Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-200529574 nr. 18

29 574
Vaststelling van een nieuwe regeling inzake inkomensvoorziening voor kunstenaars (Wet werk en inkomen kunstenaars)

nr. 18
MOTIE VAN HET LID NOORMAN-DEN UYL

Voorgesteld 16 november 2004

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat het oorspronkelijke budget flankerend beleid is vastgesteld op € 3,04 miljoen op basis van 3000 kunstenaars die van de WIK gebruik maken in 2003;

overwegende, dat per saldo er in 2003 via OCW 3397 kunstenaars van het budget gebruik gemaakt hebben en van de WIK via SZW 3625;

overwegende, dat het hoger aantal kunstenaars van de dat van de WIK gebruik heeft gemaakt er wél meer vrijval van WWB uitgaven is, maar dat het niét tot toevoeging aan het budget flankerend beleid heeft geleid, waardoor er per saldo minder geld voor de ontwikkeling van de beroepspraktijk beschikbaar is;

constaterende, dat de regering voor de start van 2005 een raming hanteert van 3300 kunstenaars in de WWIK en dat dan 3,34 mln. aan flankerend beleid beschikbaar zou moeten zijn;

verzoekt de regering het budget flankerend beleid 2005 voor de WWIK vast te stellen op 3,34 mln. en de kosten daarvan te financieren uit de besparing op de duurdere WWB-uitkering,

en gaat over tot de orde van de dag.

Noorman-den Uyl