29 689 Herziening Zorgstelsel

Nr. 388 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 april 2012

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in haar brieven van 15 maart en 29 maart jongstleden aangegeven voornemens te zijn om op 3 juli 2012 in een algemeen overleg van gedachten te wisselen over mijn brief over de risicoverevening in de Zorgverzekeringswet van 7 maart jongstleden (Kamerstuk 29 689, nr. 380). De vaste commissie wil daarbij het aangekondigde advies van de commissie-Don, vergezeld van mijn beleidsstandpunt, betrekken. De commissie verzoekt mij te bevorderen dat de commissie-Don ten behoeve van dit overleg een tussenrapportage uitbrengt.

In mijn brief over de instelling van de commissie evaluatie risicoverevening in de Zorgverzekeringswet (commissie-Don) van 8 november 2011 (Kamerstuk 29 689, nr. 363) aan uw Kamer heb ik aangegeven dat ik de commissie heb gevraagd uiterlijk in juni 2012 haar eindrapport te presenteren. Desondanks heb ik uw verzoek aan de commissie voorgelegd.

De commissie-Don heeft aangegeven dat een tussenrapportage niet haalbaar en ook niet noodzakelijk is. De commissie heeft aangegeven er naar te streven om het eindrapport in de tweede helft van mei vast te stellen. Het eindrapport zou dan eind mei begin juni beschikbaar komen. De commissie kan die versnelling echter niet garanderen. Tweede helft van juni blijft dus als uiterste termijn staan.

Indien de commissie inderdaad het eindrapport eind mei begin juni beschikbaar stelt dan streef ik naar verzending van mijn beleidsstandpunt aan uw Kamer vóór het geplande algemeen overleg van 3 juli 2012.

In mijn brief van 7 maart jongstleden heb ik aangegeven dat ik bereid ben om in juni verder inzicht te bieden in de vorderingen in het proces van besluitvorming over de risicoverevening. Ik zal uw Kamer in de tweede helft van die maand de uitkomsten van het onderzoeksprogramma en een voorstel voor potentiële modelverbeteringen voor het volgende jaar doen toekomen. In het bijzonder zal ik uw Kamer informeren over het onderzoek naar de mogelijkheden om in de risicoverevening rekening te houden met voorspelbare kosten van verzekerden met een AWBZ-indicatie. Ik zal tevens aandacht besteden aan de mogelijke inzet van ex post compensaties en de eventuele gevolgen daarvan voor de solvabiliteitseisen.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers

Naar boven