Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429544 nr. 478

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 478 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 oktober 2013

Hierbij zend ik uw Kamer, ter informatie, de Monitor Arbeidsmarkt oktober 2013 met gegevens over werkgelegenheid, inkomenswaarborg en re-integratie1.

De cijfers in de bijgevoegde Monitor Arbeidsmarkt laten zien dat Nederland hard is geraakt door de recessie die eind 2008 inzette. Sinds 2008 is de economie gekrompen met –3,4%, daalde het aantal banen van werknemers met 218 duizend (–2,7%), en liep het aantal werklozen op met een kleine 400 duizend naar 683 duizend in augustus 2013. Daarbij is het aantal WW-, WWB- en Wajonguitkeringen sinds medio 2008 toegenomen met respectievelijk 212, 78 en 60 duizend.

Eind september 2013 zijn er wel de eerste signalen die duiden op een kentering. Zo trekt de export aan en lijkt de Nederlandse economie zich te stabiliseren. De vooruitzichten voor de arbeidsmarkt zijn minder rooskleurig. Omdat de arbeidsmarkt altijd met enige vertraging reageert op ontwikkelingen in de economie zal de werkloosheid, naar verwachting, dit en het komende jaar verder oplopen.

Ondanks de geschetste ontwikkelingen staat de Nederlandse arbeidsmarkt er in internationaal perspectief relatief goed voor. De netto arbeidsparticipatie ligt, met ruim 74 procent (15–64 jaar, 1 uursgrens) op het hoogste niveau van de EU-28. De werkloosheid is in Nederland lager dan in de meeste andere landen van de Europese Unie, en dat geldt ook voor de werkloosheid onder jongeren.

Het Centraal Planbureau (CPB) gaat er in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2014 vanuit dat de economie in 2013 nog krimpt met 1¼ procent, maar dat deze in 2014 weer licht (½ procent) zal groeien. Gemeten over heel 2014 zal het aantal werkenden ten opzichte van 2013 naar verwachting van het CPB nog afnemen met 10 duizend, en de werkloosheid verder toenemen met 70 duizend personen, naar 9¼ procent van de beroepsbevolking.

In de meest recente cijfers over re-integratie (het jaar 2012) is landelijk gemiddeld een lichte daling zichtbaar van de bruto effectiviteit van de verleende re-integratieondersteuning, dat is het percentage van de re-integratietrajecten dat binnen 24 maanden resulteerde in niet gesubsidieerd werk. Dit percentage nam af van 61 procent in 2011 naar 57 procent in 2012. Deze terugval komt vooral doordat het aantal gestarte WW-trajecten (met relatief hoog percentage baanvinders) tussen 2009 en 2010 fors daalde, terwijl het aantal gestarte trajecten voor bijstandontvangers (met relatief laag percentage baanvinders) juist steeg. Het percentage baanvinders vanuit WW-re-integratietrajecten nam af met 1 procentpunt (naar 73 procent). Voor arbeidsongeschikten, bijstandsontvangers en niet-uitkeringsgerechtigden was juist sprake van een kleine toename van het percentage baanvinders. De re-integratie van laatstgenoemde groepen wordt ook minder beïnvloed door de conjuncturele situatie, en meer door op de persoon toegesneden inspanningen (maatwerk).

Tevens bevat deze editie de stand van zaken met betrekking tot de Monitor Mobiliteitsbonus voor oudere werknemers en voor arbeidsgehandicapte werknemers. Hiermee kom ik tegemoet aan de toezegging tijdens het Algemeen Overleg Arbeidsmarktbeleid van 2 juli 2013 om in de eerstvolgende Monitor Arbeidsmarkt in te gaan op de effectiviteit van de mobiliteitsbonus (Kamerstuk 33 566, nr. 58).

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer