Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201329398 nr. 342

29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

Nr. 342 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 oktober 2012

Hierbij informeer ik uw Kamer over de uitvoering van de gewijzigde motie Bashir/Aptroot*, die de regering verzoekt om met een plan te komen om voortaan bij controles de opgevoerde brommer of scooter ter plekke in beslag te nemen en vervolgens onbruikbaar te maken middels een pers. Tevens voldoe ik met deze brief aan het verzoek van het lid Kuiken om een brief te sturen over het in beslag nemen van scooters naar aanleiding van ernstige verkeersovertredingen*.

Tot slot maak ik van de gelegenheid gebruik om uiteen te zetten hoe ik de problematiek van de veelplegers in het verkeer aan wil pakken.

Aanpak scooteroverlast

De minister van Infrastructuur en Milieu en ik hebben diverse maatregelen geïntroduceerd en aangescherpt om scooteroverlast met kracht aan te pakken. Deze maatregelen zijn toegelicht in de mede namens mij gestuurde brief van de minister van Infrastructuur en Milieu van 4 april 20111 en mijn brieven aan uw Kamer van 27 oktober 20112 en 13 maart3 jongstleden. In aanvulling daarop heb ik op 27 september schriftelijke vragen beantwoord over de werkwijze bij het in beslag nemen van scooters4. In het kort beschikken politie en OM nu over het volgende instrumentarium om op te treden tegen gevaarlijk weggedrag, te hard rijden en het opvoeren van scooters:

  • Het OM legt rijontzeggingen op aan bestuurders die veel te hard rijden. Dit gebeurt ook als een bestuurder voor de eerste keer wordt gepakt: bij meer dan 30 km/u te hard rijden wordt het brommerrijbewijs direct ingevorderd en volgt volgens de OM-beleidsregels een rijontzegging van minimaal twee maanden.

  • De boetetarieven voor alle scooterovertredingen, waaronder te hard rijden en het opvoeren van een voertuig, zijn per 1 januari jl. met 15% verhoogd.

  • De meetmarge bij het controleren van opgevoerde scooters is per 1 januari jl. met 4 km/u aangescherpt. Hierdoor is de pakkans van bestuurders met opgevoerde snor- en bromfietsen verhoogd.

  • De politie vordert het kentekenbewijs in wanneer een scooter met meer dan 15 km/u is opgevoerd. Betrokkene zal het voertuig moeten herstellen en opnieuw moeten laten keuren voordat het kentekenbewijs weer in zijn bezit komt.

  • Een scooter wordt in beslag genomen als een bestuurder voor de derde keer binnen twee jaar met een opgevoerde scooter wordt gepakt. Inbeslagname volgt ook wanneer een bestuurder binnen twee jaar voor de tweede keer wordt aangetroffen zonder bromfietsrijbewijs.

  • Bestuurders met een bromfietsrijbewijs vallen onder de maatregel beginnende bestuurder, die leidt tot een schorsing van het rijbewijs bij drie ernstige verkeersovertredingen. De minister van Infrastructuur en Milieu en ik werken aan een aanscherping van deze maatregel, zodat de grens bij 2 overtredingen komt te liggen.

Ik heb in eerder debatten met uw Kamer aangegeven wat mijn standpunt is ten aanzien van het eerder in beslag nemen van scooters zoals de motie vraagt. Ik wil nog een keer herhalen dat van belang is dat de huidige systematiek met betrekking tot het in beslag nemen van scooters het meest recht doet aan de proportionaliteitseis van ons rechtssysteem, en een verdere verscherping van het beleid naar alle waarschijnlijkheid niet zal leiden tot meer vernietigingen of verbeurdverklaringen van snor- en bromfietsen. Dit betekent dat een brom- of snorfiets in beslag wordt genomen als binnen twee jaar na de eerste bekeuring nog twee keer een bekeuring volgt voor het opgevoerd rijden. Onmiddellijke inbeslagname is mogelijk in gevallen waarin de verkeersveiligheid dat vereist. Ik sta vierkant achter deze aanpak en heb er alle vertrouwen in dat politie en OM met de juiste instrumenten kunnen optreden tegen bestuurders die overlast en onveilige situaties veroorzaken.

Aanpak veelplegers

In het AO van 15 maart (Kamerstuk 29 398, nr. 221) dit jaar besprak ik met uw Kamer de problematiek omtrent veelplegers in het verkeer. Het gaat daarbij om personen die zeer veel verkeersovertredingen begaan, die in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) met administratieve geldboetes tegen standaardtarieven worden afgedaan. Tijdens dat AO heb ik uw Kamer toegezegd dat ik meer zicht zal proberen te krijgen op deze groep en zal onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om overtreders uit de anonimiteit te halen en wat er verder mogelijk is om ervoor te zorgen dat ze zich voortaan wel aan de regels gaan houden.

Ik ben het met de Kamer eens dat het mogelijk moet worden om steviger op te treden tegen bestuurders die zeer veel verkeersovertredingen begaan, de zogenaamde veelpleger in het verkeer.

Huidig kader

Een belangrijke pijler onder de verkeershandhaving in Nederland is de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), die beter bekend is als de Wet Mulder. De afdoening van verkeersovertredingen op basis van deze wet kent een aantal voordelen:

  • Doordat bekeuringen op basis van het kenteken kunnen worden opgelegd, kan er makkelijk gewerkt worden met flitspalen, trajectcontroles en mobiele apparatuur. Dit maakt een hoge pakkans mogelijk.

  • De administratieve afhandeling zorgt voor een automatische en snelle verwerking (ongeveer 10 miljoen beschikkingen per jaar). De strafrechtketen wordt daardoor zo veel mogelijk ontlast en blijft beschikbaar voor zwaardere zaken.

  • De wettelijk vastgelegde aanpak met betrekking tot de inning van boetes zorgt voor een inningspercentage van boven de 95%.

Het gevolg van de systematiek van de Wet Mulder is dat verkeersovertredingen worden afgedaan met een standaard geldboete, ongeacht het aantal beschikkingen dat in het verleden aan een kentekenhouder zijn opgelegd.

Het opleggen van steeds hogere boetes of rijontzeggingen bij recidiverende bestuurders is alleen mogelijk wanneer zaken via het strafrecht worden afgedaan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij snelheidsoverschrijdingen van boven de 30 km/u binnen de bebouwde kom, rijden onder invloed of het veroorzaken van een verkeersongeval. In die zaken volgt er geen standaardbekeuring, maar vindt er een individuele beoordeling plaats door het OM.

Omvang

De omvang van de groep veelplegers is sterk afhankelijk van de gebruikte definitie voor veelpleger. Politie en CJIB hebben in het verleden in het kader van kleinschalige lokale projecten een definitie ontwikkeld. Het gaat daarbij om kentekenhouders met meer dan 10 beschikkingen binnen een jaar voor een reeks zwaardere en meer gevaarlijke gedragingen, zoals rechts inhalen, door rood licht rijden en bumperkleven*. Deze definitie vind ik ook zeer geschikt voor een landelijke aanpak.

Het CJIB heeft de afgelopen periode in kaart gebracht hoeveel mensen er in 2011 een groot aantal bekeuringen ontving. Daarbij is specifiek gekeken naar personen die passen binnen de definitie van veelpleger zoals die eerder is gehanteerd.

aantal zaken1

aantal personen2

 

van

t/m

o.b.v. alle zaken

volgens definitie veelplegers (zie bijlage)

cumulatief

volgens definitie veelplegers

11

11

6 996

267

 

12

12

5 088

213

480

13

13

3 681

119

599

14

14

2 820

81

680

15

15

2 132

62

742

16

16

1 606

47

789

17

17

1 300

35

824

18

18

1 000

23

847

19

19

806

12

859

20

20

622

14

873

         

21

30

2 731

51

924

31

40

603

10

934

41

50

203

6

940

51

60

81

 

61

70

33

1

941

71

80

22

1

942

81

90

15

 

91

100

13

 

101

125

14

1

943

126

150

9

 

150

1 000

6

 

Bron: CJIB

X Noot
1

In verband met de gekozen definitie van meer dan 10 beschikkingen per persoon begint de tabel bij 11 zaken.

X Noot
2

Het gaat hierbij om unieke natuurlijke personen. Indien een natuurlijk persoon meerdere kentekens op zijn naam heeft staan, zijn de aantallen beschikkingen van de verschillende voertuigen bij elkaar opgeteld.

Uit deze analyse blijkt dat de totale groep kentekenhouders die volgens de gehanteerde definitie als veelpleger kunnen worden aangemerkt uit 943 personen bestaat. Van deze groep waren er vorig jaar 873 kentekenhouders die tussen de 10 en 20 bekeuringen ontvingen voor een verkeersovertreding vallend in de categorie zwaardere meer gevaarlijke overtredingen. Er zijn 51 kentekenhouders die tussen de 20 en 30 overtredingen op hun naam hebben staan in deze categorie. De categorie tussen de 30 en 40 bevat 10 personen en er zijn 9 personen waarbij meer dan 40 van deze overtredingen zijn geregistreerd. Bij het bestuderen van deze cijfers is het overigens belangrijk om te realiseren dat het CJIB in het overgrote merendeel van deze zaken alleen zicht heeft op de kentekenhouder, en niet op de daadwerkelijke bestuurder. Zo staan in dit overzicht onvermijdelijk ook bedrijfseigenaren die alle voertuigen binnen het bedrijf op hun naam hebben staan, en de boetes al dan niet verhalen op de personeelsleden die de overtredingen begaan.

De cijfers laten zien dat er een groep weggebruikers in het land is die zich weinig gelegen laat liggen aan de verkeersregels. Deze groep wil ik stevig aanpakken. Om het mogelijk te maken dat deze veelplegers in de toekomst niet met alleen een standaardgeldboete worden bestraft, zal er bij deze groep overtreders voor strafrechtelijke afdoening in plaats van voor administratiefrechtelijke afdoening moeten worden gekozen. Artikel 2, eerste lid, Wahv, bepaalt dat de gedragingen in de bijlage bij de Wahv met een administratiefrechtelijke sanctie kunnen worden afgedaan. Dit betekent dat de Wahv er niet toe verplicht deze gedragingen af te doen via de Wahv, maar dat het openbaar ministerie kan kiezen tussen administratiefrechtelijke óf strafrechtelijke handhaving. Wettelijk is het dus mogelijk om deze keuze te maken. In de beleidsregels van het OM is niet uitgewerkt wanneer er kan worden uitgeweken naar het strafrecht. Ik zal het OM opdracht geven dit uit te werken. De hoofdlijn van deze aanpak licht ik hieronder toe.

Uitwerking

Zoals ik uw Kamer eerder heb gemeld wil ik naar een landelijk sluitende aanpak voor deze groep weggebruikers. Ik zal daarbij conform het verzoek van uw Kamer de bestuurders die vaak overtredingen begaan uit de anonimiteit halen. Eigenaren van voertuigen die bovengemiddeld vaak dit soort boetes ontvangen zullen worden aangeschreven door de politie, met de mededeling dat zij in beeld zijn van de politie en wat de gevolgen kunnen zijn van de geconstateerde gedragingen voor de verkeersveiligheid. Hierbij zal worden geschetst welke straffen en maatregelen men bij een staandehouding riskeert.

Naast de groep die op basis van de hierboven beschreven definitie in beeld komt van de politie, zal in aanvulling hierop in iedere regio de top 10 veelplegers in kaart worden gebracht. Hierbij zullen niet alleen de zwaardere verkeersovertredingen uit de definitie meetellen, maar alle gepleegde verkeersovertredingen worden betrokken. Deze veelplegers zullen op extra aandacht van de politie kunnen rekenen en daarmee eerder de kans lopen op het kwijt raken van hun rijbewijs.

Nu voor de hierboven beschreven werkwijze geen wet of regelgeving hoeft te worden aangepast, kunnen deze maatregelen snel worden ingevoerd. Mijn streven is deze aanpak per 1 juli 2013 geëffectueerd te hebben.

Daarnaast zal ik ook mogelijk maken dat wanneer er op het kenteken of op naam van een veelpleger opnieuw een overtreding wordt geconstateerd, de zaak kan worden overgedragen aan het OM. Anders dan nu het geval is bij lichte verkeersovertredingen, zal de officier van justitie in dat geval besluiten hoe deze overtreding wordt afgehandeld. In ernstige gevallen moet een rijontzegging mogelijk zijn.

Deze uitwerking neem ik nu ter hand. De invoering vereist nadere uitwerking waarover ik overleg zal voeren met het OM en de politie. Zo mogelijk zal deze maatregel per 1 juli aanstaande van kracht kunnen worden.

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


XNoot
*

Kamerstukken II, 2011/12, 33 000 XII, nr 39.

XNoot
*

Regeling van werkzaamheden, 3 juli 2012.

X Noot
1

Kamerstukken II, 2010/11, 29 398, nr. 271.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2011/12, 29 398, nr. 301.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2011/12, 29 398, nr. 319.

X Noot
4

Vergaderjaar 2012/13, aanhangselnummer 116.

XNoot
*

Zie voor de overige feiten de bijgevoegde bijlage.