Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 oktober 2015
Op 1 juli jl. heb ik uw Kamer tijdens het VAO Visserijbeleid (Handelingen II 2014/15,
nr. 103, item 44) toegezegd te onderzoeken wat het voornemen is van het Verenigd Koninkrijk (VK) en
Duitsland met betrekking tot de flyshoot en wat in de wetenschappelijke literatuur
bekend is over de effecten op de bodem van de flyshootvisserij.
Posities van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland
In mei 2013 hebben de vier landen VK, Duitsland, Denemarken en Nederland overeenstemming
bereikt over een maatregelenpakket voor de Doggersbank. Dat pakket heeft betrekking
op bodemberoerende visserij op de Doggersbank. De flyshootmethode valt buiten dit
overeengekomen pakket van maatregelen.
Het VK en Denemarken willen de flyshootvisserij op de Doggersbank toestaan. Nederland
en Duitsland hebben tot op heden het standpunt ingenomen dat in principe elke bodem
beroerende visserij onder een verbodsregime zou moeten vallen. Het VK en Denemarken
zijn van mening dat de veronderstelde geringe effecten van de flyshootvisserij in
combinatie met de zeer lage intensiteit op de Doggersbank deze visserij niet tot een
bedreiging maken voor de realisatie van de gestelde doelen. Deze veronderstelde geringe
effecten worden niet bestreden door de andere partijen. Inmiddels heeft Duitsland
een compromis in bespreking gebracht.
Onderzoek
Tegelijkertijd concludeer ik dat op basis van de recente literatuur die beschikbaar
is, er nog onzekerheid bestaat over de effecten van de flyshootvisserij op de bodemecologie.
De beschikbare informatie wijst niet in de richting van grote of onomkeerbare effecten,
maar deze effecten kunnen wel verschillen van locatie tot locatie. Uit recent onderzoek
van IMARES, van prof. Rijnsdorp (IMARES Rapport C065/15, Flyshootvisserij in relatie met de instelling ban bodembeschermende
maatregelen voor het Friese Front en de Centrale Oestergronden, mei 2015), blijkt dat geen empirische studies zijn uitgevoerd naar de effecten op de bodem
van de flyshoot. In de dynamische kustgebieden is de inschatting dat de flyshootvisserij
een verwaarloosbare invloed heeft op benthische gemeenschappen die gekarakteriseerd
worden door kort levende soorten die aangepast zijn aan een hoog niveau van natuurlijke
verstoring als gevolg van de golfactie en de ondiepte. Wat de Doggersbank betreft
is de inschatting dat ondanks het dynamische karakter van de Doggersbank zich daar
relatief veel lang levende soorten bevinden die gevoeliger kunnen zijn voor de impact
van de flyshoot (Rijnsdorp, Bos, Slijkerman, Flyshoot impact assessment Natura 2000 and KRM areas NCP, in prep.). Deze bestaande kennislacune is in het hart geweest van de discussie tussen
de Doggersbank-landen. Bovendien zou de druk op de visserij met de flyshoot kunnen
toenemen als andere technieken zoals de boomkor met de wekkerkettingen worden verboden.
Gezien het feit dat precieze getallen over aantallen vaartuigen en de effecten van
de flyshoot niet bekend zijn, heeft het de voorkeur van Nederland en Duitsland dat
de effecten van deze vorm van visserij goed worden onderzocht alvorens hierover een
besluit te nemen.
Daarom heeft Duitsland recentelijk het plan gelanceerd om empirisch onderzoek te doen
op de Doggersbank. Daartoe zou dan een referentiegebied aangewezen moeten worden zonder
bodemberoerende visserij dat kan dienen als controlegebied voor de overige delen van
de Doggersbank. In die overige delen zou de flyshootvisserij dan wel kunnen worden
toegestaan. Dit voorstel zou tegemoet komen aan de behoefte aan beter onderbouwde
onderzoeksresultaten. Een definitief besluit over deze vorm van visserij kan dan worden
genomen na een evaluatieperiode. Dan kan daarin tevens de ontwikkeling van de visserij
naar omvang en locatie worden betrokken. Dit voorstel zal binnenkort tussen de betrokken
landen worden besproken.
Conclusie
Alvorens een besluit te nemen over de toekomst van de flyshootvisserij op de Doggersbank
wil ik het gesprek hierover in de Doggersbank Stuurgroep afwachten. Het is daarbij
mijn inzet om met de Doggersbank landen tot overeenstemming te komen over een onderzoekstraject
om op die manier tot onderbouwde maatregelen te komen.
Voor de Klaverbank is de situatie dat, zo blijkt uit het IMARES-rapport, dat dit vistuig
gevolgen kan hebben voor de weke en fragiele structuren die zich daar bevinden. Om
die reden zal ik dit vistuig verbieden specifiek in die gebieden waar het habitattype
riffen zich bevindt.
Wat betreft de bodembescherming op de Centrale Oestergronden en de bodem van het Friese
Front is het stakeholdersoverleg nog gaande. In dit overleg wordt gesproken over bodembeschermende
maatregelen inclusief de rol van de flyshoot mede op basis van de recente deskstudie
van prof. Rijnsdorp, andere recente informatie en studies over natuurwaarden en visserij
in deze gebieden, en een maatschappelijke kosten-batenanalyse.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
S.A.M. Dijksma