29 628 Politie

Nr. 542 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2015

Hierbij bied ik u het rapport aan over de lokale inbedding van de politie1. Dit rapport, met als titel «De lokale positie van de nationale politie» is de uitkomst van een onderzoek dat in opdracht van het Actieprogramma Lokale Besturing Politie is uitgevoerd.

Voor het onderzoek is een grote hoeveelheid interviews afgenomen onder burgemeesters, gemeenteambtenaren, medewerkers van het OM en onder politiemensen. Er is veldonderzoek gedaan in drie eenheden van politie; Rotterdam, Noord-Nederland en Oost-Brabant.

De onderzoekers constateren dat onder de respondenten overwegend tevredenheid heerst over het lokale politiebestuur en het lokale politiewerk. In de uitgevoerde survey geven de respondenten de lokale inbedding van de politie een voldoende.

De onderzoekers stellen onder meer vast dat de burgemeesters van kleine en middelgrote gemeenten tevreden zijn over het bovengemeentelijk overleg en dat het beheersoverleg van de vroegere regionaal colleges allerminst wordt gemist. Andere bevindingen zijn dat respondenten vinden dat de landelijke prioriteiten houvast geven in het driehoeksoverleg en tevens voldoende ruimte laten voor lokaal/regionaal maatwerk. Voorts heerst er een gunstig beeld over een lokaal alerte politie en over het handelen van de politie. Burgemeesters geven aan – een aantal uitzonderingen daargelaten – vaak tevreden te zijn over de uitkomst van het benoemingsproces van de politiechefs. Verder meldt het onderzoek dat er waardering is voor de trend dat de politie «achter de cijfers kijkt» door straatinformatie te benutten (de zogenaamde gebiedsscans). Het driehoeksoverleg en lokale veiligheidsnetwerken krijgen daardoor de kans om maatwerk te realiseren.

Zorgen zijn er vanzelfsprekend ook blijkens het onderzoek. Die zien onder meer op het tekort aan politiemensen, het wisselende oordeel over de kwaliteit van lokale politiefunctionarissen en over de ondergrens van de lokale beschikbaarheid van de politie. De onderzoekers constateren verder vrees dat bij lastige keuzes tussen centraal of lokaal – tussen politietop en lokaal bestuur – door de politie eerder de centrale politielijn zal worden gevolgd. Ik voer op dit moment overleg met de regioburgemeesters, het OM en de politie over de toepassing van lokaal en regionaal maatwerk, met name daar waar het beheer het gezag raakt. Ik ga ervan uit dat de oplossingsrichtingen die daaruit voortkomen in belangrijke mate een antwoord zullen bieden op deze vrees. Het is van belang om op dit punt waakzaam te blijven. Inherent aan dit bestel is nu eenmaal een zekere spanning tussen lokaal gezag en landelijke organisatie.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven