Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629407 nr. 208

29 407 Vrij verkeer werknemers uit de nieuwe EU lidstaten

Nr. 208 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2016

In deze brief informeer ik uw Kamer zoals toegezegd1 over de voortgang van de huisvestingsafspraken voor EU-arbeidsmigranten in de 9 regio’s en ga ik in op een aantal nieuwe ontwikkelingen op dit dossier. Op 11 januari jl. heb ik voortgangsoverleg gevoerd met de bestuurders van de partijen van de Nationale Verklaring Huisvesting EU-arbeidsmigranten2 en de portefeuillehouders van de 9 prioritaire regio´s. In dit overleg is naast de voortgang in de regio´s ook gesproken over een aantal inhoudelijke knelpunten en is de uitvoeringsagenda 2016/2017 vastgesteld.

Ik heb in het bestuurlijk overleg van 11 januari jl., mijn waardering uitgesproken voor de voortgang die in een groot aantal regio’s rondom de huisvesting voor arbeidsmigranten is geboekt. Sinds de ondertekening van de nationale verklaring en het opstellen van regionale convenanten zijn er de afgelopen periode ruim 22.000 eenheden bijgekomen ten opzichte van de oorspronkelijke opgave van 31.000. De precieze voortgang per regio treft u aan in de bijlage3 bij deze brief. Bij de regio Noord-Veluwe heb ik extra aandacht gevraagd voor de voortgang. De regio heeft hierop extra inspanning toegezegd en is al begonnen met intensivering van inzet op pilots om huisvesting mogelijk te maken. Ik heb afgesproken dat ik de algehele voortgang zal blijven monitoren met de regio’s.

Verbreding naar Flexwonen

In het bestuurlijk overleg heb ik tevens vastgesteld dat de groep die een beroep doet op flexibele huisvesting groeit. Daarom is het belangrijk om te blijven werken aan de verdere ontwikkeling van nieuwe flexibele huisvestingsvormen, zowel in aantal te realiseren eenheden als in nieuwe technische oplossingen. In de «Integrale visie op de woningmarkt4» van het kabinet is het huisvesten van urgente doelgroepen benoemd als prioriteit van beleid waar gemeenten en corporaties in het opstellen van woonvisies en prestatieafspraken rekening mee dienen te houden. Tijdens het bestuurlijk overleg van 11 januari jl. was er breed draagvlak om het huisvestingsvraagstuk van EU-arbeidsmigranten te verbreden naar huisvestingsoplossingen voor meerdere doelgroepen; zoals studenten, starters, vergunninghouders en gescheiden mensen. Veel gemeenten houden in een woonvisie rekening met deze groeiende groep die een beroep doet op flexibele huisvesting en zoeken samen met corporaties en particuliere huisvesters naar creatieve huisvestingsoplossingen.

Ook uit onderzoeken5 blijkt dat een verbreding naar een mix van doelgroepen meerwaarde oplevert, niet alleen in financiële zin, maar ook in het draagvlak naar bewoners toe. Zo heeft Platform 31 een verkenning6 uitgevoerd naar reeds bestaande projecten waar deze gemengde huisvesting van verschillende groepen al plaatsvindt. Vaak gaat het hierbij om voormalig zorgvastgoed of leegstaande kantoren die zijn getransformeerd naar wonen. De relatief korte verblijfsduur van arbeidsmigranten op een locatie leidde tot een groter leegstandsrisico. De 18 onderzochte voorbeelden uit de verkenning van Platform 31 hadden een hogere bezettingsgraad vanwege de grote vraag naar deze vorm van huisvesting dan woonvormen die zich specifiek richten op het huisvesten van enkel arbeidsmigranten. Uit de voorbeelden blijkt wel dat het van belang is om voldoende diversiteit in de groepen bewoners te bewaken om evenwicht te vinden in dragende en vragende bewoners. Daarnaast is het belangrijk om de bewoners ook goed te betrekken bij het sociaal beheer, zoals het contact tussen bewoners en het voorkomen en aanpakken van overlast. Naar aanleiding van de eerste resultaten van dit onderzoek zal een vervolg worden opgezet, met daarbij ook een leerkring voor de verschillende betrokken partijen.

Om een impuls te geven aan de kwaliteit en de kwantiteit van het «flexwonen-aanbod», heb ik in december 2015 de «Inspiratieprijsvraag Flexwonen» uitgereikt aan het meest inspirerende flexwonenproject voor (o.a.) arbeidsmigranten: de Genderhof in Eindhoven. In dit verzorgingstehuis heeft woningcorporatie Wooninc. vanwege toenemende leegstand besloten een mix van doelgroepen, in dit specifieke geval arbeidsmigranten en ouderen, te huisvesten wat een inspirerende woonvorm oplevert en waar bewoners naar tevredenheid wonen.

Ondersteuning op het onderwerp huisvesting van EU-arbeidsmigranten voor gemeenten blijft nodig. Uit het bestuurlijk overleg kwam echter ook de vraag naar een meer integrale benadering van het onderwerp flexwonen. Dat gaf mij aanleiding om te zoeken naar een mogelijkheid om deze twee wensen bij elkaar te brengen. Deze mogelijkheid heb ik gevonden in de accountmanagers die vanuit het Ministerie van BZK gemeenten ondersteunen. Zij komen op verzoek naar gemeenten, beantwoorden vragen en kunnen, waar nodig, knelpunten terugleggen bij het beleid of de hulp van experts inschakelen. Enkele voorbeelden hiervan zijn het expertteam Kantoortransformatie, het expertteam Versnellen en het expertisecentrum Flexwonen. De accountmanagers worden voor verschillende onderwerpen ingezet, waaronder voor huisvestingsvraagstukken die samenhangen met de taakstelling van vergunninghouders. Ik heb afgesproken dat de accountmanagers van BZK ook op het bredere gebied van Flexwonen gemeenten en de regio’s waar de huisvesting van EU-arbeidsmigranten aandacht vraagt, zullen ondersteunen.

Verder kan door de betrokkenen ook de verbinding gezocht worden met het bestuurlijk netwerk dat is ontstaan rondom de uitvoering van de Nationale Verklaring. Dit netwerk is zeer waardevol gebleken om samen goede ideeën te bespreken en problemen op te lossen, maar ook voor de monitoring van de gemaakt afspraken. Het Bestuurlijk Overleg zal worden voortgezet met vertegenwoordigers van de kernpartijen en belangenverenigingen.

Wet aanpak schijnconstructies

Een belangrijk inhoudelijk knelpunt waarvoor partijen op het bestuurlijk overleg mijn aandacht hebben gevraagd, is de voorgestelde aanpassing van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) van de Minister van Sociale Zaken. De Minister van SZW heeft in zijn brief7 aan uw Kamer van 21 april jl. aangegeven voornemens te zijn om bij AMvB een uitzondering te maken voor het inhouden van huisvestingskosten en de kosten van de zorgverzekering. Zonder deze aanpassing zou de werkgever geen mogelijkheid meer hebben om via inhoudingen op het wettelijk minimumloon van de werknemer de kosten voor huisvesting in rekening te brengen. Deze inhoudingen maken het proces voor de werkgevers die huisvesting realiseren een stuk eenvoudiger, mits het op een transparante manier gebeurt. De inwerkingtreding van het verbod op inhoudingen en de uitzondering daarop wordt voorzien op 1 januari 2017.

Registratie

Gemeenten en het Rijk vinden het belangrijk om goed zicht te krijgen op de EU-arbeidsmigranten die in Nederland verblijven. Daarom startte BZK in 2014 met een aantal betrokken partijen een pilot over Registratie Eerste Verblijfsadres (REVA), waarbij het eerste verblijfsadres in Nederland van EU-arbeidsmigranten wordt geregistreerd. Op die manier krijgen gemeenten meer zicht op wie er in hun gemeenten verblijven en kan het eerste verblijfsadres aanknopingspunten bieden voor handhaving. Tot dusver ervaren betrokken gemeenten de pilot als een succes. Uit een eerste evaluatie is gebleken dat gemeenten nu veel beter overtredingen zoals overbewoning, uitbuiting en mensenhandel kunnen signaleren. Op basis hiervan is besloten de registratie van het eerste verblijfadres wettelijk te regelen. In zijn brief aan de Tweede Kamer van 16 oktober 2014 met als onderwerp de Basisregistratie Personen (BRP) gaf de Minister van BZK aan dat er een wetswijziging zal worden voorbereid, zodat het eerste verblijfsadres van niet-ingezetenen kan worden geregistreerd in de BRP (in het RNI-gedeelte) en kan worden verstrekt aan gebruikers van de BRP.

Deze wijziging zal pas nadat Operatie BRP is afgerond in werking treden, naar verwachting begin 2019. Tot die tijd zal de pilot doorlopen.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok


X Noot
1

Kamerstuk 34 300 XVIII, nr. 5

X Noot
2

Kamerstuk 29 407, nr. 146

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

Kamerstuk 32 847, nr. 180

X Noot
5

Platform 31 onderzoeksrapport «Huisvesting EU-arbeidsmigranten: een zorg voor iedereen?!» en het onderzoek van het Expertisecentrum Flexwonen naar de voortgang van huisvesting arbeidsmigranten in de regio.

X Noot
6

Platform 31 onderzoeksrapport «De Magic Mix: Een verkenning van wooncomplexen waar verschillende doelgroepen gemengd wonen», februari 2016.

X Noot
7

Kamerbrief van 21 april 2016 over Herziening Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag met Kamerstuk 29 544, nr. 716