Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 maart 2026
De korpschef heeft mij geïnformeerd dat uit onderzoek is gebleken dat circa 1.700
politiemedewerkers gebruik maakten van de politiesystemen om informatie te zoeken
over de gewelddadige dood van Lisa uit Abcoude, terwijl daar in veel gevallen waarschijnlijk
geen functionele noodzaak voor was. Dit is gebleken uit een onderzoek dat het Landelijk
Team Interne Onderzoeken van de politie heeft uitgevoerd, na ontvangst van een melding
hierover.
Ik vind het onacceptabel dat dit gebeurd is. In de eerste plaats voor de nabestaanden
van Lisa, maar ook voor het vertrouwen in de integriteit van de politieorganisatie.
Iedereen moet er op kunnen vertrouwen dat de politie zorgvuldig met informatie omgaat.
Politiemedewerkers mogen de informatiesystemen alleen gebruiken als dat noodzakelijk
is voor het uitvoeren van hun werk.
Het korps heeft via de advocaat van de nabestaanden excuses aan hen overgebracht.
Ook is de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op de hoogte gesteld, omdat ongeoorloofde
raadpleging van een dossier een datalek is.
Ik vind het terecht dat de korpschef na de melding het onderzoek heeft ingesteld en
transparant is over de uitkomsten van dit onderzoek. Het is aan de korpschef – als
werkgever – om passende maatregelen te nemen. Alle betrokken medewerkers krijgen een
brief met een uitnodiging voor een gesprek met hun leidinggevende, waar zij kunnen
toelichten waarom zij in de systemen hebben gezocht. Als de inzage inderdaad ongeoorloofd
blijkt, worden er passende maatregelen genomen. Het gesprek kan ook tot de conclusie
leiden dat de inzage wel functioneel was.
Naast de maatregelen die worden genomen richting individuele medewerkers die ongeoorloofd
het dossier hebben geraadpleegd, neemt de korpsleiding de informatiebeveiliging en
de bekendheid van de regels over het raadplegen van systemen onder de loep (autorisatiebeleid
en opleiding).
Ook wordt bekeken of aanvullende maatregelen nodig zijn op het gebied van informatiebeveiliging.
Ik blijf met de politie in gesprek over de voortgang van de getroffen maatregelen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel