Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129398 nr. 262

29 398 Maatregelen verkeersveiligheid

Nr. 262 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 januari 2011

In vervolg op mijn brieven van 17 september 2009 en 26 juni 2009 (kamerstukken 29 398, nr. 177, en 167) aangaande het reserveringssysteem van het CBR, doe ik u bijgaand de uitkomsten van de onafhankelijke eindevaluatie van de nieuwe reserveringssystematiek van het CBR toekomen.1

Uitkomsten

Uit het onderzoek komt naar voren dat de reserveringstermijnen voor praktijkexamens B vanaf medio 2009 structureel ruimschoots aan de norm voldoen. De nieuwe reserveringssystematiek heeft geleid tot meer zekerheid bij het reserveren van examens. Vooral de kleine rijscholen en de examenkandidaten hebben hier voordeel bij. Volgens de onderzoekers biedt de nieuwe reserveringssystematiek het CBR een adequate mogelijkheid om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Door het reserveren op naam van de examenkandidaat is het voor rijschoolhouders niet meer mogelijk om grote hoeveelheden examenplaatsen ver vooruit te reserveren. Hierdoor is wel de flexibiliteit bij het reserveren van examens afgenomen.

Het bureau doet een aantal aanbevelingen om de systematiek (verder) door te ontwikkelen om de systematiek meer robuust en toekomstvast te houden. De onderzoekers bevelen aan om de sector daarbij te blijven betrekken.

Maatregelen

Op basis van de eindevaluatie constateer ik dat het CBR met behulp van de gekozen aanpak met de branche succesvol een nieuw systeem heeft weten te realiseren dat meer zekerheid geeft op een korte reserveringstermijn voor kandidaten. Ik hecht er belang aan dat deze normen ook voor de toekomst worden gerealiseerd. Ik constateer dat aan de door mij gestelde randvoorwaarden is voldaan.

Met mijn brief over het toekomstgerichte onderzoek CBR (Kamerstuk 29 398, nr. 261) heb ik u geïnformeerd over het verbeterprogramma van het CBR. Ik heb geconstateerd dat de aanbevelingen van de onderzoekers die betrekking hebben op de reserveringssystematiek, door de directie CBR zijn belegd in het verbeterprogramma CBR. Zoals ik u heb aangegeven wordt ik over de voortgang van het verbeterprogramma maandelijks geïnformeerd.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.