29 754 Terrorismebestrijding

Nr. 588 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2021

Op 15 februari jl. publiceerde HP/De Tijd een artikel getiteld «Geheime Turkije-analyse NCTV lekt uit: grote rol Erdogan bij opkomst salafisme in Nederland».1 De aanleiding was een departementaal-vertrouwelijke nota van de NCTV, die zich nog bevond in het interdepartementale afstemmingsproces. Naar aanleiding van het artikel in HP/De Tijd zijn door het lid Van Kooten-Arissen (vKA) en het lid Yeşilgöz (VVD) Kamervragen gesteld.

De conceptanalyse waarover HP/de Tijd schrijft, is een nog onvoldragen product van de NCTV vanuit haar eigenstandige onderzoeks- en analysefunctie. Dergelijke conceptanalyses van de NCTV worden in het conceptstadium altijd gedeeld met alle relevante departementale partners, met het verzoek om commentaar en suggesties. In dit proces van interdepartementale consultatie en toetsing bevond dit conceptstuk zich, toen het onverhoopt bij een journalist HP/De Tijd belandde. In een dergelijk proces is het overigens gebruikelijk dat de redenering en onderbouwing bij bepaalde passages kritisch worden bevraagd en vervolgens nog worden aangepast.

Ik betreur het ten zeerste dat de notitie, zogezegd, op «straat is komen te liggen». Het betrof de conceptversie van een departementaal-vertrouwelijke analyse, bedoeld voor professionals binnen de rijksoverheid en lokale overheden om hen te informeren over voor hun werk relevante ontwikkelingen in Turkije en de mogelijke gevolgen daarvan voor de Nederlandse (nationale) veiligheid.

Het is niet de eerste keer dat de NCTV rapporteert over algemene zorgen met betrekking tot Turkije of tot Turkse Nederlanders. In het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) is verscheidene malen op dit onderwerp ingegaan. Ik verwijs in dit verband naar passages in het DTN 49, 52 en 53 (Kamerstuk 29 754, nrs. 491, 546 en 560).

Het streven is om een duiding van de ontwikkelingen binnen de Turkse gemeenschap in Nederland nog voor de zomer 2021 af te ronden en u daarover te zijner tijd te informeren.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Naar boven