29 754 Terrorismebestrijding

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 367 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 30 maart 2016

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de brief van 24 maart 2016 inzake het bericht dat een van de plegers van de aanslagen in Brussel naar Nederland is uitgezet (Kamerstuk 29 754, nr. 365).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 29 maart 2016. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Ypma

De griffier van de commissie, Nava

Vraag 1

Had El Bakraoui op 14 juli 2015 volgens Belgische of internationale standaarden op een lijst van internationaal gezochte criminelen behoren te staan?

Het is voor mij zonder kennis van alle relevante feiten, niet mogelijk een uitspraak te doen over de vraag of België de betrokkene op basis van zijn criminele antecedenten internationaal had moeten signaleren. In ieder geval hadden de Nederlandse justitiële autoriteiten geen informatie, dus ook geen informatie die aanleiding had kunnen geven tot het signaleren van Ibrahim El Bakraoui.

Vraag 2

Waarom is er op 14 juli 2015 geen contact geweest tussen de Nederlandse en Turkse politie (in afwijking van het protocol)?

Nederland ging er indertijd van uit, op basis van ervaringen, dat een uitzetting vanuit Turkije altijd via rechtstreekse lijnen wordt gemeld. Immers, in alle eerdere gemelde gevallen in 2014 en 2015, inclusief de vijf gevallen waarbij een nota via de portal is gestuurd, is er altijd rechtstreeks contact geweest met de Nederlandse politieliaison. De reden waarom er in dit geval geen rechtstreeks contact is geweest, is niet bekend.

Bovendien ging Nederland ervan uit dat bij uitzetting altijd contextinformatie zou worden verschaft. Pas bij navraag bij de Turkse autoriteiten, na uitspraken van president Erdogan van 23 maart jl., is ons gebleken dat Turkse autoriteiten niet bevoegd zijn om aan Nederland de reden voor terugzending te geven wanneer het niet-Nederlandse ingezetenen betreft.

Vraag 3

Wat zijn de formele gronden waarop Turkije El Bakraoui heeft uitgewezen? En zijn deze na 15 juli 2015 (toen er wel politiecontrole is geweest) geregistreerd? Zo ja, waar? Zo nee, waarom niet?

Dat was op 14 en 15 juli 2015 ons niet bekend. Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 4

Is het gebruikelijk dat bij uitzetting of uitwijzing naar Nederland naar de reden daarvoor wordt gevraagd?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 5

Waarom wordt er blijkbaar niet bij iedere uitzetting en/of uitwijzing gevraagd naar de specifieke reden?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 6

Hoe is het mogelijk dat iemand met een dergelijk zwaar crimineel verleden überhaupt niet op een lijst voorkomt?

Het enkele feit dat iemand een crimineel verleden heeft, betekent niet automatisch dat hij gesignaleerd wordt.

Vraag 7

Wat zijn de zogenaamde «relevante opsporingslijsten?» En stond El Bakraoui dan wel geregistreerd op een andere lijst (die niet relevant werd geacht)?

Met «relevante opsporingslijsten» worden alle Europese en Interpol bestanden bedoeld waarin personen staan gesignaleerd.

Vraag 8

Op welk moment is door Nederland voor het eerst kennisgenomen van het feit dat het bericht over de uitzetting via de portal was binnengekomen?

In het portal worden door het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken nota’s in Turkse taal geplaatst voor de diverse afdelingen van de ambassade, meestal over administratieve zaken en aankondigingen van bezoeken, nationale feestdagen, uitnodigingen voor vergaderingen enz. Deze moeten van het portal opgehaald worden («pull»). Of een bericht urgent is kan pas worden gezien wanneer het daadwerkelijk wordt geopend. Er worden geen notificaties van plaatsingen in het portal gestuurd naar de emailboxen van de ambassade («push»). Lokale Turkssprekende medewerkers halen de voor hun afdeling regarderende nota’s van het portal af en vertalen deze indien relevant voor hun afdelingshoofd. Dit gebeurt tweemaal dagelijks.

De nota van 14 juli 2015 droeg het onderwerp «reisprogramma» («seyahat programi») en is zonder de notificaties niet opgevallen. Het bericht van 14 juli 2015 is die dag niet vertaald of onder de aandacht van de politieliaison gebracht. De politieliaison heeft een dag later gehandeld op basis van informatie van zijn Belgische collega, waarbij bleek dat Ibrahim El Bakraoui niet in de politiesystemen voorkwam.

Het is duidelijk dat de gevolgde procedure kwetsbaar is. De informatie richting Nederland werd zeer laat verstrekt (een halfuur voor vertrek) en zonder de gebruikelijke en in dit geval noodzakelijke notificaties en achtergrond van een naderende uitzetting van een volgens Turkije mogelijke Syriëganger, waardoor deze nota niet de juiste aandacht kreeg.

Vraag 9

Op welk moment is door Nederland voor het eerst kennis genomen van de inhoud van het bericht over de uitzetting, dat via de portal was binnengekomen?

Zie het antwoord op vraag 8.

Vraag 10

Had Nederland El Bakraoui niet alsnog uitgebreid moeten verhoren toen België een dag na aankomst meldde dat deze man, die eerder was veroordeeld en aan de grens met Syrië werd opgepakt, naar Nederland was uitgezet?

Betrokkene was al op 14 juli 2015 uit Turkije vertrokken en zijn verblijfplaats was onbekend. Bovendien was het op 15 juli 2015 bij de Nederlandse politieliaison niet bekend dat het hier een mogelijke Syriëganger betrof. Voorts is in geen van de politiesystemen informatie over betrokkene aangetroffen. Er was daarom geen aanleiding om nadere actie te ondernemen.

Vraag 11

Is het gebruikelijk dat bij iedere uitzetting door Nederland een inspanning wordt geleverd om, desnoods achteraf, vast te stellen wat de reden voor uitzetting van een persoon is geweest?

Indien Nederland op tijd wordt geïnformeerd, dan is het gebruikelijk om voorafgaand aan de aankomst in Nederland contact op te nemen met de politiedienst van het desbetreffende land en naslag te doen in de Nederlandse systemen.

Vraag 12

In hoeverre deelt u de mening dat als de Turkse autoriteiten Nederland een nota sturen met de woorden «very urgent» erop het erg amateuristisch is dat Nederland daar vervolgens niet proactief op reageert?

De kwalificatie «very urgent» betekent dat de nota informatie bevat die met voorrang moet worden behandeld. Het elektronisch portal is zo opgezet dat het geen onderscheid maakt in urgentie van berichten. Het enkele feit dat «very urgent» op een schriftelijke nota is vermeld, betekent niet dat de verantwoordelijkheid van het handelen en het verkrijgen van de juiste informatie te elfder ure bij het ontvangende land wordt neergelegd. Normaliter volgt een bericht tot terugsturen van personen een andere route. Er is op geen enkele andere wijze aan Nederland te kennen gegeven dat er sprake was van een op handen zijnde uitzetting van potentieel gevaarlijke individuen.

Vraag 13

Hoe is het mogelijk dat een Belgische Marokkaan die door de Turken wordt verzocht het land te verlaten op eigen verzoek kan uitkiezen waarnaartoe? Had hij niet meteen naar België moeten worden overgebracht?

Een persoon afkomstig van een Schengenland kan, ook bij een gefaciliteerde vlucht op verzoek van autoriteit van een derde land, rechtmatig terugkeren naar ieder land binnen de Schengenzone.

Vraag 14

Hoe is het mogelijk dat betrokkene niet in Nederland stond geregistreerd?

Dit is het geval wanneer iemand niet door een ander land staat gesignaleerd en in de Nederlandse justitiële systemen niet voorkomt.

Vraag 15

Klopt het dat El Bakraoui bij uitzetting uit Turkije zelf zijn bestemming heeft kunnen kiezen? Zo ja, is dat gebruikelijk in vergelijkbare gevallen?

Beide vragen kan ik bevestigend beantwoorden.

Vraag 16

Stond betrokkene wel elders geregistreerd?

Tijdens de controle in de daarvoor bestemde Europese- en Interpol systemen kwam betrokkene niet voor.

Vraag 17

Had Nederland uit openbare bronnen meer over de achtergronden van betrokkene kunnen weten?

Nee, er worden alleen feiten gecheckt op basis van een internationale signalering.

Vraag 18

Vanaf wanneer wist u meer over betrokkene, bijvoorbeeld over zijn radicale achtergrond, over zijn aanwezigheid bij de Turks-Syrische grens, of over zijn contacten met andere jihadisten?

Op 16 maart 2016 is in een bericht van de FBI aan Nederlandse politie melding gemaakt van de criminele achtergronden van Ibrahim El Bakraoui en van de radicale en terroristische achtergrond van zijn broer Khalid. Op 17 maart is dit ook in een bilateraal contact tussen de Nederlandse en Belgische politiediensten aan de orde geweest. Daarbij kwam de radicale achtergrond van beide broers aan de orde.

Vraag 19

Is Nederland op enig moment, voor of na 14 juli, door andere diensten of overheden geïnformeerd over de achtergrond van El Bakraoui?

Zie het antwoord op vraag 18.

Vraag 20

Heeft u vanaf het moment dat u meer informatie kreeg over El Bakraoui meteen een opsporingbevel doen uitgaan? Zo neen, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 18.

Vraag 21

Vanaf wanneer heeft El Bakraoui Nederland verlaten?

Dit is onbekend. Binnen het Schengengebied is sprake van vrij verkeer van personen. Niet gesignaleerde Belgische onderdanen worden binnen Schengen, en dus ook binnen Nederland, niet gevolgd.

Vraag 22

Vanaf wanneer was El Bakraoui in België na zijn landing in Nederland?

Dit is onbekend. Binnen het Schengengebied is sprake van vrij verkeer van personen. Niet gesignaleerde Belgische onderdanen worden binnen Schengen, en dus ook binnen Nederland, dan ook niet gevolgd.

Vraag 23

Vanaf wanneer weten de Belgische autoriteiten dat El Bakraoui in België is en waaruit blijkt dat?

De Belgische politieliaison heeft op 15 juli 2015 aan de Nederlandse politieliaison medegedeeld dat hij van de Turkse politie had begrepen dat de betrokkene op 14 juli 2015 was teruggestuurd via Amsterdam. Of en wanneer de Belgische autoriteiten wisten dat hij daadwerkelijk in België was aangekomen, is niet bekend.

Vraag 24

Heeft de AIVD of MIVD meer informatie over El Bakraoui? Zo ja, vanaf wanneer precies?

El Bakraoui stond op 15 juli 2015 niet geregistreerd in systemen van Nederlandse of internationale opsporings- en inlichtingendiensten.

Vraag 25

Had u kennis van meer informatie van de AIVD of MIVD over El Bakraoui?

Zie het antwoord op vraag 24.

Vraag 26

Hoe lang is El Bakraoui in Nederland geweest?

Het is niet bekend hoelang El Bakraoui in Nederland is geweest.

Vraag 27

Zijn er regels of procedures op schrift gesteld over hoe te handelen als iemand uit een andere land naar Nederland wordt uitgezet en zo ja, kunt u ons die doen toekomen en zo mogelijk toelichten?

Nee, zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 28

Hoe vaak is El Bakraoui in Nederland geweest en wanneer?

Hier is bij de Nederlandse inlichtingen- en opsporingsdiensten geen informatie over bekend.

Vraag 29

Wanneer is er nog meer informatie over El Bakraoui uitgewisseld met de Nederlandse autoriteiten door wie dan ook en waarover precies?

Zie het antwoord op vraag 18.

Vraag 30

Waarom is El Bakraoui niet opgepakt na een bericht van de Turkse overheid waar «very urgent» op staat? Betreurt u die omissie?

Zie het antwoord op vraag 12.

Vraag 31

Hoe kan het dat Turkije zonder overleg een aldaar ongewenst persoon naar Nederland kan sturen terwijl die persoon niet de Nederlandse nationaliteit heeft?

Zie het antwoord op vraag 13.

Vraag 32

Waarom is het geaccepteerd dat Turkije zonder overleg een aldaar ongewenst persoon naar Nederland heeft gestuurd terwijl die persoon niet de Nederlandse nationaliteit heeft?

Zie het antwoord op vraag 13.

Vraag 33

Uit welke andere landen worden ongewenste niet-Nederlanders zonder overleg naar Nederland gestuurd?

Uit alle landen kunnen ingezetenen van Schengenlanden naar Nederland worden teruggestuurd, ook wanneer zij niet-Nederlander zijn.

Vraag 34

Wat was de aard van de vijf andere gevallen waarbij Turkije gebruik heeft gemaakt van het verschaffen van informatie via het elektronisch portal, de reden van verwijdering van de betreffende personen en de reactie van de Nederlandse overheid?

Via de politielijn is door Turkije informatie doorgegeven over de andere 5, allen Nederlanders, gevallen die zijn gemeld via de portal. Dit ging om twee personen die daadwerkelijk in Syrië waren geweest, twee personen die vermoedelijk onderweg waren naar Syrië en een op verdenking van spionage.

Vraag 35

Wat is er gebeurd met de 40 personen waaromtrent Turkije de heenzending naar ons land wel aan de politielijn heeft doorgegeven?

Het is van belang onderscheid te maken tussen onderkende terugkeerders waarvan wordt vermoed dat zij zich in het strijdgebied hebben begeven en personen die door Turkije zijn tegengehouden en teruggezonden. Er zijn 39 gevallen bekend die naar Nederland zijn uitgezet door Turkije (in 2015). In 5 gevallen betrof het niet-Nederlands ingezetenen, in één geval betrof het een verlopen visum en 33 van hen waren gerelateerd aan terrorisme en radicalisering.

Personen die zijn teruggestuurd naar Nederland, Nederlands ingezetene zijn en gerelateerd kunnen worden aan terrorisme en radicalisering, worden bij terugkomst in Nederland in principe aangehouden voor verhoor. Het OM besluit vervolgens, waar opportuun, over te gaan tot strafvervolging. Waar nodig houden diensten dergelijke personen scherp in beeld, blijven zij alert op ontwikkelingen en delen zij relevante informatie waar mogelijk. Ook worden aan terrorisme en radicalisering gerelateerde personen in het lokale domein regelmatig besproken in een multidisciplinair casusoverleg. Daarbij wordt tevens bezien of andere interventies dan strafrechtelijke effectiever zijn. Hierin werken de betrokken landelijke en lokale partijen (strafrechtelijk en bestuurlijk) intensief samen met het doel informatie uit te wisselen en een pakket met de meest effectieve maatregelen samen te stellen. Deze aanpak is altijd maatwerk en verschilt van persoon tot persoon. Het was binnen de gegeven termijn niet mogelijk om van geval tot geval de follow up in kaart te brengen.

Vraag 36

Hoe vaak zijn in de afgelopen 3 jaar personen teruggestuurd vanuit Turkije waarbij kenbaar is gemaakt dat het jihadstrijders betrof, Syriëgangers of personen met terroristische motieven?

Het zorgvuldig beantwoorden van deze vraag vergt meer tijd.Het was binnen de gegeven termijn niet mogelijk om van geval tot geval de follow up in kaart te brengen.

Vraag 37

Zijn eerder door Turkije teruggestuurde personen, waarbij kenbaar is gemaakt dat het jihadstrijders betrof, Syriëgangers of personen met terroristische motieven, vastgezet of zijn er andere maatregelen genomen om de samenleving tegen deze mensen te beschermen?

Zie het antwoord op vraag 35.

Vraag 38

Hoeveel personen die vanuit Turkije naar Nederland zijn gestuurd lopen hier vrij rond en is bekend waar zij zich bevinden?

Iedereen tegen wie een verdenking is, is aangehouden voor verhoor. Als er strafrechtelijke feiten zijn geconstateerd heeft er vervolgactie plaatsgehad. Ik doe geen uitspraken over individuele casuïstiek. Zie verder het antwoord op vraag 35.

Vraag 39

Hoe kan het dat de liaisons van de Nationale Politie, de Koninklijke Marechaussee en de Immigratie- en Naturalisatiedienst de betreffende nota van 14 juli 2015 10.14 uur niet onder ogen hebben gekregen? Is dit vaker voorgekomen?

Zie antwoord op vraag 8. Voor zover kan worden nagegaan is dit niet vaker voorgekomen.

Vraag 40

Wanneer hebben de Belgische autoriteiten precies kennisgenomen van de nota?

Het bericht aan de Belgische autoriteiten is op dezelfde dag op de portal geplaatst als het Nederlandse bericht.

Vraag 41

Wat heeft de Belgische politieliaison op 15 juli 2015 exact telefonisch aan zijn Nederlandse collega in Ankara gemeld over het feit dat hij informatie van de Turkse autoriteiten heeft ontvangen dat voor een Belgische onderdaan een vlucht naar Amsterdam zou zijn gefaciliteerd op 14 juli 2015?

De Belgische politieliaison heeft aan de Nederlandse politieliaison medegedeeld dat hij van de Turkse politie had begrepen dat de betrokkene op 14 juli 2015 was teruggestuurd via Amsterdam en of de Nederlandse politie meer over de persoon wist.

Vraag 42

Is het gebruikelijk dat contact wordt opgenomen door de autoriteiten van het land waar de betreffende persoon onderdaan van is met de autoriteiten van het land van bestemming? Zo nee, wat was de aanleiding voor de Belgische politieliaison om dat in dit geval wel te doen?

Ja, dit is een gebruikelijke procedure.

Vraag 43

Is tijdens het telefonische overleg met de Belgische politieliaison informatie doorgegeven over El Bakraoui?

Nee, er is slechts verzocht de betrokkende na te trekken in de Nederlandse politiesystemen en hierover terug te koppelen, en er is daarbij verder geen informatie gegeven.

Vraag 44

Wat is er tijdens het telefonisch onderhoud met de Belgische politieliaison op 15 juli 2015 besproken?

De Belgische politieliaison heeft aan de Nederlandse politieliaison medegedeeld dat hij van de Turkse politie had begrepen dat de betrokkene op 14 juli 2015 was teruggestuurd via Amsterdam en of de Nederlandse politie meer over de betrokkene wist.

Vraag 45

Kunt u de notulen van het telefonisch overleg d.d. 15 juli 2015 met de Belgische politieliaison aan de Kamer beschikbaar stellen?

Er zijn geen notulen van het gesprek.

Vraag 46

Hebben de Nederlandse diensten na het telefonisch overleg d.d. 15 juli 2015 met de Belgische politieliaison kennis genomen van de op 14 juli 2015 door de Turkse autoriteiten verzonden nota?

Nee.

Vraag 47

Indien de Nederlandse diensten na het telefonisch overleg d.d. 15 juli 2015 met de Belgische politieliaison kennis genomen van de op 14 juli 2015 door de Turkse autoriteiten verzonden nota, wanneer hebben de Nederlandse liaisons van de Nationale Politie, de Koninklijke Marechaussee en de Immigratie- en Naturalisatiedienst de nota onder ogen gekregen?

De nota was toentertijd niet bekend bij de liaisons.

Vraag 48

Wat verstaat u onder «very urgent»?

Zie antwoord op vraag 12.

Vraag 49

Welk gevolg is er gegeven aan de woorden «very urgent» in de nota?

Zie antwoord op vraag 12.

Vraag 50

Is er na het telefonisch contact tussen de Belgische politieliaison en zijn Nederlandse collega d.d. 15 juli 2015 door Nederland contact opgenomen met de Turkse autoriteiten om navraag te doen naar de reden van uitzetting? Zo ja, wat heeft dit contact aan informatie opgeleverd? Kunt u de notulen van dit contact aan de Kamer beschikbaar stellen? Zo nee, waarom is er geen contact opgenomen?

Nee, er is geen contact opgenomen. Betrokkene was niet gesignaleerd en de Belgische autoriteiten waren op de hoogte.

Vraag 51

Is het de normale gang van zaken dat er genoegen wordt genomen met een uitleg van drie regels ten aanzien van de uitzetting van een onderdaan van een ander land naar Nederland?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 52

Is het enkele feit dat, in dit geval, El Bakraoui niet geregistreerd stond in systemen van Nederlandse of internationale opsporings- en inlichtingendiensten voldoende om geen nader onderzoek te doen naar de betreffende persoon?

Ja. Het betrof immers een Belgische onderdaan en de Belgische autoriteiten waren inmiddels van de terugkeer van betrokkene op de hoogte.

Vraag 53

Is het de normale gang van zaken dat er geen nader onderzoek wordt gedaan in het geval een persoon niet geregistreerd staat in systemen van Nederlandse of internationale opsporings- en inlichtingendiensten of zijn er ook gevallen bekend waar er op eigen initiatief wel nader onderzoek is gedaan? Zo ja, om welke personen gaat het en waarom is er toen wel nader onderzoek gedaan?

Nederland doet geen vervolgonderzoek op niet-Nederlandse onderdanen, tenzij iemand uit de Nederlandse systemen naar voren komt of internationaal gesignaleerd staat.

Vraag 54

Vormt het gegeven dat een onderdaan van een ander (EU) land zich laat uitzetten naar Nederland geen reden om nader onderzoek te doen naar de betreffende persoon? Zo ja, waarom is dit niet gedaan? Zo neen, waarom niet?

Ja, bij elke uitzetting die ons tijdig bekend is, wordt betrokkene door de systemen gehaald.

Vraag 55

Had het enkele feit dat deze persoon vanuit Turkije werd uitgezet geen reden moeten zijn voor nader onderzoek? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 54.

Vraag 56

Waarom zijn er geen duizend alarmbellen afgegaan toen de Nederlandse

autoriteiten zagen dat er very urgent boven het bericht stond?

Zie het antwoord op vraag 12.

Vraag 57

Waarom is er toen de Nederlandse autoriteiten zagen dat er very urgent boven het bericht stond, niet meteen contact opgenomen met de Turkse autoriteiten om opheldering te vragen?

Zie het antwoord op vraag 12.

Vraag 58

Wat is er gewisseld met de Belgische autoriteiten naar aanleiding van deze uitzetting kwestie, en wanneer heeft deze informatie-uitwisseling plaatsgevonden?

Zie het antwoord op vraag 41.

Vraag 59

Is tijdens de Turkse detentie van El Bakraoui contact opgenomen met de Belgische en/of Nederlandse autoriteiten? Zo ja, wat is daar gewisseld?

Neen. Er is door de Turkse autoriteiten over betrokkene toen geen contact opgenomen met de Nederlandse autoriteiten. Uit de parlementaire verklaringen van de Belgische Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid, de heer Jambon, is duidelijk geworden dat er wel contact geweest is met de Belgische autoriteiten.

Vraag 60

Zou Nederland El Bakraoui als het hier speelde op de internationale signaleringslijst hebben geplaatst?

Bij een vermoeden van terrorisme gerelateerde activiteiten zullen de daartoe bevoegde Nederlandse diensten personen opnemen in de Nederlandse opsporingslijst (OPS) en in het Europese Schengen Informatie Systeem II. Primair is dit een taak die berust bij het land waarvan de betrokkene de nationaliteit heeft.

Vraag 61

Neemt u verantwoordelijkheid voor een falend systeem en een falende internationale samenwerking waardoor terroristen de dans kunnen ontspringen, Nederland ongestoord binnen kunnen komen en verlaten en massamoorden kunnen plegen? Waarom biedt u niet net als uw Belgische collega's uw ontslag aan?

Nee, want ik deel uw kwalificaties niet.

Vraag 62

Hoe is het mogelijk dat El Bakraoui die op een terreurlijst van de VS stond en er tegelijkertijd very urgent op het bericht van de Turkse overheid stond, er helemaal geen actie, navraag of onderzoek is gedaan? Wie is verantwoordelijk voor dergelijk geblunder?

Naar aanleiding van het verzoek van de Belgische politieliaison op 15 juli 2015 heeft de Nederlandse politie een zoekslag gemaakt in de Nederlandse politie systemen, hieruit kwamen geen meldingen naar voren. De Amerikaanse autoriteiten hebben mij bevestigd dat El Bakraoui pas op 25 september 2015 op een Amerikaanse watchlist is geplaatst. Het betreft hier een Amerikaanse signaleringslijst die door het Terrorist Screening Center van de FBI wordt beheerd en die voor Nederland alleen op een hit/no-hit basis raadpleegbaar is.

Vraag 63

Kan in de Nederlandse bestanden bevestiging worden gevonden dat El Bakraoui eerder in Nederland heeft verbleven?

Zie het antwoord op vraag 28.

Vraag 64

Hebben de Nederlandse autoriteiten toen de naam van betrokkene bekend werd, dus nog vóór de uitlatingen van de Turkse president, in de Nederlandse systemen nagetrokken of El Bakraoui geregistreerd stond?

Ja, op 15 juli 2015.

Vraag 65

Kan worden uiteengezet hoe de elektronische portal en de elektronische postbus van de Nederlandse ambassade te Ankara wordt beheerd? Welke berichten komen hierin? Hoe laat is precies het zeer urgente bericht van de Turkse autoriteiten geopend en hoe is daar, uitgesplitst naar de precieze tijdstippen, op geacteerd?

Zie het antwoord op vraag 8.

Vraag 66

Is bekend of ook de Belgische autoriteiten op de hoogte zijn gesteld over de overdracht van El Bakraoui? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

Een nota van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken met betrekking tot de vlucht en de Belgische onderdaan is op 14 juli 2015 op het portal in de postbus van de Belgische autoriteiten geplaatst.

Vraag 67

Heeft Nederland El Bakraoui zelf op enig moment in een (signalerings)systeem geplaatst?

Nee, er is geen informatie verstrekt vanuit de Belgische politie die aanleiding gaf om hem vanuit Nederland (internationaal) te signaleren. Na 15 juli heeft de Nederlandse politie geen informatie meer ontvangen ten aanzien van El Bakraoui tot 16 maart 2016. Nederland signaleert alleen Nederlandse ingezetenen of in gevallen waarin Nederland rechtsmacht heeft.

Vraag 68

Welke acties worden precies ondernomen om herhaling te voorkomen?

Zoals ook in de brief van afgelopen donderdag (24 maart 2016) aan uw Kamer aangegeven, zullen wij er bij de Turkse autoriteiten op aandringen berichten over terugwijzingen -ook over niet-Nederlandse ingezetenen- altijd voorzien van context, rechtstreeks en tijdig met de politieliaison te delen.

Vraag 69

Zijn ook met andere landen afspraken gemaakt over het terugsturen van uitreizigers? Zo ja, hoe luiden die concreet?

Het terugsturen van uitreizigers betreft unilaterale besluiten. Hierbij verschillen de werkafspraken en wijze van informeren per land. Met betrekking tot Turkije is een werkpraktijk ontstaan zoals in mijn brief van 24 maart jl. uiteengezet (Kamerstukken 29 754 en 27 925, nr. 365). Het overgrote deel van de teruggestuurde uitreizigers, wordt teruggestuurd door Turkije.

Vraag 70

Wat was vermoedelijk de reactie van de Nederlandse (justitiële) autoriteiten geweest indien de gronden van uitzetting van El Bakraoui meegedeeld waren door Turkije aan Nederland?

Zou Nederland van de gronden op de hoogte zijn geweest, dan zou dat hebben geleid tot intensiever contact met de Belgische autoriteiten, zonder de verantwoordelijkheid over te nemen, waarbij ook de vraag zou zijn gesteld waarom betrokkene niet gesignaleerd stond.

Vraag 71

Is, op de persoon El Bakraoui, nadat de Belgische liaison contact had opgenomen, wel een melding (signalering) gemaakt in de Nederlandse systemen?

Zie het antwoord op vraag 67.

Vraag 72

Kloppen de berichten dat betreffende aanslagpleger(s) wel, en zelfs als «potential terror threat», bekend stonden bij de Amerikaanse autoriteiten? Zo ja, hoe kan het dat Nederland daar geen kennis van had? Waarom is deze informatie niet gedeeld? Sinds wanneer en zijn de Nederlandse autoriteiten door de Amerikaanse inlichtingendiensten hierover geïnformeerd? Vanaf welk moment waren zij als zodanig bekend? Was hiervan ook al sprake voor 14 juli 2015? Wanneer en welke stappen zijn vervolgens ondernomen door de Nederlandse autoriteiten?

De Amerikaanse autoriteiten hebben mij bevestigd dat El Bakraoui op 25 september 2015 op een Amerikaanse watchlist is geplaatst.

Vraag 73

Wat is de vermoedelijke reisroute en verblijfsduur van El Bakraoui geweest in Nederland na aankomst op Schiphol in juli 2015? Kunt u garanderen dat hij nadien niet meer in contact is geweest met de Nederlandse (justitiële) autoriteiten?

Zie het antwoord op vraag 21 en 26. Op basis van het raadplegen van de Nederlandse politiesystemen stellen we vast dat er geen contact is geweest met de Nederlandse justitiële autoriteiten.

Vraag 74

Klopt het dat de Turkse autoriteiten voor 14 juli 2015 konden vermoeden dat El Bakraoui extremistische of jihadistische sympathieën had en mogelijk een gevaar zou kunnen zijn? Zo ja, waarom hebben zij deze man op het vliegtuig gezet zonder de geheime diensten of andere diensten in Nederland te informeren?

Uit de verklaring van de Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid van België, de heer Jambon, voor het Belgische federale parlement in Brussel blijkt dat El Bakraoui op 11 juni 2015 werd gearresteerd door de Turkse politie in Gaziantep aan de Turks-Syrische grens. Het is waarschijnlijk dat de Turkse autoriteiten vermoedens hadden dat El Bakraoui de intentie had uit te reizen naar Syrië. Zie verder het antwoord op vraag 2.

Vraag 75

Waarom hebt u of hebben Nederlandse diensten niet zelf contact opgenomen met de Turkse autoriteiten over waarom El Bakraoui Turkije moest verlaten?

Zie het antwoord op vraag 50.

Vraag 76

Hoe verklaart u dat over een extremist als El Bakraoui, die door Turkije wordt uitgezet, geen informatie aanwezig was bij de Nederlandse geheime diensten, politie of justitie?

Op 15 juli 2015 stond de persoon El Bakraoui niet nationaal of internationaal gesignaleerd. Ook kwam de persoon niet voor in de Nederlandse opsporings- en inlichtingensystemen.

Vraag 77

Waarom is er geen contact geweest over El Bakraoui tussen de geheime diensten van Turkije en Nederland? Waarom is er over hem geen contact geweest tussen de geheime diensten van Nederland en België?

El Bakraoui stond niet gesignaleerd in systemen van Nederlandse opsporings- en inlichtingendiensten.

Vraag 78

Klopt het dat El Bakraoui zonder problemen vanuit Amsterdam kon doorreizen naar Brussel?

Zie het antwoord op vraag 21.

Vraag 79

Kunt u een overzicht per geval geven van de gevolgde procedures en welke specifieke acties zijn ondernomen bij gevallen van uitzetting en/of terugsturen door andere landen gedurende de afgelopen vijf jaar?

Het is niet mogelijk een compleet overzicht te bieden dat tevens per geval is gespecificeerd over een tijdsbestek van vijf jaar. Zie verder het antwoord op vraag 54.

Vraag 80

Waarom is er door Turkije voor gekozen om iemand met een Belgisch paspoort uit te zetten naar Nederland en niet naar België?

Zie het antwoord op vraag 13.

Vraag 81

Is bekend wat de precieze redenen waren voor Turkije om Ibrahim El Bakraoui uit te zetten? Had hij in Turkije een strafblad of zijn er andere bekende redenen waarom hij niet in Turkije mocht blijven?

Uit de verklaring van de Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid van België, de heer Jambon, voor het Belgische federale parlement in Brussel blijkt dat El Bakraoui op 11 juni 2015 werd gearresteerd door de Turkse politie in Gaziantep aan de Turks-Syrische grens. Op 26 juni werd de Belgische verbindingsofficier op de ambassade daarvan op de hoogte gesteld. Op 29 juni meldde de officier die aanhouding aan de dienst van de Belgische gerechtelijke politie die zich bezighoudt met zware criminaliteit. Die antwoordde dat El Bakraoui een gerechtelijk verleden heeft in België en vroeg waarom hij gearresteerd is. Op 14 juli om 10.14 uur liet Turkije de Belgische ambassade via een verbale nota weten dat El Bakraoui diezelfde dag nog, om 10.40 uur, zou vertrekken richting Nederland. De volgende dag vernam de officier dat hij de Turken een schriftelijke vraag moest sturen voor meer details. Op 20 juli vroeg de Belgische verbindingsofficier officieel meer informatie over de uitwijzing van Ibrahim El Bakraoui aan de Turkse autoriteiten. Pas op 11 januari kreeg hij antwoord op die vraag. Dat luidde dat El Bakraoui ervan verdacht werd banden te hebben met een terreurnetwerk.

Vraag 82

Is er verschil tussen de informatie uit de nota gericht aan België en die aan Nederland? Staat er in de aan België gerichte nota meer informatie en achtergronden?

Nee. Beide nota’s informeren over facilitering van een vlucht uit Istanbul naar Amsterdam voor El Bakaroui. De aan Nederland gerichte nota vermeldt additioneel een Duitse onderdaan.

Vraag 83

Staat er boven dergelijke nota's standaard dat het «very urgent» is? Zou een dergelijke aanduiding er niet toe moeten leiden dat er per definitie contact opgenomen wordt met de Turkse autoriteiten?

Nee. Van de zes ontvangen nota’s over uitzettingen hadden drie de kwalificatie «very urgent» (waaronder betreffende nota), twee «yildirim» («bliksem» – geen wezenlijk verschil met zeer urgent) en één «urgent». Zie verder het antwoord op vraag 12.

Vraag 84

Wanneer was de naam Ibrahim El-Bakraoui bij u bekend? Heeft u de naam van Ibrahim El Bakraoui na de aanslagen van 22 maart 2016 geraadpleegd in de Nederlandse dan wel Europese inlichtingensystemen? Zo ja, wanneer? Op welke datum en tijdstip werd bij u bekend dat Ibrahim El-Bakraoui in Nederland is verbleven?

De Nederlandse politieliaison in Ankara werd op 15 juli 2015 door zijn Belgische collega geïnformeerd over het faciliteren van een vlucht met bestemming Amsterdam op 14 juli 2015 voor Ibrahim El Bakraoui door Turkije.

Op en na 14 juli 2015 stond El Bakraoui niet internationaal gesignaleerd in de daartoe bestemde systemen.

Vraag 85

Waren de Belgische autoriteiten op de hoogte dat één van hun onderdanen, te weten El Bakraoui, was uitgereisd naar Syrië om zich aan te sluiten bij de strijd aldaar? Zo ja, hoe hebben zij dit geregistreerd?

Zie het antwoord op vraag 81. In elk geval was de persoon Ibrahim El Bakraoui door de Belgische autoriteiten niet internationaal gesignaleerd.

Vraag 86

Over de Duitse onderdaan kunnen geen mededelingen worden gedaan. Maar is bij de Nederlandse regering wel bekend of en in hoeverre het om een vergelijkbaar geval gaat?

Inmiddels hebt u uit mededelingen van de Duitse autoriteiten in de media kunnen vernemen dat betrokkene door hen inmiddels in verband gebracht wordt met terrorisme.

Vraag 87

Herinnert u zich de schriftelijke antwoorden op op vragen van de leden Sjoerdsma en Berndsen-Jansen van 6 mei 2015 (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 2206) waarin u aangeeft dat de Nederlandse ambassade te Ankara sinds begin 2015 door de Turkse autoriteiten geïnformeerd is over ongeveer 10 personen met de Nederlandse nationaliteit die niet toegelaten werden tot Turkije c.q. verwijderd werden uit Turkije in verband met het vermoeden dat betrokkenen zich wilden aansluiten of zouden hebben aangesloten bij de strijd in Syrië? Klopt dit aantal nog steeds?

Zie het antwoord op vraag 35.

Vraag 88

Kunt u van de afgelopen vijf jaar per jaar specificeren hoeveel en op welke gronden personen met de Nederlandse autoriteit niet toegelaten werden tot Turkije c.q. verwijderd werden uit Turkije? Hoe vaak zijn deze personen gelinkt aan terroristische misdrijven? Hoe vaak is er sprake geweest van andere criminele misdrijven? Zijn deze personen opgenomen in het Schengeninformatiesysteem of enig ander systeem van inlichtingendiensten?

Zie het antwoord op vraag 79. Aangezien Turkije geen deel uit maakt van Schengen, beschikt dit land niet over het Schengen Informatie Systeem.

Vraag 89

Kunt u van de afgelopen vijf jaar aangeven hoeveel personen met een andere nationaliteit dan de Nederlandse verwijderd werden uit Turkije in verband met het vermoeden van het plegen van terroristische misdrijven of het aansluiten bij een terroristische organisatie en naar Nederland zijn uitgezet?

Zie het antwoord op vraag 79.

Vraag 90

Wat wordt bedoeld «verzocht het land te verlaten»? Welke term is hier nu van toepassing, uitzetting?

Uitzetting is de juiste term.

Vraag 91

Hebben de Turkse autoriteiten intussen de redenen vermeld waarom zij voor de betrokken persoon een andere route hebben gebruikt om informatie te verstrekken dan gebruikelijk is?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 92

Waarom wenste Ibrahim El Bakraoui naar Nederland te reizen?

Dat is mij niet bekend.

Vraag 93

Is het normaal in deze procedure dat de Turkse autoriteiten een vlucht faciliteren?

Ja. Bij verwijderingen en uitzettingen is het gebruikelijk dat landen een vlucht faciliteren.

Vraag 94

Bestaat er tussen Turkije en de EU een speciale signaliseringsprocedure voor Syriëgangers die bij de Turkse grens worden tegengehouden?

Nee.

Vraag 95

Is er een verklaring gevraagd van de Turkse autoriteiten waarom er in deze casus afgeweken is van de normale procedure om direct ook contact te zoeken via de politielijn?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 96

Is er alsnog contact gezocht met de Turkse autoriteiten?

Zie het antwoord op vraag 50.

Vraag 97

Is er contact geweest met de Belgische autoriteiten naar aanleiding van deze casus?

Op 15 juli 2015 is over deze casus contact geweest tussen de Belgische en Nederlandse politieliaisons in Turkije.

Vraag 98

Was het de Belgische autoriteiten bekend dat El Bakraoui was uitgereisd en op weg was via Turkije naar de Syrië?

Zie het antwoord op vraag 81.

Vraag 99

Hoe is het Belgische systeem met betrekking tot Belgische uitreizigers die zich willen aansluiten bij IS?

België kent een gelijkluidend systeem voor het signaleren van Belgen die uitreizen met een oogmerk om zich aan te sluiten bij de gewapende strijd als overige Europese landen die aangesloten zijn bij Schengen, met het oog op de vervolging van ernstige strafbare feiten en de voorkoming van gevaar voor de openbare veiligheid. Ook België werkt conform het SIRENE handboek, dat volgt uit de SIS II Verordening en Besluit.

Vraag 100

Is het waar dat Khalid El Bakraoui ook al was betrokken bij de aanslagen in Parijs? Was zijn naam en die van zijn broer sindsdien (of al eerder) ook daadwerkelijk bekend als (potentiële) betrokkenen bij terreur bij België, Nederland of andere West-Europese landen?

Uit onderzoek van de Franse autoriteiten zal moeten blijken of Khalid El Bakraoui ook betrokken was bij de aanslagen in Parijs. In internationaal verband stond hij vanaf 11 december 2015 gesignaleerd als terrorismeverdachte.

Vraag 101

Is het waar dat bij de Belgische autoriteiten al wel op 14 of 15 juli bekend was dat Ibrahim El Bakraoui terreurverdachte was? Is dit ook gedeeld met de Nederlandse politie (of andere autoriteiten) op dat moment?

Zie het antwoord op vraag 41 en 81.

Vraag 102

Wat heeft de Belgische politieliaison op 15 juli 2015 precies medegedeeld aan zijn Nederlandse collega over de informatie die hij van de Turkse autoriteiten had ontvangen?

Zie het antwoord op vraag 41.

Vraag 103

Hadden de Nederlandse diensten El Bakraoui wel uitgebreid verhoord als men de nota met «very urgent» op tijd had gelezen?

Nee, want de nota bevatte geen nadere informatie over de achtergronden van de uitzetting en betrokkene stond ook niet internationaal gesignaleerd.

Vraag 104

Hoe is het mogelijk dat er geen opsporingsbericht is uitgegaan toen de diensten later (mogelijk) meer over El Bakraoui wisten?

Dit is een vraag voor de Belgische autoriteiten.

Vraag 105

Hoeveel berichten worden er jaarlijks door het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken in de elektronische postbus van de Nederlandse ambassade te Ankara geplaatst? Is het gebruikelijk dat deze berichten niet binnen afzienbare tijd geopend en gelezen worden?

Sinds de instelling van het portal op 29 maart 2013 zijn er 498 aan Nederland gerichte berichten in geplaatst en 120 circulaires, voor een totaal van 618. Het portal wordt tweemaal per dag geopend en bekeken. Zie ook antwoord op vraag 8.

Vraag 106

Welke informatie hadden onze inlichtingendiensten AIVD en MIVD precies over El Bakraoui?

Zie het antwoord op vraag 76.

Vraag 107

Welke maatregelen worden er getroffen om te voorkomen dat deze situatie zich opnieuw voordoet?

Zie het antwoord op vraag 68.

Vraag 108

Hebben destijds personen anders dan de liaisons van de Nationale Politie, de KMAR en de IND de nota in de elektronische postbus wel onder ogen gezien? Zo ja, wat hebben zij met die informatie gedaan?

Nee. Zie het antwoord op vraag 8.

Vraag 109

Heeft u (inmiddels) kunnen achterhalen waarom er juist bij die ene melding betreffende El Bakraoui door de Turkse autoriteiten geen telefonisch contact is opgenomen met met de politieliaison?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 110

Is er door de Turkse autoriteiten een telefonische melding gedaan aan een ander medewerker van de Nederlandse ambassade te Ankara niet zijnde de politieliaison over El Bakraoui? Zo ja, welke functionaris was dat en wat heeft die met die informatie gedaan? Zo nee, hoe weet u dat?

Nee, zo blijkt uit navraag onder de ambassadestaf.

Vraag 111

Waarom staan er van de 40 meldingen over uitzetting en terugzending die via de politielijn in 2015 zijn gemeld er zes ook in de electronische postbus?

Omdat alleen deze zes door DGMM (Directorate General Migration Management, de Turkse IND) aan het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn gemeld, die het portal beheert.

Vraag 112

Verschilt de aard van de vijf meldingen, bijvoorbeeld ten aanzien van de reden van uitzetting of terugzending, die zowel in de electronische brievenbus staan en telefonisch zijn gemeld van de meldingen die alleen telefonisch zijn gedaan? Zo ja, waaruit bestaan die verschillen? Zo nee, waarom worden sommige meldingen zowel elektronisch als telefonisch gedaan en andere meldingen alleen telefonisch?

Nee, de aard van de vijf meldingen verschilt niet. Zie ook het antwoord op vraag 2 en 111.

Vraag 113

Wat was de achtergrond van de overige in portal gemelde personen?

Zie ook het antwoord op vraag 34.

Vraag 114

Waarom hebben de Belgische autoriteiten pas op 15 juli 2015 contact opgenomen met de Nederlandse autoriteiten? Had dat mogelijk te maken met het feit dat de Belgische autoriteiten na de melding van 14 juli vermoeden dat El Bakraoui nog in Nederland kon zijn? Zo niet, wat was de reden dan wel?

Zie het antwoord op vraag 81.

Vraag 115

Is het mogelijk dat El Bakraoui na 14 juli 2015 enige tijd in Nederland is gebleven en niet meteen naar België is doorgereisd?

Zie antwoord op vraag 21.

Vraag 116

Is van Nederlandse zijde op enig moment in deze procedure gevraagd naar de reden van de overdracht van El Bakraoui? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke informatie is daardoor verkregen op welk moment en met wie is deze informatie gedeeld?

Zie antwoord op vraag 2

Vraag 117

Is bekend hoe betrokkene na aankomst in Nederland zijn reis heeft vervolgd? Hoe lang heeft hij bijvoorbeeld in Nederland verbleven en wanneer is hij naar België doorgereisd?

Zie het antwoord op vraag 21.

Vraag 118

Waarom heeft de Belgische politieliaison pas op 15 juli 2015 contact gezocht met zijn Nederlandse collega in Ankara terwijl betrokkene al op 14 juli 2015 in Nederland is aangekomen?

Zie het antwoord op vraag 81.

Vraag 119

Verschilde de informatie over El Bakraoui in de Duitse en Belgische electronische postbussen van de Nederlandse postbus? Zo ja, wat waren de verschillen of wat was de aard van de verschillen?

De informatie zoals vervat in de nota die op 14 juli 2015 is gedateerd in de Belgische postbus van het portal verschilt niet wezenlijk van de informatie zoals vervat in de nota die op 14 juli 2015 is gedateerd in de postbus van het Nederlandse portal. Over de nota die gericht was aan het Duitse portal is bekend dat deze op 13 juli 2015 is gedateerd. Over de informatie over de Duitse onderdaan kunnen over verzoek van de Duitse autoriteiten geen nadere mededelingen worden gedaan.

Vraag 120

Op welke wijze zijn de Belgische autoriteiten op 14 juli door de Turkse autoriteiten geïnformeerd? Is dat per portal of ook op een andere wijze?

Zie het antwoord op vraag 41.

Vraag 121

Waarom is in dit geval ervan afgezien om deze informatie te delen met de Nationale politie, de Marechaussee en/of de IND?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 122

Is op dat of op enig later moment onderzocht waarom in dit geval door de Turkse autoriteiten is afgezien van een duiding? Betrokkene is toch gearresteerd onder aan terrorisme en/of radicalisering gerelateerde omstandigheden?

Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 123

Is bekend of El Bakraoui en de eveneens overgedragen Duitse onderdaan met elkaar in verband staan?

Zie het antwoord op vraag 86. Met het oog op het lopende onderzoek kan ik hierover geen verdere mededelingen doen.

Vraag 124

Heeft Nederland op 14 juli 2015 nog contact opgenomen met België over de overdracht van El Bakraoui?

Nee.

Vraag 125

Worden personen die door Turkije naar Nederland worden uitgezet of teruggezonden en waarbij een duiding wordt meegeven dat deze terrorisme of radicalisering gerelateerd zijn altijd bij aankomst in Nederland voor verhoor aangehouden? Zo nee, waarom niet? En maakt het uit of de persoon al dan niet de Nederlandse nationaliteit heeft? Zo ja, waarin zit dit verschil en waarom?

Zie het antwoord op vraag 35.

Vraag 126

Hoe luiden de concrete afspraken ten aanzien van het melden, door Turkije, van uitreizigers die worden teruggezonden?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 127

Wat is het nut van een portal als urgente zaken daarin kunnen worden gemeld zonder dat degene die iets met die informatie moet doen, daarvan een melding krijgt?

Het portal is door het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken in 2013 ingesteld, maar is weinig specifiek en kent geen systeem van melding van urgentie. Het portal is in wezen een elektronisch prikbord waarop mededelingen worden gezet. In geval van urgente zaken zoeken de Turkse autoriteiten normaliter contact met postleiding, dan wel betreffende ambassadeafdelingen rechtstreeks.

Vraag 128

Waarom wordt, gelet op de grote dreiging die van uitreizigers uitgaat, niet actief op berichtgeving gelet?

Zie ook het antwoord op vraag 8.

Vraag 129

Wanneer is de nota in de elektronische postbus van de Nederlandse ambassade te Ankara op het elektronische portal van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken waarin het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken melding heeft gemaakt dat voor een Duitse onderdaan en El Bakraoui een vlucht was gefaciliteerd naar Amsterdam op 14 juli 2015 om 10.40 uur geopend? Wanneer is deze gelezen?

Zie antwoord op vraag 8. Het bericht is op 24 maart jl. in tweede instantie na grondig zoeken en na contact met het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken aangetroffen. Vanaf de portal is niet af te lezen of het bericht al dan niet is gelezen. Vast staat dat het bericht op 14 juli 2015 niet is vertaald.

Vraag 130

Heeft iemand nog actie ondernomen richting de Turkse autoriteiten nadat was opgemerkt dat de melding de aanhef «very urgent» had?

Zie antwoord op vraag 8 en 12.

Vraag 131

Heeft de Belgische politieliaison, op 15 juli 2015, aan Nederland bericht voor welke delicten El Bakraoui in België was veroordeeld?

Nee.

Vraag 132

Kan uit het kenmerk van deze nota voor het openen dan wel na het openen van het bericht op het elektronische portal worden afgeleid, dat deze afkomstig is van de Turkse autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het uitzetten van (mogelijke) foreign terrorist fighters?

In het kenmerk van betreffende nota staat «GIGY», wat een afkorting is van de directie veiligheid en inlichtingen van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Van de zes nota's die betrekking hadden op uitzettingen hadden vier «GIGY» in het kenmerk en twee «AGGM», wat een afkorting is voor de directie voor onderzoek en veiligheidszaken. Overigens geeft het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken via de portal alleen de uitzettingen door die het doorgegeven krijgt van het Turkse Directoraat Generaal voor Migratiemanagement. Zie ook vraag 111.

Vraag 133

Wanneer is de vergelijkbare nota in de elektronische postbus van de Duitse ambassade te Ankara en de elektronische postbus van de Belgische ambassade te Ankara op het elektronische portal van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken geopend?

Het is aan de Belgische en Duitse autoriteiten hoe zij hun respectievelijke postbussen beheren.

Vraag 134

Hebben de Turkse autoriteiten op enige andere wijze de uitzetting van El Bakraoui naar Nederland bij de Nederlandse autoriteiten onder de aandacht gebracht? Zo ja, hoe heeft deze berichtgeving plaatsgevonden en is er melding gemaakt dat er sprake was van een (mogelijke) foreign terrorist fighter?

Nee.

Vraag 135

Kunt u navragen bij de Turkse autoriteiten waarom deze casus niet gemeld is bij de Nederlandse politieliaison in Ankara in tegenstelling tot de vijf andere meldingen die vanaf 2013 ook op het portaal zijn geplaatst?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 136

Wat is de verklaring voor het feit dat El Bakraoui door de Turkse autoriteiten naar Nederland is uitgezet? Wie heeft de beslissing genomen om hem naar Nederland te zenden? Wanneer is deze beslissing genomen? Is dit op enige wijze door de Turkse autoriteiten geregistreerd in een nationaal dan wel internationaal inlichtingensysteem?

Voor zover bekend heeft de persoon El Bakraoui zelf gevraagd om naar Nederland te reizen. Niet-gesignaleerde onderdanen van België kunnen binnen het Schengengebied vrij reizen, dus ook naar Nederland. Dit wijkt niet af van de normale procedures. Hiervan is door de Turkse autoriteiten geen melding gemaakt in inlichtingensystemen.

Vraag 137

Klopt het bericht dat El Bakraoui twee keer door Turkije is uitgezet? Welke redenen lagen daar in het eerste geval aan ten grondslag? Naar welk land hebben de Turkse autoriteiten betrokkene destijds uitgezet en welke werkwijze door de Turkse autoriteiten is gehanteerd om het betreffende land hierover te informeren?

Nee. De Turkse autoriteiten hebben aangegeven dat een tweede uitzetting van El Bakraoui niet heeft plaatsgevonden.

Vraag 138

Wat is de aard van de 40 mededelingen sinds 2015 over uitzettingen richting Nederland? Hoeveel hiervan zijn terrorisme of radicalisering gerelateerd en wat was in al deze gevallen de reactie van Nederlandse autoriteiten?

Zie het antwoord op vraag 35.

Vraag 139

Kunt u de gangbare werkwijze waarop de politiediensten van Turkije contact hebben met de Nederlandse politieliaison als er een uitzetting aan de orde is verduidelijken? Bestaat hiervoor een protocol? Zo ja, kunt u dit aan de Kamer doen toekomen?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 140

Kunt u aangeven of het contact tussen de Turkse politiediensten en de Nederlandse politieliaison doorgaans vanuit de Nederlandse politieliaison gelegd wordt of dat dit contact gelegd wordt vanuit de Turkse politiediensten? Is daar een protocol voor? Zo ja, kunt u dit aan de Kamer doen toekomen?

Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 141

Kunt u navragen wat redenen zijn voor de Turkse autoriteiten om berichten over uitzetting hetzij in het elektronisch portaal te plaatsen hetzij rechtstreeks te melden aan de politieliaison?

Dit zal op korte termijn worden besproken met de Turkse autoriteiten in het kader van het inrichten van betere procedures rondom informatieverstrekking bij uitzettingen.

Vraag 142

Om wat voor lijn gaat het in het geval van de politielijn tussen de Turkse politiediensten en de Nederlandse politieliaison? Is dit een netnummer of een mobiel nummer? Is deze politielijn 24 uur bereikbaar en bemand? Was deze politielijn 24 uur bemand op 14 juli 2015?

Een liaisonofficier communiceert rechtstreeks met zijn collega’s in het desbetreffende land per mail en telefoon. De liaison heeft zijn telefoon 24/7 aanstaan en indien nodig regelt hij of zij een vervanger, dit is de standaard werkwijze voor de liaisonofficieren.

Vraag 143

Wat was op 14 juli 2015 de operationele bezetting op de Nederlandse ambassade in Ankara?

Hoewel het een zomerverlofperiode betrof, was de bezetting adequaat.

Vraag 144

Kunt u nader toelichten welk berichtenverkeer u verstaat onder «normaal berichtenverkeer»? Kunt u met voorbeelden aangeven wanneer berichten afwijken van «normaal berichtenverkeer»?

Met «normaal berichtenverkeer» wordt in dit geval het merendeel van het notaverkeer bedoeld, bijvoorbeeld voor allerlei administratieve aangelegenheden, aankondigingen van officiële bezoeken, missies of kandidaturen.

Vraag 145

Heeft de Belgische politieliaison de redenen toegelicht op of omstreeks 15 juli 2015 waarom hij contact opnam met zijn Nederlandse uitzetting over de genoemde uitzetting? Zo ja, wat zijn deze redenen? Zo nee, waarom is op dit punt niet doorgevraagd door de Nederlandse officer in Ankara of politiemedewerkers in Nederland over de achtergrond van dit telefoontje?

De Belgische politieliaison had het verzoek om na te gaan of de Nederlandse politie meer informatie had over de Belgische onderdaan die door Turkije op 14 juli 2015 was uitgezet.

Vraag 146

Met welke frequentie wordt de elektronische postbus van de Nederlandse ambassade te Ankara op het elektronische portal van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken geraadpleegd? Door welke diensten wordt deze postbus geraadpleegd? Hoeveel berichten verschijnen gemiddeld dagelijks in deze postbus?

Zie het antwoord op vraag 8.

Vraag 147

Hoe vaak is er jaarlijks sprake van berichten in de elektronische postbus van de Nederlandse ambassade te Ankara op het elektronische portal van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken waarin de termen «Very Urgent» genoemd worden?

Zie het antwoord op vraag 105.

Vraag 148

Kunt u de Kamer een feitenrelaas doen toekomen van het telefoongesprek op 15 juli 2015 tussen de Belgische politieliaison en zijn Nederlandse collega? Bestaat een gespreksnotitie of notulen van dit gesprek? Zo ja, kunt u dit aan de Kamer doen toekomen?

Zie het antwoord op vraag 41. Er zijn geen notulen van het gesprek.

Vraag 149

Is in het telefoongesprek op 15 juli 2015 tussen de Belgische politieliaison en zijn Nederlandse collega het criminele verleden van El Bakraoui in België ter sprake gekomen? Zo ja, wat is hierover gezegd? Zo nee, waarom niet en hoe duidt u dit?

Dit is niet aan de orde geweest in dit gesprek, zie ook antwoord op vraag 145.

Vraag 150

Wat rechtvaardigt het verschil tussen de gekozen route van informatieverstrekking over de vijf andere personen en El Bakraoui? Zijn de vijf andere personen inwoner van Nederland of van ander Europees land?

Zie het antwoord op vraag 2. De andere vijf personen hadden de Nederlandse nationaliteit.

Vraag 151

Is het gebruikelijk om een inwoner van België of een ander (Europees) land naar Nederland uit te zetten? Wat zijn hiervoor de richtlijnen?

Voor zover bekend heeft de persoon El Bakraoui zelf gevraagd om naar Nederland te reizen. Niet-gesignaleerde onderdanen van België kunnen binnen het Schengengebied vrij reizen, dus ook naar Nederland. Dit wijkt niet af van de normale procedures.

Vraag 152

Wat gebeurt er concreet met de informatie over door Turkije naar Nederland uit te zetten personen als er een aanduiding bij staat dat er sprake is van een relatie met terrorisme?

Zie het antwoord op vraag 35.

Vraag 153

Zijn er via het portal slechts zes berichten gemeld? Zou het – gezien het geringe aantal – niet voor de hand liggen dat deze berichten per definitie en snel worden geopend? Waarom is dat in dit geval niet gebeurd?

Het portal worden dagelijks bekeken op nieuwe meldingen. Zie ook antwoord op vraag 8 en 105.

Vraag 154

Waarom hebben de Belgische autoriteiten contact opgenomen met de Nederlandse liaison over El Bakraoui? Is dit gebruikelijk bij uitlevering naar een buurland of ander land? Was er bij hen meer informatie beschikbaar over de betrokkene?

Het leggen van een dergelijk contact is gebruikelijk. Of er meer informatie bekend was, is een vraag voor de Belgische autoriteiten.

Vraag 155

Hebben de Turkse autoriteiten toegezegd dat zij de informatie (ook) rechtstreeks aan de Nederlandse politieliaison zullen melden?

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 156

Bij hoeveel van de veertig personen over wie een melding is gedaan via de politielijn was er een aanduiding van een relatie met terrorisme of radicalisering? Komt dit in de meeste gevallen voor of is het incidenteel?

Zie het antwoord op vraag 138.

Vraag 157

Wat zijn in het algemeen voor Turkije de redenen om mensen uit te zetten en terug te zenden? Betreft het mensen die illegaal Turkije zijn binnengekomen? Of zijn er andere redenen waarom de Turkse autoriteiten de betrokkenen uit willen zetten?

Net als ieder land is het aan Turkije om te bepalen wie welkom is binnen de eigen grenzen. Uitzettingen kunnen op verschillende gronden plaatsvinden, meestal vanwege illegaal verblijf of het hebben gepleegd van in Turkije strafbare feiten.

Vraag 158

Hoe is op dit moment de uitwisseling van informatie en/of namen van mogelijke verdachten van terreur geregeld tussen de Europese lidstaten, Turkije en de Verenigde Staten? Hoe kan het dat de informatie niet steeds voor alle landen goed beschikbaar is? Is de internationale of Europese lijst van terreurverdachten niet compleet? Worden deze lijsten door alle landen nauwkeurig bijgehouden?

Nederland is gekoppeld aan alle relevante Europese en internationale systemen en databases voor het delen van informatie over mogelijke terrorisme verdachten. Deze personen worden gesignaleerd in het Schengen Information System (SIS II) en via de Interpol diffusions (Interpol opsporingslijst). Verder wordt de informatie over deze personen gedeeld met het Europol Information Systeem, het Focal Point Travellers van Europol, nu onderdeel van het European Counter Terrorism Center. Daarnaast worden in voorkomende gevallen de documenten van personen gesignaleerd in het SIS en SLTD van INTERPOL (Stolen and Lost Travel Documents). Er zijn daarnaast nationale «single points of contact» die 24 uur per dag 7 dagen per week beschikbaar zijn voor het delen van informatie. Deze systemen worden continu bijgewerkt. Met de Verenigde Staten en Turkije wordt via de kanalen van de politie diensten informatie gedeeld. Dit gebeurt onder de bilaterale en internationale afspraken die gemaakt zijn op het gebied van strafrechtelijke samenwerking en informatie-uitwisseling. Hierbij gaat het om de personalia van mogelijke verdachten alsmede relevante informatie. Beide landen hebben tevens toegang tot de Interpol diffusions, de Verenigde Staten maakt ook gebruik van het SLTD.

Vraag 159

Heeft Nederland al dan niet na het contact met de Belgische liaison zelf contact opgenomen met de Turkse autoriteiten? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 50.

Vraag 160

Waarom heeft België de gegevens van El Bakraoui niet ingevoerd in het signaleringssysteem van terreurverdachten? Houdt België deze informatie wel nauwkeurig bij?

Zie het antwoord op vraag 60.

Vraag 161

Is sowieso extra inspanning om meer informatie te krijgen bij terugkomst van (mogelijke) Syriëgangers niet altijd gewenst? Gebeurt dat op dit moment wel bij alle personen die uitgezet worden uit Turkije of andere omliggende landen?

Ja. Zoals ik in mijn brief van 24 maart jl. reeds uiteen heb gezet, zal ik er bij de Turkse autoriteiten op aandringen alle relevante informatie altijd te delen. Het is wenselijk dat de daartoe bevoegde autoriteiten zich inspannen alle relevante informatie beschikbaar te krijgen.

Vraag 162

Nemen de Belgische autoriteiten wel steeds contact op met de Turkse autoriteiten om meer informatie te krijgen bij uitzetting?

Ik kan geen mededelingen doen over de Belgische uitvoeringspraktijk.

Vraag 163

Waarom hebben de Duitse autoriteiten geen contact met Nederland opgenomen over hun onderdaan?

Het is voor mij niet mogelijk in te gaan op de operationele of andersoortige overwegingen om in een concrete casus wel of geen contact op te nemen met de Nederlandse autoriteiten.

Vraag 164

In uw brief schrijft u dat, nadat door België met Nederland contact was opgenomen, de Backoffice (LIRC) is geïnformeerd, naslag is gedaan, van de uitkomst door de LIRC verslag is gedaan aan de Nederlandse liaison in Turkije. Waarom is hierbij geen contact opgenomen met de Turkse autoriteiten?

Zie het antwoord op vraag 50.

Vraag 165

Kunt u aangeven of er na het telefoongesprek op 15 juli 2015 tussen de Belgische politieliaison en de Nederlandse politieliaison, door de Nederlandse autoriteiten contact is opgenomen met de Turkse autoriteiten om het bericht van de Belgische politieliaison te duiden? Waarom wel of waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 50.

Vraag 166

Kunt u een feitenrelaas aan de Kamer doen toekomen van alle ondernomen acties door de Nederlandse politieliaison na het telefoongesprek met zijn Belgische collega op 15 juli 2015 naar aanleiding van het bericht dat de Belgische autoriteiten informatie van de Turkse autoriteiten hadden ontvangen dat voor een Belgische onderdaan een vlucht naar Amsterdam zou zijn gefaciliteerd op 14 juli 2015? Is de naam van Ibrahim El-Bakraoui destijds geraadpleegd in Nederlandse, Europese of andere mogelijke inlichtingendiensten? Zo ja, op welk moment is dit gebeurd? Zo nee, waarom niet?

Zie hiervoor het antwoord op vraag 41 en de weergave van feiten in de brief van 24 maart 2016 (Kamerstukken 29 754 en 27 925, nr. 365).

Naar boven