Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429544 nr. 501

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 501 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 januari 2014

In het ordedebat van 10 december jl. heeft de heer Klein van de 50PLUS-fractie verzocht om een reactie op het onderzoek van het UWV «Na de WW aan het werk. Rapportage over 2012» (Handelingen II 2013/14, nr. 34, Regeling van Werkzaamheden).

Het UWV deed onderzoek naar werkhervatting vanuit de WW, of binnen 6 maanden na afloop van de uitkering. Uit het onderzoek komt naar voren dat 48% van de 55-plussers nog geen baan in loondienst heeft gevonden binnen 6 maanden na afloop van de WW, tegenover een gemiddelde van 26% voor alle leeftijdscategorieën. Het feit dat bijna de helft van de 55-plussers geen werk heeft gevonden, betekent niet dat zij altijd lang in de WW zitten. De ouderen die tijdens de WW-uitkering weer een volledige baan hebben gevonden, hebben gemiddeld 6½ maanden een uitkering gehad, zo blijkt uit het onderzoek. Dit sluit aan bij het beeld dat ik schetste in mijn brief aan uw Kamer van 2 december jl. over de arbeidsmarktpositie van ouderen (Kamerstuk 29 544, nr. 497).

Daarin gaf ik aan dat de arbeidsmarktpositie van ouderen de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Zo steeg de arbeidsparticipatie van 55-plussers bijna 10% tussen 2007 en 2012, namelijk van 43,5% tot 53,4%.1 De situatie is voor ouderen echter minder rooskleurig als ze werkloos worden. Van de werklozen van 55 jaar vindt gemiddeld 45% binnen 12 maanden een baan; bij werklozen van 60 jaar is dit gedaald tot bijna 20%.2 De werkloosheid onder 55-plussers ligt onder het OESO-gemiddelde terwijl de langdurige werkloosheid onder ouderen boven het OESO-gemiddelde ligt.3 Het kabinet onderkent de noodzaak oudere werklozen waar nodig te ondersteunen.

Het kabinet heeft daarom een aantal specifieke maatregelen getroffen die erop gericht zijn de arbeidsmarktpositie van ouderen te verbeteren. Deze zijn uitgebreid toegelicht in mijn brief van 2 december. Kortweg gaat het om:

  • Stimuleren van werkgevers om oudere werklozen in dienst te nemen.

  • Sectorplannen: sectorale maatregelen gericht op werkgevers en werknemers in de sector.

  • Actieplan UWV 55pluswerkt: extra middelen voor UWV om de arbeidsparticipatie van werkloze 55-plussers te stimuleren.

Gemeentelijk beleid ouderen na de WW

Met betrekking tot de dienstverlening aan oudere bijstandsgerechtigden door gemeenten, heeft staatssecretaris Klijnsma naar aanleiding van een rapport van de Inspectie SZW op 21 oktober jl. een brief aan uw Kamer gestuurd (Kamerstukken II, 2013–2014, 28 719 nr. 82). De dienstverlening aan ouderen door gemeenten kan effectiever. De verbetering moet met name voortkomen uit de vergroting van het vakmanschap en het meer methodisch werken. Het ministerie ondersteunt het programma van Divosa dat daartoe is ontwikkeld. Daarnaast is een arbeidsvraag gestuurde ondersteuning voor oudere werklozen cruciaal om de baankansen van ouderen verbeteren. Ter uitvoering van de motie Klein van 4 december (Kamerstuk 33 750 XV, nr. 54) heeft Staatssecretaris Klijnsma in bestuurlijk overleg met de VNG de gemeenten aangemoedigd specifiek beleid gericht op oudere bijstandsgerechtigden te ontwikkelen.

Ik heb er vertrouwen in dat deze acties bijdragen aan verbetering van de arbeidsmarktpositie van oudere werklozen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

CBS, statline

X Noot
2

Voor werknemers van 45 jaar is dit gemiddeld 60%. Bron: CBS, Werkhervattingskansen na instroom in de WW, Leeftijd is niet het enige dat telt, 2012

X Noot
3

OECD, The Dutch labour market: preparing for the future, working papers no. 1012, 2013