Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2017
Hierbij bied ik u aan het rapport van de Raad voor de Rechtshandhaving (verder: de
Raad) over het initieel politieonderwijs ten behoeve van het Korps Politie Caribisch
Nederland1 (hierna: het KPCN). De Raad heeft eind 2016 onderzoek verricht naar de kwaliteit
van het initiële politieonderwijs na een eerder positief bevonden oriënterend onderzoek
in 2013. De nadruk in dit onderzoek lag bij de Politieacademie (hierna: PA) als aanbieder
van dit onderwijs en bij het KPCN als afnemer.
Het stemt mij tot tevredenheid dat de Raad heeft geconstateerd dat de Politieacademie
erin is geslaagd goede initiële politieopleidingen te verzorgen voor het KPCN en dat
het korps erin is geslaagd de randvoorwaarden te creëren voor vruchtbare praktijkperioden.
De Raad stelt daarbij vast dat de Politieacademie en het KPCN, een korps in opbouw,
door middel van de initiële opleidingen aspiranten hebben opgeleid maar ook zittende
medewerkers verder hebben geprofessionaliseerd. Voor ongeveer een derde van de totale
bezetting van het korps zijn vooral Caribisch Nederlandse medewerkers opgeleid tot
niveau drie (MBO3) en niveau vier (MBO4) van het middelbaar beroepsonderwijs, respectievelijk
tot politiemedewerker en tot allround politiemedewerker. Een prestatie van formaat
volgens de Raad van zowel de Politieacademie als van alle betrokkenen van het KPCN.
Ik wijs er in dit verband op dat het positieve resultaat ook geplaatst moet worden
in het licht van verhouding tussen de gevraagde grote inspanning en het per definitie
beperkte mogelijkheden van een klein korps. Het betreft hier de primaire opleiding
van een korps met een formatie van iets meer dan 150 fte. Deze observatie geldt overigens
voor veel meer terreinen dan alleen politie-onderwijs op de BES.
De Raad oordeelt positief over de kwaliteit van de opleidingen en doet tevens enkele
aanbevelingen die gericht zijn op het borgen en bestendigen van het politieonderwijs.
De Raad komt tot deze aanbevelingen vanuit de constatering dat het KPCN en daarmee
ook de huidige inrichting van het politieonderwijs in Caribisch Nederland nog maar
een korte bestaansperiode kent waarbij de afgelopen jaren met succes is gepionierd
met opleidingen die een projectmatig karakter hebben.
Ik onderschrijf dat het politieonderwijs voor de verdere toekomst goed moet worden
bestendigd omdat dit onderwijs in de afgelopen jaren, zowel initieel als post-initieel,
niet enkel heeft bijgedragen aan de kwalitatieve ontwikkeling van het KPCN maar ook
van de kustwacht en van de korpsen in de regio middels regionale samenwerking. Zo
maken de kustwacht en het politiekorps van Sint Maarten gebruik van de niveau drie
opleiding (MBO3) tot politiemedewerker zoals deze is ontwikkeld voor het KPCN. Tevens
heb ik tot 2020 capaciteit van de Politieacademie beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling
van noodzakelijke politiële expertise voor de korpsen in de regio op het gebied van
opsporing en informatie.
Ministerie van Veiligheid en Justitie en de Politieacademie
De voornaamste aanbevelingen van de Raad aan mijn ministerie en de Politieacademie
zijn het activeren van een programmaraad, het opstellen van een kwalificatiedossier
voor de niveau vier opleiding tot allround politiemedewerker alsmede het vaststellen
van deze kwalificatiedossiers voor beide opleidingen met vertegenwoordiging uit het
werkveld. Ik zal daartoe de programmaraad, waarin ook het werkveld is vertegenwoordigd,
verzoeken bijeen te komen met speciale aandacht voor de kwalificatiedossiers van beide
opleidingen waaronder de vaststelling van deze dossiers in samenwerking met de Politieonderwijsraad
(POR).
Politieacademie
De Raad beveelt de Politieacademie aan onderzoek te verrichten naar de opbrengsten
van de opleiding C-COP, de realisatie van een «pagina Cariben» op het digitale kennisplatform
van de Nederlandse Politie (genaamd Kompol) alsmede het borgen van beide initiële
politieopleidingen in de organisatiestructuur.
Ik heb deze aanbevelingen onder de aandacht gebracht van de directeur van de Politieacademie,
hem gevraagd onderzoek te verrichten naar de opbrengst van de initiële politieopleiding
tot politiemedewerker en mij te informeren over de mogelijkheden tot het bestendigen
van de initiële politieopleidingen in de organisatiestructuur van de Politieacademie.
In het kader van regionale samenwerking tussen de lokale politiekorpsen en de Nationale
Politie wordt reeds met de Politieacademie gewerkt aan een Caribische pagina op Kompol.
Korps Politie Caribisch Nederland
Voor wat betreft de aanbevelingen gericht aan het KPCN om zorg te dragen voor adequate
praktijkbegeleiding aan de niveau vier studenten en te voorzien in de begeleiding
van afgestudeerden van beide initiële opleidingen, heb ik de korpschef gevraagd hiertoe
gepaste maatregelen te treffen.
De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok