Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 oktober 2013
De Inspectie SZW heeft de dienstverlening door klantmanagers aan oudere (45+) bijstandsgerechtigden
onderzocht. Bijgaand bied ik u het rapport daarvan aan: «Perspectief voor oudere werklozen?
Dienstverlening aan oudere (45+) bijstandsgerechtigden»1.
De finale conclusie van de Inspectie luidt dat de dienstverlening aan ouderen in de
bijstand effectiever kan. Er zijn verbeteringen mogelijk in de wijze van dienstverlening
door de klantmanager. Belangrijkste punten hierbij zijn het stellen van een goede
diagnose, het direct onder de aandacht brengen van oudere werklozen bij werkgevers
en motiverende en dwingende gesprekken om breder zoekgedrag te stimuleren. Gesteld
wordt dat in het algemeen de huidige aanpak ten koste lijkt te gaan van de minder
zelfredzame oudere werkloze. Dat leidt tot onnodig gemiste kansen, ook in de huidige
ongunstige economische omstandigheden.
Van specifiek beleid voor oudere werklozen bleek slechts bij 16% van de gemeenten
sprake, hoewel gemeenten daar beleidsvrijheid in hebben. Het gaat overwegend om aanbodgerichte
dienstverlening met inzet van een beperkt aantal standaard re-integratietrajecten
zonder maatwerk. Een uitgebreide diagnose komt weinig voor, evenmin als continue herbeoordeling.
Klantmanagers richten zich op het ondersteunen van zelfredzaamheid en het aanbod van
een sollicitatietraining is vrijwel standaard. Voor klanten met persoonlijke problemen
wordt ook gewerkt aan het versterken van het zelfvertrouwen. De ondersteuning neemt
af als klanten langer een uitkering hebben. Naast het aanbieden van vacatures – vooral
in de lijn van de wensen van de klant – komt verdere vraaggerichte dienstverlening
maar weinig voor. In het algemeen maken gemeenten geld vrij voor re-integratietrajecten
maar vrijwel niet voor scholingstrajecten.
Ik deel de eindconclusie van de Inspectie dat de dienstverlening aan oudere bijstandsgerechtigden
zoals beschreven in het rapport, effectiever kan. De effectiviteit van re-integratie
is voor een groot deel afhankelijk van de uitvoering, van de klantmanagers, die dagelijks
bezig zijn mensen naar werk te begeleiden. Zij moeten beschikken over de juiste kennis
over wat werkt en wat niet en dat kunnen toepassen in de praktijk (methodisch werken).
Klantmanagers moeten wel in staat worden gesteld zich die kennis eigen te maken en
om bewezen effectieve ondersteuning, ook voor langere termijn, in te zetten. Dit vraagt
om een organisatiecultuur en een management dat ruimte geeft aan het binnenhalen en
operationaliseren van nieuwe, beproefde inzichten, het delen van ervaringen, ontvangen
van feedback en voortdurend kritisch staan tegenover eigen kennis en handelswijze.
Het rapport van de inspectie maakt duidelijk dat die cultuur binnen gemeenten in ieder
geval met betrekking tot de dienstverlening aan oudere werkloze bijstandsgerechtigden
veelal ontbreekt, terwijl gemeenten wel verantwoordelijk zijn voor een efficiënte
én effectieve uitvoering van re-integratie, ook van deze groep. Ik zal het rapport
van de inspectie aan de orde stellen in het bestuurlijk overleg met de VNG.
Eerder al heb ik het initiatief genomen en middelen beschikbaar gesteld voor een programma
dat leidt tot professionalisering van klantmanagers. Het programma «Vakmanschap» dat
Divosa vanaf 2012 uitvoert, voorziet inmiddels in een reeks werkwijzers en in het
bevorderen van kennisuitwisseling tussen gemeenten. Er zijn werkwijzers samengesteld
over werkgeversbenadering, diagnosestelling, fraude en handhaving en omgaan met klanten
met belemmeringen. Daarnaast zijn er regionale bijeenkomsten voor klantmanagers, is
er een Beroepsvereniging voor Klantmanagers (BvK) in oprichting, zijn trainingen in
ontwikkeling en is er samenwerking met een HBO-instelling voor de ontwikkeling van
competenties.
Het programma zal in 2014 worden voortgezet. Hierbij wordt met name ingezet op implementatie
en borging van de ontwikkelde instrumenten op zowel het bestuurlijk niveau als binnen
het management en de uitvoering zelf. Het rapport van de Inspectie onderstreept nadrukkelijk
de noodzaak van snelle maar goede uitvoering van deze laatste, cruciale fase van het
programma Vakmanschap. Ik roep gemeenten op ten volle gebruik te maken van de merites
van dit programma en daarmee hun verantwoordelijkheid als werkgever voor de kennis
en kunde van hun klantmanagers te tonen. Ik houd de vinger aan de pols en laat begin
2014 een onderzoek uitvoeren naar de stand van het vakmanschap bij klantmanagers van
sociale diensten.
Tenslotte: juist in deze tijd van hoge werkloosheid is een vraaggerichte ondersteuning
van bijstandsgerechtigden onmisbaar. Dit geldt des te meer voor oudere werklozen vanwege
de bekende vooroordelen van werkgevers over deze leeftijdsgroep. Ondersteuning en
versterking van de werkzoekende oudere bijstandsgerechtigde die minder goed zelfredzaam
is, dient hand in hand te gaan met het benaderen van werkgevers die baanopeningen
en werkhervattingskansen bieden of kunnen creëren. Gemeenten en het UWV moeten hier
samen intensief in optrekken.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma