Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229398 nr. 301

29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

Nr. 301 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 oktober 2011

Tijdens het AO Verkeersveiligheid van 8 september jl. (kamerstuk 29 398, nr. 287) is onder andere de overlast van snor- en bromfietsen (of: scooters) aan de orde gekomen. Ik heb tijdens dat debat toegezegd dat ik uw Kamer meer inzicht zou verschaffen over het aantal boetes dat is opgelegd naar aanleiding van het rijden zonder een bromfietsrijbewijs. Die toezegging doe ik met deze brief gestand, alsmede de toezegging die ik heb gedaan om een reactie te geven op het plan van aanpak van het lid Dijksma (PvdA) inzake de aanpak van scooteroverlast.

Scootercontroles

Sinds de invoering van het bromfietsrijbewijs, op 1 maart 2010, zijn er in de periode 1 maart 2010 tot en met 30 september 2011 23 056 boetes opgelegd aan bestuurders die reden zonder bromfietsrijbewijs. In de praktijk neemt de politie de controle op het bezit van het rijbewijs mee in de reguliere controles op snelheid en constructieveiligheid van snor- en bromfietsen.

Er bestaat geen landelijk overzicht van het aantal gecontroleerde bestuurders van snor- en bromfietsen, maar een analyse van de controles die in 2010 en 2011 door drie politiekorpsen (Hollands-Midden, Haaglanden en Utrecht) werden gehouden, biedt zicht op het overtredingspercentage in die regio’s. In de periode maart 2010 – augustus 2011 werden door deze politiekorpsen in totaal 9 098 bestuurders gecontroleerd op (onder andere) het bezit van een geldig rijbewijs. In 295 gevallen bleek de bestuurder op dit punt in overtreding, wat neerkomt op 3,2% van het aantal gecontroleerde personen.

Aanpak van scooteroverlast

In de afgelopen periode is er bij verschillende gelegenheden met uw Kamer gedebatteerd over de wens om scooteroverlast krachtiger aan te pakken. Het lid Dijksma heeft in het kader daarvan een plan van aanpak opgesteld dat bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Hogere boetes en frequentere controles op overtreding maximumsnelheid

  • Invoering van een puntenrijbewijs voor scooterbestuurders

  • Opvoeren aanpakken

  • Aanpak en voorkomen scooterovervallen

  • Landelijke database voor gestolen scooters.

Ook ik zie dit als belangrijke elementen bij de aanpak van scooteroverlast, en ik licht in deze brief graag toe in welke maatregelen het kabinet dit vertaald heeft. Het laatste onderdeel van het plan van het lid Dijksma, de positie van scooters op fietspaden, laat ik met het oog op de uitvoerige behandeling ervan tijdens recente debatten, buiten beschouwing.

Hogere boetes en frequentere controles op overtreding maximumsnelheid

Zoals ik in mijn brief van 2 september jl.1 uitvoerig heb toegelicht, leidt de gedifferentieerde boeteverhoging van 1 januari 2012 tot extra hoge boetes voor overtredingen in 30 km/u-zones. Deze hogere boetes gelden niet alleen voor automobilisten, maar ook voor te hard rijdende bestuurders van snor- of bromfietsen. De lokale driehoek besluit op basis van de plaatselijke problematiek over het aantal controles dat in een bepaalde regio of stad wordt gehouden.

Opvoeren aanpakken

Naast het handhaven van de maximumsnelheid, is het ook van belang om op te kunnen treden tegen het opvoeren van snor- en bromfietsen. In de praktijk gebruikt de politie hiervoor rollentestbanken. Naar aanleiding van schriftelijke vragen van de leden Bashir en van Gent, heeft de minister van Infrastructuur en Milieu vorig jaar aangekondigd om de daarbij gehanteerde meetmarges nog eens te onderzoeken2. In een brief van 4 april jl.3 meldde zij al dat het Openbaar Ministerie een aanpassing van de Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen in voorbereiding heeft, waardoor de ondergrens voor vervolging met 3 km/u wordt verlaagd. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat er binnen de randvoorwaarden van Europese regelgeving 1 km/u winst te behalen is bij het aanscherpen van de permanente eisen van brom- en snorfietsen in de Regeling voertuigen. In totaal zal de meetmarge bij rollentestbanken per 1 januari a.s. daarom met 4 km/h worden verlaagd, wat de kans aanmerkelijk vergroot om bij een controle te worden betrapt met een opgevoerd voertuig. In geval van een snorfiets (max. 25 km/u) volgt vanaf dat moment een boete bij een gemeten snelheid van 35 km/u in plaats van bij 39 km/u. In de eerdergenoemde brief van 4 april is daarnaast uiteengezet wanneer de politie zal overgaan tot inbeslagname van het voertuig. Dit gebeurt in gevallen waarin de verkeersveiligheid dat vanwege het gevaarzettende karakter van een overtreding vereist, of in gevallen waarin iemand meerdere keren is betrapt op het opvoeren van een voertuig.

Vanaf een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid met meer dan 15 km/u wordt (ook) het kentekenbewijs ingevorderd. Betrokkene heeft daarna vier weken de tijd om bij de politie aan te tonen dat het voertuig weer voldoet aan de eisen. Wanneer dit niet gebeurt stuurt de politie het kentekenbewijs door naar de RDW, waar de eigenaar het voertuig opnieuw moet laten keuren voordat het weer de weg op mag.

Invoering van een puntenrijbewijs voor scooterbestuurders

Het plan van het lid Dijksma bevat een voorstel om een puntenrijbewijs in te voeren voor scooterbestuurders, waarbij het brommerrijbewijs al bij 2 punten zou moeten worden ingenomen.

De maatregel beginnende bestuurder is op dit moment reeds voor houders van een bromfietsrijbewijs van toepassing. Deze brengt met zich mee dat de geldigheid van het rijbewijs van een beginnende bestuurder na de derde onherroepelijke afdoening van een ernstige overtreding door het CBR wordt geschorst, en betrokkene een onderzoek naar de rijvaardigheid moet ondergaan. Naar verwachting valt een zeer groot deel van de bromfietsbestuurders onder het bereik van de maatregel, gezien de overwegend jonge leeftijd van deze groep. Zoals de minister van Infrastructuur en Milieu en ik uw Kamer bij brief van 19 mei jl. gemeld hebben4, wordt deze regeling bovendien aangescherpt van 3 naar 2 punten.

De Wegenverkeerswet 1994 bevat daarnaast een bepaling waardoor het rijbewijs moet worden ingevorderd wanneer de bestuurder van een bromfiets is staande gehouden wegens het overschrijden van de toegestane maximumsnelheid met 30 km/u of meer. Er is bovendien ruimte om het rijbewijs in te vorderen in alle overige gevallen waarin er tegen een bestuurder een proces-verbaal wordt opgemaakt, mits door de overtreding de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht. Te denken valt aan het veel te hard rijden met een scooter door een druk voetgangersgebied.

Aanpak en voorkomen scooterovervallen

Het kabinet zet fors in op het terugdringen van het aantal overvallen. De doelstelling van het programma «Gewelddadige Vermogenscriminaliteit» is om in 2014 het aantal overvallen in de komende vier jaar in elk geval onder het niveau van 2006 te brengen. Door verschillende maatregelen wordt onder meer de heterdaadkracht verbeterd, de expertise binnen de politie geborgd, de sturing op de prioriteit verbeterd en de doelgroep (veelal bekende meerplegers) gevolgd.

Het komt voor dat er een scooter wordt gebruikt bij het plegen van een overval. In aanvulling op de meer generieke maatregelen ter bestrijding van overvallen, heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de mede-overheden eerder dit jaar tijdens het Nationaal Mobiliteitsberaad nog eens gewezen op de mogelijkheden om scooters te weren uit bepaalde gebieden. De huidige wet- en regelgeving biedt daartoe al verschillende mogelijkheden door de plaatsing van verkeersborden. Daarnaast is het mogelijk om de toegang tot bepaalde gebieden te beperken met obstakels.

Landelijke database voor gestolen scooters

Aangiftes van gestolen scooters worden door de politie geregistreerd in het Bedrijfsvoeringsysteem Handhaving (BVH). Omdat dit systeem inderdaad enkele beperkingen kent, maakt de verbetering ervan deel uit van het Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie 2011–2014 zoals ik dat op 19 september jl. naar uw Kamer heb gezonden5. Daarin is onder meer opgenomen dat de nieuwe Basisvoorziening Politie vanaf 2014 stapsgewijs wordt ingevoerd. Behalve voor meer gebruiksgemak en minder uitval van systemen moet de landelijke informatievoorziening ook zorgen voor een betere gegevensuitwisseling binnen de politie en tussen de politie en andere instanties, bijvoorbeeld als het gaat om gestolen scooters.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


X Noot
1

Kamerstukken II 2011/12, 29 398, nr. 285.

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, 2009–2010, nr. 776.

X Noot
3

Kamerstukken II 2010/11, 29 398, nr. 271.

X Noot
4

Kamerstukken II 2011/12, 29 398, nr. 277.

X Noot
5

Kamerstukken II 2011/12, 29 628, nr. 269.