Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129628 nr. 267

29 628 Politie

Nr. 267 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 september 2011

In het Regeerakkoord is aangegeven dat in voorschriften wordt opgenomen dat o.a. de politie geen hoofddoek zal dragen. Ik kan u thans meedelen dat op 11 augustus 2011 in het overleg met de politievakorganisaties formeel overeenstemming is bereikt over een gedragscode waarin regels worden gesteld voor het uiterlijk van de Nederlandse politieambtenaar ten aanzien van kleding, haardracht en lichaamsversierselen, zoals piercings en tatoeages1. Met deze code wordt voor de politie uitvoering gegeven aan de genoemde opdracht uit het Regeerakkoord. Met de gedragscode wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie waarin u uitspreekt dat het dragen van een hoofddoek door een Nederlandse politieagente onwenselijk is (Kamerstukken II, 2007/2008, 31 200 VII, nr. 38).

In de gedragscode is bepaald dat »Vanwege de bijzondere positie van de Nederlandse politie door politieambtenaren, in contacten met het publiek, in ieder geval afstand dient te worden genomen van de volgende uitingen:

  • zichtbare uiting(en) van (levens)overtuiging, religie, politieke overtuiging, geaardheid, beweging, vereniging of andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan de gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid van de politiefunctie;

  • zichtbare accessoires die op enige wijze voor de politieambtenaar letsel kunnen opleveren;

  • zichtbare tatoeages, zichtbare piercings of andere zichtbare opzichtige lichaamsversieringen;

  • uitzonderlijke haardracht en/of haarkleur.»

Het verbieden van dergelijke uitingen kan een inperking van grondrechten van de betreffende politieambtenaren met zich brengen, welke echter gerechtvaardigd is in het belang van het gezag, de neutraliteit en de veiligheid van het functioneren van de geüniformeerde politie.

De totstandkoming van de gedragscode vormt het sluitstuk van een breed adviestraject met inbreng van de politievakorganisaties, het Korpsbeheerdersberaad en de Raad van Korpschefs. De adviezen van het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit en de Commissie Gelijke Behandeling zijn in de gedragscode verwerkt. De gedragscode mag daarmee rekenen op een breed draagvlak in de gehele politieorganisatie.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.