Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juni 2015
Met Commissiebrief van 19 mei 2015 heeft u mij het verzoek gebracht van het lid Leijten
inzake het bericht «Ziekenhuizen: een op de vijf euro’s gaat naar overhead» (Ftm,
12 mei 2015) (Handelingen II 2014/15, nr. 84, item 11). Met deze brief reageer ik op dit bericht.
Overheadkosten
Dat in ziekenhuizen 1 op de 5 euro wordt besteedt aan niet patiënt gebonden activiteiten
is niet nieuw. Eerdere analyses1 komen tot eenzelfde conclusie. De studie van Himmelstein et al. (2014) heeft deze
kosten van niet patiënt gebonden activiteiten nogmaals in kaart gebracht en internationaal
vergeleken. Echter, internationale vergelijkingen zijn lastig. De studie van Himmelstein
noemt zelf al een aantal kanttekeningen.
Zo geldt onder andere dat overheadkosten in gedeeltelijk geprivatiseerde verzekeringssystemen
door het declaratieverkeer beter zichtbaar zijn dan in publieke systemen. Verder moet
in onderhavig onderzoek worden betrokken dat Nederland een relatief lage bedbezetting
heeft waardoor relatief meer kosten worden toegerekend aan niet patiënt gebonden activiteiten:
dit is het gevolg van de al jarenlange trend van de daling in verpleegdagen.
Om een meer gespecificeerde duiding te krijgen van de administratieve kosten die gemaakt
worden door ziekenhuizen dan mogelijk is op basis van de huidig beschikbare data zou
extra gegevensuitvraag moeten worden gedaan bij instellingen. Dit zou in zichzelf
al een verdere stijging van de administratieve kosten met zich meebrengen. Ik ben
dan ook niet voornemens hiertoe nieuwe verplichtingen op te leggen.
In dat kader moet ook worden opgemerkt dat het beoordelen van een stelsel niet enkel
op basis van administratieve kosten kan plaatsvinden. Zo biedt een prestatiegericht
bekostigingssysteem juist ook voordelen, zoals een efficiënte(re) allocatie van middelen
en het beter kunnen belonen van kwaliteit. Ik ben ervan overtuigd dat dit systeem
uiteindelijk tot betere uitkomsten leidt in termen van kwalitatief hoogstaande, zinnige
en zuinige zorg.
Complexiteit bekostiging
Voorgaande neemt niet weg dat ik het belangrijk vind dat de ervaren regeldruk in de
zorg fors wordt verminderd. Professionals in de zorg zijn momenteel teveel tijd kwijt
aan registreren en administreren. Dit gaat ten koste van de tijd die aan zorg besteed
wordt en het plezier en de motivatie voor het werk. Dit moet dus beter. Dit jaar wil
ik dan ook gezamenlijk met het veld de aanpak van regeldruk versterken om zo tot een
forse vermindering van de ervaren regeldruk te komen. Dit bijvoorbeeld door dit jaar
met een zogenaamd Kafka-traject de concrete ervaren regeldruk op de werkvloer bij
een ziekenhuis verder in beeld te brengen en door samen met de Agenda voor de Zorg
aan de slag te gaan met hoe we meer ruimte kunnen bieden voor de bekostiging van zorg.
Dit zal ook een onderwerp zijn van het «Weg met regels» congres dat dit najaar wordt
georganiseerd met vermindering van de regeldruk als thema. Over de concrete aanpak
van regeldruk zal ik u uitgebreid voor de zomer nader informeren.
De studie wijst op de complexiteit van de Nederlandse ziekenhuisbekostiging. Ik ben
het met de schrijvers van deze studie eens dat verbeteringen aan het systeem mogelijk
en nodig zijn.
Zoals ik ook in de brief «Kwaliteit loont»2 heb aangekondigd ben ik voornemens om zorgverzekeraars en zorgaanbieders meer ruimte
te geven om zelf afspraken te maken over prestaties om veelbelovende innovaties en
nieuwe initiatieven gericht op kwaliteit en doelmatigheid sneller te kunnen invoeren.
De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) zal hiertoe worden gedereguleerd. De verdere
omslag naar meer ruimte om afspraken te maken over prestaties wordt stapsgewijs verkend,
waar nodig via experimenten. Afhankelijk van de vorm van zorg kan worden gekozen of
met een marktanalyse, een experiment of beide wordt verkend of in een sector voldoende
randvoorwaarden aanwezig zijn om op verantwoorde wijze verplichte prestatiebeschrijvingen
los te laten.
Voor de korte en middellange termijn is verder in het najaar 2014 met de NZa en veldpartijen
afgesproken dat de NZa een plan van aanpak maakt voor de doorontwikkeling en vereenvoudiging
van de DOT-systematiek.
Ik heb de NZa op 23 april 2015 per brief verzocht om in nauw overleg met veldpartijen
een plan van aanpak te maken voor de middellange termijn. In het plan van aanpak neemt
de NZa in ieder geval de volgende thema’s mee:
-
○ De patiënt meer centraal
-
○ Reële prijzen
-
○ Innovatieve vormen van bekostiging
-
○ Terugdringen administratieve lasten
De NZa houdt daarbij nadrukkelijk ook aandacht voor de behoefte aan rust en stabiliteit
in de sector.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers