Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 mei 2026
U heeft mij op 20 mei jl. gevraagd om een reactie te geven op «de brieven van de Waddeneilanden
inzake het Beleidskader Natuur Waddenzee» voor het Commissiedebat Natuur van 4 juni
a.s. Het betreft twee brieven, te weten een brief namens de regionale overheden, waterschappen
en kustgemeenten van 22 april jl. en een brief van de gezamenlijke Waddeneilanden
over het Beleidskader Natuur Waddenzee van 23 april jl. aan mijn ministerie.
In de afgelopen periode is er gewerkt aan het opstellen van het Beleidskader Natuur
Waddenzee (Beleidskader). Stakeholders en overheden zijn daarbij nauw betrokken. In
de maand april zijn er bijeenkomsten georganiseerd (via een zgn. «roadshow») om het
in ontwikkeling zijnde Beleidskader toe te lichten aan stakeholders, provincies, gemeenten
en waterschappen. Hen is gevraagd om schriftelijke reactie te geven op het concept
Beleidskader. Beide brieven vormen de schriftelijke inbreng van de Waddengemeenten
en de waterschappen naar aanleiding van die roadshow.
Uit de brieven spreekt een sterke betrokken- en verbondenheid met het Waddengebied.
In de brief van 22 april jl. geven de betreffende overheden onder meer aan: «het belang van natuurherstel en het terugdringen van druk op de Waddenzee te onderschrijven.
Het Beleidskader blijft helaas steken op het abstracte niveau van beleidsopgaven en
drukfactoren, zonder inzicht te bieden in de realisatie van natuurdoelen en concrete
gevolgen per gebied, sector en type activiteit». De Waddeneilanden geven in hun brief van 23 april jl. onder meer aan: «de gezamenlijke Waddeneilanden hechten grote waarde aan het herstellen, behouden
en versterken van de natuur in de Waddenzee. Maar dit mag nooit ten koste gaan van
de leefbaarheid. De geïsoleerde ligging en de kleine omvang van de eilanden vragen
aandacht voor deze leefbaarheid bij de uitgangspunten voor het Beleidskader Natuur
Wadden. Het herstel, behoud en versterken van de natuur mag niet leiden tot een verlaging
van de leefbaarheid en duurzame bereikbaarheid van de eilanden».
Ik heb begrip voor de zorgen van de betrokken overheden en ben en blijf daar met hen
over in gesprek. Met de ontwikkeling van het Beleidskader Natuur Waddenzee geef ik
samen met de Minister van IenW invulling aan de motie Tjeerd de Groot en Bevers (Kamerstuk
29 684, nr. 224) om «een beleidskader op te stellen vanuit de hoofddoelstelling natuur en met oog
voor de leefbaarheid, en daarbij draagvlak te zoeken bij betrokkenen». Om het economisch
gebruik van de Waddenzee, waaronder voldoende ruimte en toekomstperspectief voor de
visserij, ook op langere termijn mogelijk te maken, is er een samenhangend kader nodig.
Met het op te stellen Beleidskader wil ik ondernemers en gebruikers van de Waddenzee
duidelijkheid geven over welke activiteiten onder welke voorwaarden mogelijk zijn.
Dit doe ik op basis van de gemeten staat van de Waddenzeenatuur, met aandacht voor
sociaaleconomische effecten. Na vaststelling van de opgaven voorzie ik een implementatiefase
waarin partijen de gelegenheid krijgen voorstellen te doen ter vermindering van de
impact van specifieke gebruiksfuncties. Op het moment dat duidelijk is welke maatregelen
nodig zijn, kunnen ook de sociaaleconomische aspecten in beeld worden gebracht. Sociaaleconomische
afwegingen zullen in het proces gelijktijdig en integraal worden meegewogen.
De reacties van de regionale overheden, zijnde de kustgemeenten, de waterschappen
en de Waddeneilanden zullen worden betrokken bij het verdere proces om te komen tot
het Beleidskader en de uitwerking daarvan. Dat geldt ook voor de binnengekomen reacties
van de stakeholders en de provincies. Het concept Beleidskader zal worden besproken
in het Bestuurlijk Overleg Waddengebied van 15 juni a.s. Ik kan daarom niet vooruitlopen
op de uitkomst van dat overleg en zal u na afloop informeren.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen