Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529697 nr. 20

29 697 Gebiedsgerichte economische perspectieven en Regionaal Economisch Beleid

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 20 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2015

Hierbij informeer ik uw Kamer over de stand van zaken rond de uitvoering van de mkb samenwerkingsagenda die ik samen met provincies heb opgesteld.1 In deze agenda («Een gezamenlijke aanpak in mkb innovatieondersteuning») zijn door vertegenwoordigers van het provinciaal bestuur, MKB-Nederland, mkb-leden van de topteams en mij afspraken gemaakt over samenwerking en afstemming bij de inzet van mkb innovatie-instrumenten en mkb-dienstverlening.

De mkb samenwerkingsagenda bevat concrete afspraken op vier thema’s: mkb-innovatiestimulering, mkb-dienstverlening, de internationale omgeving van het mkb en het effectief ontsluiten van kennis- en informatie aan het mkb. Daarnaast zijn in de samenwerkingsagenda regiospecifieke afspraken opgenomen, die rekening houden met verschillen in regionale prioriteiten. Door op deze thema’s de regionaal economische structuur te verbinden met het topsectorenbeleid wordt het (innovatieve) mkb beter ondersteund en kunnen kansrijke bedrijven en innovaties beter doorgroeien naar een nationaal of internationaal niveau.

Belangrijke resultaten uit deze voortgangsrapportage (zie bijlage2) zijn:

  • de openstelling op 19 mei jl. van het onderling afgestemde pakket voor het instrument MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) met een totaal budget van € 50 mln (2014: € 32 mln). Dit MIT-pakket voorziet in meer uniformiteit en samenhang in de regelingen voor innovatieadvies, haalbaarheidsprojecten en R&D-samenwerkingsprojecten op landelijk en provinciaal niveau. Door de samenwerking tussen het Ministerie van Economische Zaken (EZ) en de provincies op MIT is voor ondernemers een meer geharmoniseerd en gestroomlijnd subsidie instrumentarium gerealiseerd. Ook zijn de kansen voor ondernemers om over grenzen van de eigen regio heen samen te werken sterk vergroot.

  • versterking van de regionale betrokkenheid in het instrument voor Vroege Fase Financiering (VFF) door regionale teams die hulp bieden aan ondernemers bij het opstellen van plannen en door regionale afspiegeling in de landelijke adviescommissie. Hierdoor kunnen ondernemers kwalitatief betere plannen opstellen en neemt de kans op financiering toe. De openstelling van VFF 2.0 met deze aanpassingen is op 2 juli as.

  • afspraken met regionale stakeholders over structurele cofinanciering van het Investor Relations programma. De afspraken zijn gericht op aanvulling van de Rijksbijdrage van € 1,25 mln. met 25% cofinanciering in 2015 en met 50% vanaf 2016. Met Innovation Quarter, West-Holland Foreign Investment Agency, Rotterdam Partners, Invest Zeeland, Invest Utrecht en Amsterdam in Business zijn inmiddels concrete afspraken gemaakt. Met de uitbouw van het programma kunnen de contacten met buitenlandse bedrijven in Nederland worden geïntensiveerd. Tevens krijgen de genoemde regionale organisaties een beter inzicht hoe buitenlandse bedrijven het vestigingsklimaat in hun regio waarderen en kunnen zij daarop gerichte maatregelen nemen.

Bij de uitvoering van de samenwerkingsagenda is een aantal uitgangspunten geformuleerd. Naast ruimte voor regionaal maatwerk en nationale prioriteiten gaat het om samenwerking op het kruisvlak van de Regionale Innovatiestrategieën en de agenda’s van de Topsectoren. Het Ministerie van EZ en provincies opereren hierbij als gelijkwaardige partners. Het Ministerie van EZ vanuit de verantwoordelijkheid voor het nationale beleid op het gebied van kennis, innovatie en ondernemerschap. De provincies vanuit hun verantwoordelijkheid voor en kennis van de regionale economische structuur. In de nieuwe provinciebesturen is draagvlak om op basis van deze uitgangspunten uitvoering te geven aan de mkb-samenwerkingsagenda. De afspraken in de samenwerkingsagenda sluiten goed aan bij de doelen, die in de coalitieakkoorden zijn gesteld.

Ik ben voornemens uw Kamer in het tweede kwartaal 2016 weer te informeren over de stand van zaken rond de uitvoering van deze agenda.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Kamerstuk 29 697, nr. 18

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl