29 683 Dierziektebeleid

Nr. 144 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 december 2012

Op 5 juli 2012 heeft uw Kamer de motie van het lid Van Gerven (29 683, nr. 129) aangenomen. Met die motie verzoekt de Kamer de regering om een einde te maken aan de huidige opzet waarin de private Gezondheidsdienst voor Dieren (verder: GD) overheidstaken uitvoert, en verzoekt de regering deze taken terug te nemen van de GD dan wel een overheidsdienst van de GD te maken.

De GD is een private organisatie die zich primair richt op tweedelijns diergezondheidszorg ten behoeve van het bedrijfsleven (veehouders, dierenartsen en het georganiseerde bedrijfsleven). Daarnaast is de GD in beperkte mate een dienstverlenende organisatie voor de Rijksoverheid. Daarom vind ik het niet voor de hand liggend om van de GD een overheidsdienst te maken. Over eventuele terugname van overheidstaken wil ik u als volgt berichten.

De GD is momenteel uitvoerder van een aantal overheidstaken die voortvloeien uit Europese en nationale regelgeving, waaronder medebewindsverordeningen van het productschap Vee en Vlees en het productschap Pluimvee en Eieren. De belangrijkste taken hebben betrekking op:

  • 1. de registratie van varkens (I&R varkens) en de registratie van unieke bedrijfsnummers (UBN’s) van bedrijven gericht op de handel, opvang en fokken van honden en katten (Honden- en kattenbesluit 1999).

  • 2. (laboratorium)onderzoek naar de aanwezigheid van bepaalde aangewezen besmettelijke dierziekten.

Ad 1.

De bij de GD belegde overheidstaken op het terrein van registratie ben ik van plan op korte termijn terug te nemen. Overigens is de voorbereiding van de terugname van I&R varkens al eerder, los van uw motie, in gang gezet in overleg met de sectororganisaties onder aansturing van het productschap Vee en Vlees. Daarnaast zal Dienst Regelingen, na de inwerkingtreding van het Besluit gezelschapsdieren (het ontwerpbesluit is thans in behandeling bij het parlement in het kader van een zogenoemde voorhangprocedure), de registratie van UBN’s van bedrijven gericht op de handel, opvang en fokken van honden en katten overnemen.

Ad 2.

Onderzoek naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten vindt plaats in diverse private laboratoria, waaronder de GD. Laboratoria die onderzoek naar besmettelijke dierziekten (willen) doen, moeten voldoen aan de eisen die aan laboratoria worden gesteld in de EU-verordening 882/20041 of aan vergelijkbare nationale regelgeving2. Namelijk, dat het laboratorium en de gebruikte testmethode zijn geaccrediteerd en geëvalueerd volgens ISO-norm 17025. Op deze wijze wordt geborgd dat het onderzoek door de private laboratoria betrouwbaar en van goede kwaliteit is. Bij onderzoek naar nieuwe dierziekten (bijvoorbeeld naar de aanwezigheid van Schmallenberg, dat recent door de GD is uitgevoerd) ontbreekt meestal een geaccrediteerde testmethode. Dan stel ik als voorwaarde dat het laboratorium tenminste voldoet aan voormelde ISO-normen en voldoende gekwalificeerd personeel heeft.

Omdat verplichte laboratoriumonderzoeken worden verricht met het oog op behoud van diergezondheid en volksgezondheid dient de kwaliteit en de betrouwbaarheid ervan voldoende gewaarborgd te zijn. Gelet op het bestaande wettelijke kader zie ik geen reden het bij de GD belegde laboratoriumonderzoek terug te nemen. De tijdige herkenning van een besmettelijke dierziekte is bovendien gewaarborgd doordat laboratoria, zoals de GD, positieve testuitslagen direct dienen te melden aan de NVWA.

De belangrijkste niet-wettelijke taak van de GD is de zogeheten basismonitoring van de GD. De basismonitoring kent een basis in de motie Waalkens/Ter Veer (TK II, 2000–2001, 27 400 XIV, nr. 23) en is van belang als early warning instrument, in aanvulling op de wettelijke meldplicht voor besmettelijke dierziekten bij de NVWA. De basismonitoring richt zich onder andere op het opsporen van onbekende aandoeningen (emerging diseases) en uitbraken van bekende aandoeningen die niet endemisch in Nederland voorkomen. In het kader van deze monitoring wordt door de GD, naar aanleiding van een vrijwillige melding van een veehouder of zijn dierenarts, dierlijk materiaal onderzocht. Zo heeft de GD recentelijk de Schmallenberg epidemie ontdekt. De signalen uit de basismonitoring worden periodiek en in voorkomend geval direct met mijn ministerie gedeeld. Daarnaast worden deze in het zogeheten signaleringsoverleg zoönosen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gecombineerd met signalen van onder andere GGD’s. Ik wil laten onderzoeken of de bestaande afspraken met de GD voldoende waarborgen bieden dat de relevante signalen van veterinaire en humane risico’s de overheid zo snel als mogelijk bereiken en tegelijkertijd zo min mogelijk signalen worden gemist.

Daarom heb ik opdracht gegeven tot een onafhankelijke evaluatie naar de basismonitoring. De GD heeft aangegeven volledig mee te werken aan dit onderzoek. Zodra dit onderzoek is afgerond zal ik uw Kamer daarover informeren.

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU 2004, L 165)

X Noot
2

Hier wordt verwezen naar de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria, van 16 februari 2006.

Naar boven