Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 29521 nr. AV |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 29521 nr. AV |
Vastgesteld 22 februari 2022
De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 hebben kennisgenomen van de brief2 van 6 januari 2022 die de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie naar de Kamer hebben gestuurd in reactie op de brief met vragen van de commissie van 26 november 2021 inzake de aanvullende Artikel 100-brief over de voorziene bijdrage van een C130-transportvliegtuig aan de VN-missie MINUSMA in Mali.3
Naar aanleiding hiervan is op 28 januari 2022 een brief gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken met een vervolgvraag van de leden van de fractie van D66. De leden van de fracties van GroenLinks, PvdA, SP, ChristenUnie en PvdD hebben zich bij die vraag aangesloten.
De Minister heeft op 21 februari 2022 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk
Aan Minister van Buitenlandse Zaken
Den Haag, 28 januari 2022
De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief4 van 6 januari 2022 die de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie naar de Kamer hebben gestuurd, in reactie op de brief met vragen van de commissie van 26 november 2021 inzake de aanvullende Artikel 100-brief over de voorziene bijdrage van een C130-transportvliegtuig aan de VN-missie MINUSMA in Mali.5 De leden van de fractie van D66 hebben naar aanleiding hiervan nog een vervolgvraag. De leden van de fracties van GroenLinks, PvdA, SP, ChristenUnie en PvdD sluiten zich hier graag bij aan.
In de beantwoording wordt aangegeven dat wanneer het kabinet besluit om over te gaan tot evacueren van Nederlanders uit Mali (eventueel aanwezige) lokale medewerkers met de Nederlandse nationaliteit vanzelfsprekend ook mee kunnen indien zij dat wensen.
Hoe ziet het kabinet de mogelijke bescherming en ondersteuning van lokale medewerkers die niet de Nederlandse nationaliteit hebben bij een evacuatie? Hoe worden zij in veiligheid gebracht?
De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Een afschrift van deze brief zal worden verstuurd naar de Minister van Defensie.
Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, E.B. van Apeldoorn
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 februari 2022
Hierbij bied ik het antwoord aan op de nadere vraag van de leden van de fracties van D66, GroenLinks, PvdA, SP, ChristenUnie en PvdD inzake de aanvullende Artikel 100-brief over de voorziene bijdrage van een C130-transportvliegtuig aan de VN-missie MINUSMA in Mali d.d. 15 oktober 2021. Deze vraag werd ingezonden op 28 januari jl. met kenmerk 167676.04U.
De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra
Vraag
In de beantwoording wordt aangegeven dat wanneer het kabinet besluit om over te gaan tot evacueren van Nederlanders uit Mali (eventueel aanwezige) lokale medewerkers met de Nederlandse nationaliteit vanzelfsprekend ook mee kunnen indien zij dat wensen.
Hoe ziet het kabinet de mogelijke bescherming en ondersteuning van lokale medewerkers die niet de Nederlandse nationaliteit hebben bij een evacuatie? Hoe worden zij in veiligheid gebracht?
Antwoord van het kabinet
In de beantwoording d.d. 6 januari jl. van de op 26 november 2021 ingezonden vragen van de Eerste Kamerfracties van D66 en OSF is gesteld dat er geen sprake is van evacuatie zolang er geen sprake is van dreiging richting lokaal ambassadepersoneel.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een inspanningsverplichting om lokaal personeel dat direct gevaar loopt in veiligheid te brengen. Dit kan betekenen dat deze collega’s naar een veilige plaats in de regio worden overgebracht.
Als lokaal personeel door hun werk voor de ambassade direct gevaar loopt (zoals het geval was in Kaboel, Afghanistan), dan rust er een verdergaande zorgplicht op de werkgever en kan evacuatie naar Nederland aan de orde zijn.
Het kabinet neemt zijn verantwoordelijkheid richting lokaal ambassadepersoneel dat in gevaar is serieus. Op concrete mogelijkheden of manieren waarop bescherming en ondersteuning kan worden geboden in geval van specifieke situaties kan niet vooruit worden gelopen. Deze mogelijkheden zullen afhangen van de context en betreffen naar alle waarschijnlijkheid maatwerk.
Samenstelling:
Faber-Van de Klashorst (PVV), Ganzevoort (GL), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Dijk (SGP),
Jorritsma-Lebbink (VVD), Vacant (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Koole (PvdA), Prast (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD) (1e ondervoorzitter), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (PVV), Dittrich (D66), Huizinga-Heringa (CU) (2e ondervoorzitter), Dessing (FVD), Karimi (GL), Kluit (GL), Moonen (D66), Otten (Fractie-Otten), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga) en Raven (OSF)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29521-AV.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.