Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229683 nr. 140

29 683 Dierziektebeleid

Nr. 140 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 augustus 2012

Op 15 september 2010 informeerde mijn voorganger u over een advies van het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering (BURO) over de microbiologische risico’s van schapenwol (Kamerstuk 29 683, nr. 59). In het rapport van BURO wordt geadviseerd alle schapen in Nederland te vaccineren tegen Chlamydia abortus (voorheen Chlamydophilose genoemd). In haar brief heeft mijn voorganger u toegezegd de noodzaak en mogelijkheden voor een vaccinatiecampagne tegen Chlamydia abortus te onderzoeken. Met deze brief wil ik u mede namens de minister van VWS informeren over de resultaten van dit onderzoek en het advies van het Deskundigenberaad zoönosen dat ik hierover heb ontvangen op 27 juli 2012.

Uit het prevalentieonderzoek dat is uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) blijkt dat de prevalentie van Chlamydia abortus met name onder melkschapen en melkgeiten in Nederland hoog is. Chlamydia abortus is een zoönose. De resultaten van het prevalentieonderzoek gaven aanleiding om advies te vragen van het Deskundigenberaad-zoönosen. Op 27 juli jl. hebben de minister van VWS en ik het advies ontvangen over de aard en omvang van het risico van Chlamydia abortus voor de mens en eventueel benodigd vervolgonderzoek. Het advies is als bijlage bij deze brief opgenomen1.

Zoals u in het advies kunt lezen achten de deskundigen het risico voor de volksgezondheid verwaarloosbaar.

Voor specifieke (beroeps)groepen die in direct contact komen met besmette dieren of dierlijke materialen zijn wel risico’s aanwezig. Er zullen gericht op deze groepen, vooral door de deskundigen zelf, verschillende acties in gang worden gezet.

  • Deskundigen zullen communicatie verbeteren over preventieve maatregelen tegen C. abortus aan groepen met een hoger blootstellingsrisico. Voornamelijk zwangere vrouwen binnen deze groepen lopen een kans om ernstig ziek te worden. Bestaande adviezen ter bescherming van andere zoönosen, zoals het vermijden van (in)direct contact met schapen en geiten bij het lammeren, zullen opnieuw worden benadrukt.

  • Medisch microbiologen zullen samen met het RIVM diagnostiek verbeteren en bekend maken bij betrokken beroepsgroepen.

  • Voor veehouders geldt reeds een meldplicht voor een toename van abortussen op een bedrijf en er zijn hygiëneprotocollen opgesteld voor melkgeiten en -schapenhouderijen in het kader van Q-koorts. De ministeries van EL&I en VWS zullen de meldplicht en bestaande hygiëneprotocollen nogmaals onder de aandacht brengen.

Het advies van het Deskundigenberaad geeft geen aanleiding om alle schapen in Nederland verplicht te vaccineren tegen Chlamydia Abortus. Vaccinatie van schapen is wel mogelijk. Er is een vaccin met een Nederlandse registratie, dat als het goed is nog dit jaar beschikbaar komt op de Nederlandse markt. Tot die tijd kan gebruik gemaakt worden van een vaccin dat geregistreerd is in Frankrijk, Engeland en Spanje.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.