Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201929515 nr. D

29 515 Kabinetsplan aanpak administratieve lasten

D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 22 januari 2019

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 hebben kennisgenomen van het op 5 december 2018 door de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat aangeboden Werkprogramma Adviescollege Toetsing Regeldruk 2019.2 Naar aanleiding hiervan is op 19 december 2018 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris.

De Staatssecretaris heeft op 21 januari 2019 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT/LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Den Haag, 19 december 2018

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van het op 5 december 2018 door u aangeboden Werkprogramma Adviescollege Toetsing Regeldruk 2019.3

De leden van de SP-fractie lezen in het Werkprogramma dat het college naar aanleiding van de in juni 2018 gepresenteerde programmabrief4 constateert dat het kabinet ten aanzien van de regeldruk voor bestaande wetgeving geen kwantitatieve reductiedoelstelling meer hanteert. Het kabinet beoogt een merkbare vermindering van de regeldruk.5

De meest recente gegevens van de regering die deze leden kunnen vinden aangaande de geldende wet- en regelgeving zijn van 2013.6 De SP-fractieleden zijn geïnteresseerd in recentere gegevens en zouden u daarom willen verzoeken de cijfers aangaande de geldende wet- en regelgeving van na 2013 naar de Kamer te sturen.

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 11 januari 2019.

De Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV), Gerkens

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 januari 2019

Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de leden van de SP-fractie over recente cijfers aangaande de geldende wet- en regelgeving, van 19 december 2018, met kenmerk 164178.u.

Bijgevoegde grafieken7 geven het meest recente overzicht van het aantal geldende regelingen 2004–2019 weer, gebaseerd op het zogenoemde Basiswettenbestand dat onder de verantwoordelijkheid valt van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Hierbij gelden de volgende kanttekeningen:

  • Het betreft de wetten, Algemene maatregelen van bestuur (Amvb’s) en ministeriële regelingen;

  • Uitgezonderd zijn materieel uit werking getreden regelingen (MUT) en archiefselectielijsten;

  • Regelgeving die uitsluitend voor de BES relevant is, is buiten beschouwing gelaten.

In de periode rond 2004 heeft een grootschalige opschoningsactie plaatsgevonden onder met name de ministeriële regelingen. In de eerste grafiek is te zien dat er van 2004 tot 2009 over het geheel genomen sprake was van een afname van het jaarlijkse aantal nieuwe wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Sinds 2009 is het aantal geldende wetten, Amvb’s en ministeriële regelingen in geringe mate gestegen. Per 1 januari 2019 bedroeg het totaal aantal regelingen 9.834 (tegen 9.683 per 1 januari 2018).

Toe- of afname van het regelingenbestand komt voort uit een verschil tussen het aantal nieuwe en vervallen regelingen. In de tweede grafiek wordt getoond dat de mate waarin nieuwe regelingen in de plaats treden van oudere regelingen, door de jaren heen licht gedaald lijkt te zijn.

Ik teken hierbij aan dat uit een overzicht van het aantal geldende regels geen stellige conclusies kunnen worden getrokken over de ervaren regeldruk of over de hoogte van de kwantitatieve regeldruk in Nederland.

Het huidige regeldrukbeleid, uiteengezet in het programma «Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening 2018–2021» (Kamerstuk 32 637, nr. 314), is erop gericht de ervaren regeldruk te verminderen door concrete knelpunten in wet- en regelgeving aan te pakken. Een rapportage over de voortgang van het programma wordt voorzien voor de zomer van 2019.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer


X Noot
1

Samenstelling: Nagel (50PLUS), Ten Hoeve (OSF), Huijbregts-Schiedon (VVD), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Schaap (VVD), Flierman (CDA), Ester (CU), Kok (PVV), (vice-voorzitter), Gerkens (SP), (voorzitter), Atsma (CDA), N.J.J. van Kesteren (CDA), Reuten (SP), Pijlman (D66), Prast (D66), Van Rij (CDA), Schalk (SGP), Schnabel (D66), Verheijen (PvdA), Klip-Martin (VVD), Overbeek (SP), De Bruijn-Wezeman (VVD), Van der Sluijs (PVV), Van Zandbrink (PvdA), Fiers (PvdA), Aardema (PVV) en Binnema (GL).

X Noot
2

Kamerstukken I, 2018–2019, 29 515, B.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2018–2019, 29 515, B.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2017–2018, 32 637, 314 (Programmabrief Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening 2018–2021).

X Noot
5

Kamerstukken I, 2018–2019, 29 515, B, blz. 8.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2013–2014, 29 362, 224, (Verzamelbrief Regeldruk September 2013), blz. 5.

X Noot
7

Ter inzage gelegd op het Afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffienr. 164178.