Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029684 nr. 205

29 684 Waddenzeebeleid

32 849 Mijnbouw

Nr. 205 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 augustus 2020

Tijdens het notaoverleg van 27 mei 2020 Mijnbouw Groningen (Kamerstuk 33 529, nr. 769) heeft het lid Van Raan (PvdD) mij een aantal vragen gesteld over zandsuppleties in relatie tot de delfstoffenwinning onder de Waddenzee. Deze brief geeft invulling aan mijn toezegging om op deze vragen terug te komen.

Waarom zandsuppleties?

Rijkswaterstaat voert zandsuppleties uit om de (natuurlijke) erosie van de kustlijn tegen te gaan. Dit wordt gedaan om landinwaartse verplaatsing van de kustlijn in Nederland te voorkomen en daarmee de veiligheid tegen overstroming te waarborgen. Ook heeft het kustbeleid (o.a. Deltaprogramma, Nationaal Waterplan II) als doel om het kustfundament duurzaam in evenwicht te houden met de zeespiegelstijging. Met dit beleid worden ook diverse andere functies langs de kust in stand gehouden. Deze doelstellingen worden gerealiseerd door het uitvoeren van zandsuppleties.

De Waddenzee en zandsuppleties

Het meegroeien van de Waddenzee met de stijgende zeespiegel is een autonome respons van het dynamisch systeem van de Waddenzee. Het meegroeien van de Waddenzee onttrekt zand aan de zandvoorraad van de kusten van de Waddeneilanden wat zorgt voor een achteruitgang van de kustlijn. Met zandsuppleties wordt de zandvoorraad van de kust op orde gehouden en achteruitgang van de kustlijn voorkomen. Er vinden daarom reguliere zandsuppleties plaats ongeacht of er sprake is van gaswinning onder de Waddenzee. Door de gaswinning onder de Waddenzee en de daardoor veroorzaakte bodemdaling (tijdens en na productie) ontstaat er vanuit de morfologische dynamiek van de Waddenzee een extra vraag naar zand. Dit heeft tot gevolg dat de kusten van de Waddeneilanden sneller eroderen en er extra suppleties nodig zijn om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven.

Hoe vindt zandsuppletie plaats?

Rijkswaterstaat voert zandsuppleties uit. Deze handhaving van de basiskustlijn is een wettelijke taak op grond van de Waterwet. Reguliere zandsuppleties vinden doorgaans eens in de 3 á 6 jaar plaats. Het zand wordt gewonnen op de Noordzee, buiten de 20 meter dieptelijn en buiten het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone. Het zand wordt vervolgens per schip naar de kustzone getransporteerd. Het wordt aldaar per leiding op het strand aangebracht (strandsuppletie) dan wel op de vooroever gestort tussen het strand en de 20 meter dieptelijn, afhankelijk van het gebruikte schip meestal op dieptes van 5 tot 8 meter (vooroeversuppletie). Er moet opnieuw worden gesuppleerd zodra er zoveel zand is afgevoerd dat opnieuw kusterosie begint op te treden. Aanvullend op deze suppleties om de basiskustlijn te handhaven worden kustfundament suppleties uitgevoerd om het zandvolume in het kustfundament aan te vullen.

Effecten zandsuppleties

De effecten van de extra zandsuppleties voor de bodemdaling als gevolg van de delfstofwinning in de Waddenzee op de beschermde habitats en soorten in de betrokken Natura 2000-gebieden (Waddenzee en Noordzeekustzone) zijn onderzocht in de passende beoordelingen behorende bij het rijksprojectbesluit en de vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) met betrekking tot de Delfstofwinning onder de Waddenzee. De uitkomst van deze beoordelingen was dat de extra suppleties niet leiden tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied, mits aan bepaalde voorwaarden voldaan werd. Met het oog hierop zijn in de Wnb-vergunningen voor de productielocaties en in het besluit tot instemming met het winningsplan eisen gesteld aan de benodigde extra suppleties. De effecten van de winning van suppletiezand op de Noordzee zijn onderzocht in het MER Winning suppletiezand Noordzee.

Overeenkomst

De NAM en Frisia Zout hebben ter uitvoering van hun verplichtingen een overeenkomst met de staat (Rijkswaterstaat) gesloten, welke inhoudt dat Rijkswaterstaat met inachtneming van de in de betreffende vergunningen genoemde voorwaarden in het kader van de reguliere vooroeversuppleties zo’n hoeveelheid extra zand zal suppleren, dat ook voorzien wordt in de extra vraag naar zand ten gevolge van de gas- en zoutwinning. Voor alle suppleties geldt dat voordat ze daadwerkelijk worden uitgevoerd, ze ecologisch beoordeeld worden (op basis van exacte locatie, hoeveelheid en uitvoeringsperiode). Waar nodig wordt aanvullend onderzoek gedaan, passend beoordeeld en in sommige gevallen ook apart een vergunning aangevraagd voor de suppletie, als niet aan de eisen van het Natura 2000-beheerplan kan worden voldaan.

Hiermee is gewaarborgd dat de zandsuppleties – onder de gestelde voorwaarden – veilig en verantwoord kunnen worden uitgevoerd en er dus geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Noordzeekustzone of een ander Natura 2000-gebied.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes