Tot de rekening is geen ander begunstigd dan het College zorgverzekeringen.
4. Het saldo wordt door het College zorgverzekeringen gebruikt voor het doen van:
a. uitkeringen ter vergoeding van kosten van zorg of overige diensten als bedoeld in artikel 11, voor zover deze zijn verleend aan een gemoedsbezwaarde voor wie de rekening in stand wordt gehouden, of aan een tot zijn huishouding behorend kind, jonger dan achttien jaar;
b. uitkeringen als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel d.
5. Uitkeringen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, worden slechts op verzoek van een gemoedsbezwaarde voor wie de rekening in stand wordt gehouden, gedaan.
6. De kosten van zorg of overige diensten worden niet vergoed voor zover deze voor een verzekerde op grond van de regels, gesteld bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 11, derde lid, voor eigen rekening blijven.
7. De kosten van zorg of overige diensten, verleend aan een gemoedsbezwaarde van achttien jaar of ouder, worden slechts vergoed voor zover het bedrag daarvan in een kalenderjaar meer bedraagt dan het verschil tussen het bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid en het geraamde gemiddelde bedrag dat een verzekerde naar verwachting in het daaropvolgende jaar ingevolge artikel 22 van de Zorgverzekeringswet terug ontvangt, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag.
8. Het College zorgverzekeringen heft een rekening op indien alle gemoedsbezwaarden voor wie de rekening in stand werd gehouden, verzekeringsplichtig zijn geworden dan wel zijn overleden.
9. Indien een gemoedsbezwaarde een gezamenlijke huishouding is gaan vormen met een andere gemoedsbezwaarde, heft het College zorgverzekeringen een van de twee rekeningen op, onder overmaking van het saldo naar de overblijvende rekening.
10. Het College zorgverzekeringen zorgt per gemoedsbezwaarde of huishouding, bedoeld in het tweede lid, voor een ordentelijke administratie van de stortingen op en de uitkeringen ten laste van de rekening.
11. Bij ministeriële regeling kunnen ter zake van het bepaalde in het eerste tot en met tiende lid nadere regels en uitvoeringsregels worden gegeven.
12. Het College zorgverzekeringen is bevoegd de werkzaamheden, bedoeld bij of krachtens het eerste tot en met elfde lid, onder vergoeding van de daarmee gepaard gaande kosten, uit te besteden aan een of meer zorgverzekeraars.
Zowel verzekerden als gemoedsbezwaarden moeten in de Zorgverzekeringswet een gelijke uitgangspositie hebben. Gemoedsbezwaarden hoeven geen voordelen te hebben die verzekerden niet hebben, maar mogen ook niet worden geconfronteerd met de nadelen zoals hieronder aangegeven.
Zowel de inkomensafhankelijke bijdragen als de nominale premies geven verzekerden het recht op vergoeding van gemaakte ziektekosten. Verzekerden hebben bovendien nog de mogelijkheid van een zorgtoeslag. Gemoedsbezwaarden zullen evenals verzekerden ziektekosten maken. Ten opzichte van verzekerden hebben zij een nadeel omdat zij deze kosten als gevolg van hun gemoedsbezwaren zelf dragen. Zij betalen wel premievervangende belasting, terwijl zij hier geen voordeel van hebben. Voor zover deze ziektekosten niet uitstijgen boven de premievervangende belasting die deze gemoedsbezwaarden betalen, is het redelijk hen recht te geven op vergoeding van deze ziektekosten uit de door hen betaalde bedragen aan premievervangende belasting.
Als gevolg van dit amendement wordt de door de gemoedsbezwaarde extra betaalde belasting op naam van de gemoedsbezwaarde apart gezet op een rekening bij het College zorgverzekeringen. De vergoeding vindt op grond van het vierde lid van het voorgestelde artikel 69a alleen plaats voor zover de vergoedingen niet uitgaan boven de door deze persoon betaalde inkomensafhankelijke bijdragen. De te vergoeden prestaties zijn slechts die prestaties waarvoor verzekerden op grond van de Zorgverzekeringswet eveneens een vergoeding zouden ontvangen. Het College zorgverzekeringen gaat slechts tot uitkering over op verzoek van één van de gemoedsbezwaarden waarvoor de rekening wordt bijgehouden.
Van het saldo dat na aftrek van de tot uitkering gebrachte vergoedingen voor ziektekosten na afloop van een kalenderjaar van de inkomensafhankelijke bijdrage resteert, wordt een bedrag ter hoogte van de helft van de inkomensafhankelijke bijdrage naar het Zorgverzekeringsfonds. Het eventuele restant blijft staan ter beschikking van de gemoedsbezwaarde voor een volgend jaar.
Van der Vlies
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29763-31.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.