29 754 Terrorismebestrijding

Nr. 392 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 augustus 2016

In mijn brief van 3 juli 2015 aan uw Kamer1 heb ik meegedeeld dat ik het noodzakelijk acht om meer maatwerk mogelijk te maken binnen de Terroristenafdelingen (TA’s) van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Met de maatregelen waarover ik u in deze brief informeer heb ik drie zaken voor ogen. Ten eerste wil ik de samenleving optimaal beschermen tegen deze gedetineerden. Ten tweede wil ik verspreiding van radicaal gedachtengoed en onderlinge beïnvloeding tegengaan. Ten derde wil ik toezichtsmaatregelen en interventies kunnen opleggen die toegesneden zijn op het gedrag en gedachtengoed van de individuele gedetineerde. Ik wil hiermee voorkomen dat een geradicaliseerde gedetineerde radicaler uit detentie komt dan dat hij erin ging.

Hieraan heb ik de voorwaarde verbonden dat eerst een beoordelingsinstrument beschikbaar moet zijn aan de hand waarvan de veiligheidsrisico’s en de verspreidingsrisico’s van gewelddadig extremistisch gedachtegoed per gedetineerde in kaart kunnen worden gebracht. Zoals in de 4e voortgangsrapportage Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme2 aan de Tweede Kamer gemeld, is per 1 november 2015 een eerste versie van een dergelijk door het Nederland Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) ontwikkeld beoordelingsinstrument beschikbaar. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de ingebruikname van dit instrument, de mogelijkheden die het instrument biedt en de opdracht die ik DJI heb gegeven voor de voorbereiding van de implementatie van een gedifferentieerd plaatsingsbeleid en een maatwerkaanpak binnen de TA.

Gebruik van de Violence Extremism Risk Assessment-versie2 Revisie (VERA2R)

Aan de hand van het nieuw ontwikkelde beoordelingsinstrument, de VERA2R, kunnen de kans op gewelddadig extremistisch handelen en het risico op verspreiding van extremistisch gedachtengoed op een meer gestructureerde en gefundeerde wijze dan thans het geval is in kaart worden gebracht. De VERA2R is gebaseerd op de in Canada ontwikkelde VERA2 systematiek en uitgebreid met onder meer psychopathologische elementen. De toegevoegde waarde van de VERA2R is gelegen in het feit dat alle informatie die over een persoon beschikbaar is (o.m. via justitiële gegevens, reclasseringsrapportages, Pro Justitia-rapportages en processen-verbaal) kan worden geanalyseerd en binnen één rapportage aan elkaar kan worden verbonden. Op die manier wordt niet alleen het gedrag in detentie betrokken bij deze beoordeling, maar ook zaken zoals eerdere politiecontacten en het dagelijks functioneren.

Met behulp van het instrument kan per gedetineerde een risicoprofiel worden opgesteld op grond waarvan passende veiligheidsmaatregelen kunnen worden getroffen met het oog op de bescherming van de samenleving en kan anderzijds een interventieplan worden opgesteld waarmee gedurende en na de detentie op een persoonsgerichte wijze kan worden gewerkt aan een veilige en succesvolle terugkeer naar de samenleving. Daarbij komt dat het met behulp van de gestandaardiseerde beoordeling mogelijk is om de op de TA verblijvende gedetineerden onder te verdelen in twee categorieën, te weten 1) geharde «overtuigde extremisten» en 2) meer beïnvloedbare «heroverwegers». Bij overtuigde extremisten is loskomen van de onderliggende drijfveren onwaarschijnlijk, bij heroverwegers is dat wel mogelijk en soms zelfs waarschijnlijk.

Voorstellen voor een gedifferentieerd plaatsingsbeleid en een maatwerkaanpak binnen de TA

Met het oog op het voorgaande ben ik voornemens een gedifferentieerd plaatsingsbeleid in te voeren binnen de TA. Daarbij geldt nog steeds als uitgangspunt dat verdachten van en/of veroordeelden voor een terroristisch misdrijf geconcentreerd en afgezonderd verblijven op een speciaal daartoe ingerichte afdeling. Er wordt dus – zoals ik ook eerder heb aangegeven in mijn brief van 3 juli 2015 – geen wijziging voorgesteld van de huidige selectiecriteria voor plaatsing. De TA blijft uitgerust met uitgebreide (gebouwelijke) veiligheidsvoorzieningen. Daarnaast blijft de mogelijkheid bestaan om op basis van het risicoprofiel extra toezichtsmaatregelen in te zetten, zoals extra controle op contact/communicatie met «buiten» of extra personele inzet. De TA blijft bovendien aangewezen als een afdeling met een individueel regime. Dat houdt in dat de inrichtingsdirecteur bepaalt of en zo ja in hoeverre een gedetineerde in staat wordt gesteld gemeenschappelijk aan activiteiten deel te nemen. Het individuele regime biedt de mogelijkheden voor de door mij voorgestelde maatwerkaanpak. Alleen indien het uit oogpunt van veiligheid en het risico op verspreiding van extremistisch gedachtengoed verantwoord is, worden kleine groepen gevormd. Over de samenstelling van groepen kan indien nodig advies worden gevraagd aan het Gedetineerden Recherche Informatie Punt (GRIP) en het openbaar ministerie (OM).

Bij binnenkomst zal elke gedetineerde worden beoordeeld. DJI is reeds dit voorjaar gestart met het beoordelen van de op de TA-verblijvende gedetineerden volgens de VERA2R-methodiek. De naar aanleiding hiervan op te stellen risicoprofielen zullen in de komende weken worden afgerond. Om onderlinge beïnvloeding op de TA te voorkomen zullen de «overtuigde extremisten» gescheiden worden van de «heroverwegers». Ik kom hiermee tegemoet aan de roep van uw Kamer om een plaatsingsbeleid te ontwikkelen op grond waarvan de «geharde types» van de «meelopers» kunnen worden afgezonderd. Gelet op de noodzaak om gedetineerden van elkaar te kunnen scheiden, heb ik DJI gevraagd in de komende periode meerdere units binnen de TA in te richten.

Voor beide groepen zal een regime gelden met oog voor motiverende bejegening en een dagprogramma worden aangeboden met activiteiten gericht op een zinvolle dagbesteding dat aansluit bij het risicoprofiel. Indien daartoe openingen bestaan wordt ingezet op programma’s die disengagement en de-radicalisering bevorderen (waaronder bijvoorbeeld een Exit Traject), op de persoon toegespitste preventieprogramma’s en/of reguliere resocialisatieactiviteiten.

Uiteraard zullen het door mij voorgestelde gedifferentieerde plaatsingsbeleid en de maatwerkaanpak binnen de TA worden (door)ontwikkeld binnen de uitgebreid beveiligde omgeving van de TA en zal de veiligheid binnen de TA en in de richting van de samenleving te allen tijde worden gewaarborgd.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Kamerstuk 29 754, nr. 315.

X Noot
2

Kamerstuk 29 754, nr. 326.

Naar boven