Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 februari 2013
In het interpellatiedebat over een basistarief huishoudelijke verzorging op 16 januari
jl. heb ik u toegezegd uiteen te zetten hoe de «interventieladder interbestuurlijk
toezicht» werkt en in welke gevallen dit instrument voor de Wmo is toegepast.
Bestuurlijk toezicht
Sinds 1 oktober 2012 geldt de Wet Revitalisering Generiek Toezicht (hierna: Wet RGT,
onderdeel van de Gemeentewet), die een eind maakt aan het merendeel van de specifieke
toezichtbepalingen. Hierdoor wordt het toezicht eenvoudiger en transparanter.
Uitgangspunt van de Wet RGT is het vertrouwen dat een bestuurslaag zijn taken goed
uitoefent en dat de horizontale verantwoording – van gemeentebestuur aan gemeenteraad
en van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten – op orde is. Daardoor kan het toezicht
sober en terughoudend worden uitgevoerd.
Het interbestuurlijk toezicht is alleen gericht op de uitvoering van wettelijke medebewindstaken.
Ingrijpen gebeurt alleen als wettelijk vastgelegde medebewindstaken niet (juist) worden
uitgevoerd, bijvoorbeeld als besluiten in strijd zijn met het recht of algemeen belang.
In die gevallen kan de toezichthouder zo nodig en uiteindelijk gebruikmaken van de
volgende instrumenten:
Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing: als een gemeente of provincie een medebewindstaak verwaarloost, kan de toezichthouder
die taak overnemen. Bij de toepassing van dit instrument gelden de uitgangspunten
van het beleidskader «indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing» (TK 2010–2011, 32 389, nr. 85);
Schorsing en vernietiging: als gemeenten of provincies besluiten nemen die in strijd zijn met het recht of
het algemeen belang, kan de Kroon besluiten deze te schorsen en/of vernietigen. Dit
gebeurt bij Koninklijk Besluit.
Bij de toepassing van dit instrument gelden de uitgangspunten van het beleidskader
«schorsing en vernietiging» (TK 2009–2010, 32 389, nr. 5).
Om te bepalen of tot toepassing van deze instrumenten wordt overgegaan, doorloopt
de toezichthouder een zogenoemde «interventieladder». Deze bestaat uit oplopende stappen:
beginnend met signaleren, informatie opvragen via bestuurlijk overleg tot en met het
definitief toepassen van het instrument.
Toepassing bij gemeenten in het kader van de Wmo
Het hanteren van inkomensgrenzen in de Wmo door gemeenten is in strijd met de wet
en daarmee met het recht. Op 25 september 2012 is naar aanleiding van de publicatie
van het onderzoek van de stichting De Ombudsman door mijn ambtsvoorgangster in een
brief aan alle gemeenten (gemeenteraden en colleges) medegedeeld, dat het hanteren
van inkomensgrenzen in de Wmo niet is toegestaan en dringend verzocht om ogenblikkelijk
tot herziening van een dergelijke bepaling in de Wmo-verordening over te gaan. In
de brief aan de gemeenteraden is aan hen gevraagd daarop toe te zien, gelet op hun
toezichthoudende rol in het locale duale stelsel.
In gemeenten die zich niet houden aan deze lijn is sprake van strijd met de wet en
kan overgegaan worden tot het inzetten van het instrument schorsing en vernietiging.
Naast bovengenoemde brief met een dringende oproep aan alle gemeenten zijn tot nu
toe alleen bij de volgende drie gemeenten de eerste stappen op de interventieladder
gezet. Verdere stappen op de ladder zijn tot nu toe niet nodig gebleken.
1. Maastricht
Vanuit een fractie in de gemeenteraad is eind 2011 aan de minister van VWS om vernietiging
van de Wmo-verordening verzocht wegens strijd met het recht, nl. het hanteren van
een inkomensgrens in de Wmo. Aan het college van b en w van Maastricht is vervolgens
om nadere informatie gevraagd. Uit hun schriftelijke toelichting bleek, dat het college
van b en w inmiddels de inkomensgrens had laten vervallen. Burgers die nadeel hadden
ondervonden, zijn gecompenseerd. Verdere stappen zijn derhalve niet nodig geweest.
2. Renkum
Uit de media bleek, dat de gemeente Renkum een inkomensgrens in het Wmo-beleid (mei
2012) hanteerde. Aan het college van b en w is op basis daarvan om nadere informatie
gevraagd. Het college heeft deze informatie verstrekt en met de wethouder Wmo zijn
twee gesprekken gevoerd. Het college heeft de verordening vervolgens aangepast conform
de wet.
3. Heerenveen
Naar aanleiding van een signaal van een burger van Heerenveen (nov. 2012) bleek, dat
de gemeente een vermogenstoets in de Wmo hanteert. Betrokkene voert een bezwaar en
beroepsprocedure hiertegen. Het college van b en w Heerenveen is om nadere informatie
gevraagd. Het contact loopt nog.
Dit zijn de situaties, waarin het toezichtinstrument daadwerkelijk is ingezet. Uit
deze casussen komt het beeld naar voren, dat het inzetten van de eerste interventiestappen
bij de betreffende gemeenten tot de gewenste beleidsaanpassing leiden.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn