Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629684 nr. 125

29 684 Waddenzeebeleid

Nr. 125 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 maart 2016

Naar aanleiding van mijn toezegging in het AO Wadden van februari vorig jaar (Kamerstuk 33 450, nr. 29) om nog aanvullend onderzoek te doen om op grond van de meest actuele gegevens vast te stellen of negatieve effecten ten gevolge van nachtelijk snelvaren met watertaxi’s op de Wadden kunnen worden uitgesloten, informeer ik u hierbij, mede namens de Staatssecretaris van EZ, over het onderzoek en mijn besluit.

De uitkomst van het aanvullend onderzoek uitgevoerd door Witteveen en Bos (zie bijlage1) toont aan dat negatieve effecten in het kader van de Natuurbeschermingswet niet kunnen worden uitgesloten.

Aangezien de Natuurbeschermingswet eist dat negatieve effecten moeten zijn uitgesloten bij nieuwe ontwikkelingen, kan ik nu niet besluiten de bestaande vaarroutes voor snelvaren overdag aan te wijzen voor snelvaren ’s nachts.

Als echter in een specifiek geval op basis van een «Passende beoordeling» wordt aangetoond dat negatieve effecten wel kunnen worden uitgesloten, kan de betreffende provincie op basis hiervan vergunning verlenen voor deze specifieke aanvrager en zal ik vervolgens het betreffende vaarwater in de «Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995» aanwijzen.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl