Het Presidium legt hierbij aan u voor een brief van de Tijdelijke commissie woningcorporaties
d.d. 17 januari 2013 ter kennisneming. In deze brief wordt de werkwijze van deze commissie
uiteengezet.
BIJLAGE
Aan het Presidium,
Den Haag, 17 januari 2013
Aanleiding
Op 15 november 2012 besloot de Tweede Kamer tot instelling van de tijdelijke commissie
Woningcorporaties. Deze commissie heeft als opdracht voorstellen te doen voor de opzet
van een parlementaire enquête over woningcorporaties. Dit ter uitwerking en invulling
van de, op 20 maart 2012 met algemene stemmen aangenomen, motie van het lid Van Bochove
(Kamerstuk 29 453, nr. 236).
In deze brief treft u de door de tijdelijke commissie voorgestelde aanpak aan. Achtereenvolgens
zal worden ingegaan op de opdracht van de tijdelijke commissie, de voorziene werkwijze
van de commissie en tot slot op de planning en organisatie.
Opdracht van de tijdelijke commissie
In de motie van het lid Van Bochove wordt gesteld dat het wenselijk is dat «de Kamer
zelf onderzoek doet naar het functioneren van het systeem van woningcorporaties, waaronder
het beheer, het (interne en externe) toezicht op maatschappelijk gebonden kapitaal,
de positie van huurders en de rol van banken, financiers en gemeenten». Daarnaast
zijn overwegingen uit de motie dat het onderzoek duidelijkheid dient te geven over
de houdbaarheid van het stelsel van onderlinge waarborging en dat gelet op de tegengestelde
belangen van eerder betrokken partijen verhoor onder ede wenselijk is. Het oordeel
van de motie is derhalve dat een onderzoek ex artikel 140 Reglement van Orde (parlementaire
enquête) dient te worden ingesteld; de motie verzoekt het Presidium voorstellen te
doen over de opzet en vorm van dit onderzoek.
Het Presidium heeft vervolgens per brief van 27 maart 2012 de vaste commissie voor
Binnenlandse Zaken verzocht de uitwerking van deze motie ter hand te nemen conform
de bepalingen van de Regeling parlementair en extern onderzoek en daarbij aandacht
te schenken aan:
-
– een vastomlijnde onderzoeksvraag en een opsplitsing daarvan in deelvragen;
-
– een indicatie van de kosten de enquête;
-
– een indicatie van de tijdsduur van de enquête;
-
– een indicatie van de benodigde (ambtelijke) ondersteuning.
Vanwege de verkiezingen werd besluitvorming over dit verzoek door de vaste commissie
voor Binnenlandse Zaken aangehouden tot na het zomerreces c.q. na de Tweede Kamerverkiezingen
op 12 september jl. De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken besloot in oktober
2012 om de opdracht in handen te stellen van een specifiek daartoe in te stellen tijdelijke
commissie. Vervolgens besloot de Tweede Kamer op 15 november 2012 tot instelling van
de tijdelijke commissie Woningcorporaties (TCW).
De TCW is op 5 december 2012 door de Kamervoorzitter geconstitueerd en bestaat uit
de leden F. Bashir (SP), V.A. Groot (PvdA), W. Hachchi (D66), A. Mulder (VVD), R.A.
van Vliet (PVV) en P. Oskam (CDA). De commissie heeft het lid Van Vliet tot haar voorzitter
gekozen.
Voorziene werkwijze tijdelijke commissie
De commissie heeft in de maand december 2012 enkele malen vergaderd en als eerste
een stappenplan voor haar werkwijze vastgesteld. Belangrijkste onderdeel daarvan vormt
het organiseren van technische briefings met diverse partijen. Daarbij moet gedacht
worden aan deskundigen, wetenschappers, Hoge Colleges van Staat, betrokkenen bij eerdere
parlementaire enquêtes, beleidmakers en, mogelijk, partijen uit het veld. Zij zullen
gevraagd worden hun feitelijke kennis met de commissie te delen.
De commissie zal haar activiteiten in beslotenheid verrichten. Zij streeft ernaar
in april 2013 een uitgewerkt plan van aanpak voor een parlementaire enquête naar woningcorporaties
aan de Tweede Kamer te kunnen aanbieden.
Planning en organisatie tijdelijke commissie
In de navolgende figuur is de planning op hoofdlijnen schematisch weergegeven.
De tijdelijke commissie wordt ondersteund door een ambtelijke staf bestaande uit een
griffier, een adjunct-griffier, een commissieassistent, een onderzoekscoördinator,
een onderzoeksmedewerker en een informatiespecialist. Mogelijk zal nog in deeltijd
een juridisch deskundige aan de staf worden toegevoegd. Daarnaast zal ondersteuning
worden geboden door de Dienst Communicatie en de Stafdienst Voorlichting.
De met dit onderzoek gemoeide kosten en uitgaven zijn voorgelegd aan de Stafdienst
Financieel Economische Zaken (FEZ) van de Tweede Kamer. Deze kosten en uitgaven passen
binnen het reeds geraamde budget in de Kamerbegroting voor parlementair onderzoek.
De voorzitter van de tijdelijke commissie Woningcorporaties, Van Vliet