29 517 Veiligheidsregio’s

Nr. 105 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 november 2015

In de voortgangsrapportages over de maatregelen die voortkomen uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr)1 is een onderzoek aangekondigd naar indicatoren die inzicht geven in het presterend vermogen van veiligheidsregio’s. Dit onderzoek is op verzoek van mijn ministerie (de Inspectie Veiligheid en Justitie (VenJ) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)) onder verantwoordelijkheid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) uitgevoerd. Ook wordt in die voortgangsrapportages het project RemBrand genoemd. Dit project is in opdracht van het Veiligheidsberaad door Brandweer Nederland uitgevoerd. Hierin is de mogelijkheid onderzocht om, in aanvulling op opkomsttijden voor de brandweer, indicatoren te benoemen voor de brandweerzorg (inclusief risicobeheersing). Hierbij bied ik u beide rapporten aan2.

Aanleiding

De kabinetsreactie van 22 november 20133 op de evaluatie van de Wvr onderschrijft dat sturing vanuit het Ministerie gericht moet zijn op de resultaten die de veiligheidsregio’s dienen te leveren. Dit zijn een effectieve brandweerzorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing. Een omslag van de huidige vereisten naar beter inzicht in het presterend vermogen vergt de ontwikkeling van (een stelsel van) normen waarmee het gewenste prestatieniveau van veiligheidsregio’s bepaald kan worden.

Om de sturing te kunnen richten op de resultaten en daarbij een beter beeld te krijgen van wat de veiligheidsregio’s aan bescherming kunnen bieden, heeft het WODC in 2014 en 2015 onderzoek laten doen. Daarbij is onderzocht in hoeverre en op welke wijze het mogelijk is om een stelsel van indicatoren te ontwikkelen waarmee een beeld kan worden verkregen van het presterend vermogen van veiligheidsregio’s. Ook is nagegaan in hoeverre dit wenselijk is vanuit het perspectief van betrokken actoren. Dit onderzoek richtte zich primair op de veiligheidsregio’s. Daarnaast heeft het Veiligheidsberaad het project RemBrand geïnitieerd vanwege de ervaren eenzijdige focus op de opkomsttijden en de wens om meer balans aan te brengen in de benadering van brandveiligheid.

De Algemene Rekenkamer (AR) heeft in november 2014 het rapport «Zicht overheden op beschermen burgers en bedrijven» gepubliceerd (Kamerstuk 26 956, nr. 200). Hierin beveelt de AR de Minister van Veiligheid en Justitie aan: «Te zorgen voor een realistisch beeld over wat overheden burgers en bedrijven aan bescherming kunnen bieden, zodat hij kan bepalen waar hij de bescherming van burgers en bedrijven indien nodig en mogelijk kan versterken via sturen, richting geven en ondersteunen.»

Reactie Inzicht presterend vermogen veiligheidsregio’s

Vanuit mijn systeemverantwoordelijkheid voor het stelsel van brandweerzorg, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing is het voor mij noodzakelijk om inzicht te hebben in de kwaliteit van de taakuitvoering door de veiligheidsregio’s. De Inspectie VenJ hanteert bij het uitvoeren van het toezicht op de veiligheidsregio’s de huidige vereisten. Ik erken dat het uitsluitend nagaan of is voldaan aan de huidige vereisten een beperkt beeld geeft van de prestaties van een veiligheidsregio. In het onderzoek «Inzicht in presterend vermogen veiligheidsregio’s» wordt echter geconcludeerd, dat het vervangen van de huidige (basis)vereisten door een stelsel van output en outcome normen om een beter inzicht in het presterend vermogen van veiligheidsregio’s te krijgen een weinig heilzame weg is. Ook constateren de onderzoekers dat hiervoor draagvlak in de regio’s ontbreekt.

De Inspectie VenJ brengt in 2016 voor de derde maal een Staat van de rampenbestrijding uit. Waar eerdere versies overwegend antwoord gaven op de vraag of de veiligheidsregio’s voldeden aan de bepalingen van de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s, wordt in de Staat 2016 een verdere verdieping aangebracht. Deze verdieping richt zich in elk geval op het regionaal risicoprofiel, het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen en de samenwerking met de vitale partners. De Inspectie beoordeelt tevens of sprake is van samenhang tussen de verschillende plannen en activiteiten en in hoeverre de veiligheidsregio’s zicht hebben op de eigen operationele prestaties. In lijn met de voorgaande edities zal de Staat 2016 bestaan uit 25 regiobeelden en een algemeen deel met een landelijk overzicht van de rampenbestrijding in Nederland. De Inspectie bespreekt de concept regiobeelden voor vaststelling met de voorzitter en de directie van de betreffende veiligheidsregio. De Inspectie zal in de Staat 2016 markeren wat de actuele situatie is in veiligheidsregio’s en wat de ontwikkelopgaven zijn voor de komende jaren.

Het Veiligheidsberaad heeft de «Kwaliteit en Vergelijkbaarheid» van veiligheidsregio’s tot één van de prioriteiten benoemd in haar Strategische Agenda versterking veiligheidsregio’s. De afgelopen jaren hebben de veiligheidsregio’s benut om gezamenlijk tot een uniforme aanpak ten behoeve van de verplichte visitatie te komen. Ik onderschrijf het belang van een gezamenlijke uniforme aanpak. Ik zie de visitaties als een belangrijke pijler van het kwaliteitszorgsysteem van de veiligheidsregio’s. De uitkomsten van visitaties moeten een belangrijke bijdrage leveren aan het leren door veiligheidsregio’s. Dit kan bereikt worden wanneer regio’s onder andere bereid zijn hun rapporten met elkaar te delen. De rapportages kunnen ook input vormen voor een rijker beeld wanneer regio’s deze met de Inspectie VenJ delen.

De afgelopen jaren hebben laten zien hoe groot de uitdaging voor het Veiligheidsberaad en de besturen van de veiligheidsregio’s is om op eigen initiatief op onderdelen tot een gezamenlijke aanpak te komen en hier ook uitvoering aan te geven. Een voorbeeld is de totstandkoming van de gezamenlijke doelstellingen. Ontwikkelingen in de omgeving van de veiligheidsregio’s vragen echter om een meer uniforme aanpak en samenwerking tussen regio’s. Deze ervaringen en de inzichten uit de Staat 2016 betrek ik bij de verdere aanpassing van de regelgeving. Ik kom gebruikmakend daarvan met een voorstel voor vereisten en de kwalitatieve invulling hiervan, zodat een breder en beter inzicht verkregen wordt van de prestaties die de veiligheidsregio’s leveren. Daarbij betrek ik het veld.

Reactie RemBrand

Met de aanvankelijke opdracht van het project RemBrand beoogde het Veiligheidsberaad criteria (of indicatoren) te benoemen die van invloed zijn op de brandveiligheid. Tijdens de looptijd van het project is de focus verschoven van een kwantitatief accent naar een kwalitatief accent en van een accent op besturing naar een accent op bevordering van brandveiligheid. De centrale vraag is gaandeweg samengevat in: hoe worden minder branden, minder slachtoffers en minder schade bereikt en wie kunnen dat beïnvloeden of tot stand brengen?

In het rapport zijn aanbevelingen opgenomen die gericht zijn aan diverse betrokken partijen, waaronder ministeries. Het Veiligheidsberaad heeft het rapport aangeboden aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Veiligheid en Justitie. Ik zal dan ook mede namens hen in gaan op de aan ons gerichte aanbevelingen.

Ik zie het als een positieve ontwikkeling dat de veiligheidsregio’s in gezamenlijkheid naar de zorg voor brandveiligheid hebben gekeken. Op rijksniveau onderschrijven wij het belang van een integrale aanpak van brandveiligheid. De afgelopen jaren is er dan ook stevig geïnvesteerd in brandveiligheid. Een van de initiatieven waarover mijn ambtsvoorganger de Tweede Kamer per brief van 23 juli 2013 heeft geïnformeerd4, is de oprichting van het platform Brandveiligheid. Dit platform komt enkele malen per jaar op mijn ministerie bijeen om de samenwerkingsverbanden van bij brandveiligheid betrokken partijen te bestendigen, te intensiveren en het delen en uitwisselen van kennis te bevorderen.

In het rapport is een aanbeveling opgenomen omtrent het wettelijk verplichten van rookmelders in woningen. Zoals toegezegd in zijn brief van 28 augustus 20135 zal de Minister voor Wonen en Rijksdienst uw Kamer nog informeren over de uitkomsten van het onderzoek «Gebrand op inzicht»: onderzoek naar de effectiviteit van rookmelders, dat door het Instituut Fysieke Veiligheid is uitgevoerd. Op basis van de conclusies en aanbevelingen van dit onderzoek, ontvangt uw Kamer nog dit jaar een standpunt over de te nemen maatregelen. Het kabinet onderschrijft het belang van een snelle ontdekking van brand en dat werkende rookmelders kunnen leiden tot een grotere overlevingskans. Daarbij is het wel van belang dat de mensen om wie het gaat ook de kennis en vaardigheden hebben over de wijze waarop zij moeten handelen als de rookmelder is geactiveerd.

Met betrekking tot de aanbeveling om brandveilig meubilair zonder vlamvertragers door regelgeving te bevorderen, heb ik de in opdracht van het WODC door SEO Economisch onderzoek in 2014 uitgevoerde Maatschappelijke Kosten en baten Analyse (MKBA) onder de aandacht gebracht van het Veiligheidsberaad. Hierin is de mogelijkheid om de brandsnelheid te beperken door het bevorderen van brandveilig bekleed meubilair zónder vlamvertragers meegenomen. Ik heb uw Kamer dit onderzoeksrapport voorzien van het kabinetstandpunt per brief van 12 juni 20146 aangeboden. Het betreffende MKBA rapport is echter niet zichtbaar bij het project RemBrand betrokken. De Minister van VWS heeft met belangstelling kennis genomen van het rapport RemBrand, en ziet in het rapport vooralsnog geen nieuwe inzichten om naar aanleiding daarvan het eerder ingenomen standpunt ten aanzien van het voorschrijven in regelgeving te wijzigen. Het vaststellen van regelgeving op het gebied van productveiligheid ziet de Minister van VWS als een uiterste middel. Vooralsnog gaat de voorkeur ernaar uit dat andere wegen worden bewandeld om de productie en aanschaf van brandveilig meubilair te bevorderen. De Minister van VWS is graag bereid om hierover het gesprek aan te gaan met producenten van meubilair, het Veiligheidsberaad en Brandweer Nederland.

In het rapport RemBrand wordt voorgesteld om de objectgerichte opkomsttijden voor de brandweer in het Besluit veiligheidsregio’s te vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden. Ik heb het Veiligheidsberaad in mijn brief van 25 november 2015 verzocht om het voorstel voor gebiedsgerichte opkomsttijden nader te onderbouwen met data; dit om zo de meerwaarde ten opzichte van de huidige opkomsttijden in objectieve zin aan te tonen. Daarbij heb ik het Veiligheidsberaad er op gewezen dat regio’s zich aan de huidige regelgeving ten aanzien van de opkomsttijden moeten houden. Ook heb ik het Veiligheidsberaad verzocht aan te geven wat nodig is om dergelijke data te kunnen verzamelen.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Kamerstuk 29 517, nr. 79 en Kamerstuk 29 517, nr. 101

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 29 517, nr. 76

X Noot
4

Kamerstuk 26 956, nr. 168

X Noot
5

Kamerstuk 32 757, nr. 77

X Noot
6

Kamerstuk 26 956, nr. 197

Naar boven