29 644
Nota Mobiliteit

nr. 121
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VERKEER EN WATERSTAAT EN VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 augustus 2005

Hierbij sturen wij u het Kabinetsstandpunt (PKB deel III) inzake de Nota Mobiliteit. Dit kabinetsstandpunt doorloopt de procedure van de Planologische kernbeslissing, zoals aangegeven in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Daarnaast wordt de procedure voor de totstandkoming van de Nota Mobiliteit gereguleerd door de Planwet Verkeer en Vervoer.

Met de Nota Mobiliteit sturen wij u ook Uitvoeringsagenda van de Nota Mobiliteit, de Resultaten inspraak & advies en bestuurlijk overleg (PKB-deel II) en het eindrapport van de werkgroep Gebruiksvergoedingen Goederenvervoer.

Nota Mobiliteit: Naar een betrouwbare en voorspelbare bereikbaarheid

De Nota Mobiliteit werkt de ruimtelijke strategie voor verkeer en vervoer, zoals beschreven in de Nota Ruimte, nader uit en geeft hoofdlijnen van het nationale verkeers- en vervoersbeleid voor de periode tot en met 2020. Centraal staat dat mobiliteit een noodzakelijke voorwaarde is voor economische en sociale ontwikkeling. Een goed functionerend systeem voor personen- en goederenvervoer en een betrouwbare bereikbaarheid zijn essentieel om de economie en de internationale concurrentiepositie van Nederland te versterken. Met het beleid van de Nota Mobiliteit verbetert ook de verkeersveiligheid en wordt bijgedragen aan het realiseren van (inter)nationale wettelijke en beleidsmatige doelen en eisen op het gebied van de kwaliteit van de leefomgeving.

De Nota Mobiliteit PKB deel I «het beleidsvoornemen» heeft gedurende de periode van 18 oktober tot 31 december 2004 ter inzage gelegen. Uit de inspraakreacties blijkt dat de algemene visie van het beleidsvoornemen door de insprekers wordt gedeeld. De inspraakreacties zijn samen met de adviezen van de Sociaal Economische Raad, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en het verslag van de Overlegorganen Verkeer en Waterstaat gebundeld in PKB deel II «Resultaten Inspraak en advies»1. In de Nota Mobiliteit PKB deel III, heeft het Kabinet, mede op basis van de inspraakreacties en de adviezen zijn standpunt bepaald. Ten opzichte van de PKB deel I (het beleidsvoornemen) zijn met name de volgende onderdelen verder uitgewerkt: de visie op het openbaar vervoer, de versnelling van de aanleg van infrastructuur, anders betalen voor mobiliteit, luchtkwaliteit, mobiliteitsmanagement en innovatie. Voor wat betreft de onderdelen anders betalen voor mobiliteit en de visie op het openbaar vervoer heeft het kabinet de aanbevelingen van de commissies onder de leiding van de heren Nouwen respectievelijk Winsemius in hoofdlijnen overgenomen.

Decentrale overheden ondersteunen inzet Nota Mobiliteit

De Nota Mobiliteit is in nauwe samenwerking met de bestuurlijke partners uit het Nationaal Mobiliteitsberaad tot stand gekomen. In het afrondend bestuurlijk overleg op 9 juni 2005 hebben de decentrale overheden met de hoofdlijnen van de Nota Mobiliteit ingestemd en hebben ze de ingezette weg van verdere decentralisatie ondersteund. De decentrale overheden wijzen er nadrukkelijk op dat de uitkomsten van de netwerkanalyses meegenomen moeten worden bij de tussentijdse evaluatie van de BDU in 2007 en dat de infrastructuurplanning niet tot 2020 moet worden «dichtgetimmerd».

Uitvoeringsagenda: van Nota naar Mobiliteit

Om stapsgewijs de werkwijze en de doelstellingen uit de Nota Mobiliteit te realiseren, is een Uitvoeringsagenda opgesteld. In deze agenda staat hoe de overheden samen met bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen uitvoering willen geven van het in de Nota Mobiliteit geschetste beleid.

De Uitvoeringsagenda beschrijft concreet welke overheden de komende jaren wat gaan doen. Jaarlijks wordt over de voortgang van de uitvoering gerapporteerd. Deze rapportage vormt de basis voor het overleg met de Tweede Kamer, de decentrale overheden, de marktpartijen en maatschappelijke organisaties.

Interdepartementaal Beleidsonderzoek Gebruiksvergoedingen Goederenvervoer

In het Interdepartementaal Beleidsonderzoek gebruiksvergoedingen goederenvervoer1 zijn de lange-termijneffecten onderzocht van gebruiksvergoedingen voor het goederenvervoer over weg, water en spoor voor de kosten van beheer en onderhoud van rijksinfrastructuur. De kabinetsreactie volgt in een later stadium.

Conclusie

Het kabinet is van mening dat met de in deel III van de Nota Mobiliteit beschreven beleidsvoorstellen er een gedegen en onderbouwd Nationaal Verkeers- en Vervoersplan ligt voor de komende 15 jaar.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Karla Peijs

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Sybilla M. Dekker


XNoot
1

I.v.m. het toevoegen van een voetnoot.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven