Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629675 nr. 183

29 675 Zee- en kustvisserij

Nr. 183 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 maart 2016

Met deze brief beantwoord ik, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), uw brief van 12 februari 2016 waarin u namens de vaste commissie voor Economische Zaken verzoekt om de evaluatie van de pilot wolhandkrab en de reactie van het kabinet hierop aan uw Kamer te sturen.

Zoals in een eerdere beantwoording op vragen van uw Kamer is aangegeven (Kamerstuk 29 675, nr. 177), refereert u in bovenstaande brief aan een pilot die als particulier initiatief door visserijbedrijf Klop uit Hardinxveld-Giessendam aan mijn voorganger is voorgelegd. De evaluatie van de pilot is op 29 september 2015 door adviesbureau Apesca namens het visserijbedrijf aan mijn voorganger gestuurd. U vindt de evaluatie alsmede de begeleidende brief bijgesloten1.

Zoals in bovengenoemde brief beschreven, is in de pilot alleen de vangst- en transportfase getest. Mijn reactie richt zich daarom ook op de in de pilot geteste en geëvalueerde fase. Uit de beoordeling van het concept-controleprotocol, door het door visserijbedrijf Klop ingehuurde bedrijf SGS, blijkt dat de nodige verbeterpunten nog door te voeren zijn in dit protocol. Deze verbeterpunten worden door SGS gezien als aannemelijke aanloopproblematiek, inherent aan de pilotfase.

Punt van zorg is echter de kritiek van SGS op een cruciaal onderdeel van de pilot: niet veilig gesteld is het bewaren van de gegevens in het vangstregistratiesysteem en de minimumperiode dat deze gegevens zouden moeten worden bewaard. Zolang hiervoor geen bestendige oplossing is gevonden, belemmert dit de volledige traceerbaarheid van de productstromen. Dit bevestigt dat op dit moment het controleprotocol dan ook niet de noodzakelijke garanties geeft om de kans voldoende uit te sluiten op het in de handel brengen van met dioxine vervuilde wolhandkrab en mogelijke bijvangst van met dioxine vervuilde aal.

Mijn conclusie op dit moment is dat de evaluatie van het controleprotocol een aantal onvolkomenheden aanwijst die moeten worden ondervangen. Daarnaast is de verwerkingsfase in deze pilot nog niet getest, maar wel relevant voordat besloten kan worden over eventuele commerciële toepassing. Derhalve kan hierover nu geen besluit worden genomen.

Ten slotte maak ik mij overigens zorgen over de nalevingsbereidheid van de sector in het gebied. Zo is er in 2015 bij toezicht 7 keer geconstateerd dat een beroepsvisser viste op aal of wolhandkrab in de voor deze visserij permanent gesloten gebieden. Mede daarom hecht ik zeer aan een goed en sluitend systeem met de juiste waarborgen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl