Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229344 nr. 86

29 344 Terugkeerbeleid

Nr. 86 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 maart 2012

Op 19 januari 2012 heeft u schriftelijk verzocht om een reactie op het rapport «De gezinslocaties in Gilze Rijen en Katwijk: geen plek voor een kind» van Defence for Children – ECPAT Nederland en UNICEF Nederland. Op 21 december 2011 heb ik uw Kamer reeds geïnformeerd over de gezinslocaties (Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 29 344, nr. 85). In deze brief ben ik ingegaan op het regime en de voorzieningen op de gezinslocaties en heb ik gereageerd op de signalen die ik gekregen had van Defence for Children en die in het rapport zijn terug te vinden.

Kern is dat het voorzieningenniveau voor kinderen in een gezinslocatie hetzelfde is als voor kinderen in een AZC. Voor ouders geldt een regime dat primair gericht is op vertrek. Het karakter van de gezinslocaties is gerelateerd aan de doelgroep van de gezinslocaties, namelijk vreemdelingen die niet in aanmerking komen voor bescherming in Nederland en als voormalige asielzoekers niet meer onder het toepassingsgebied van de Opvangrichtlijn vallen.

Eind vorig jaar is er enkele malen negatief bericht over het niveau van de voorzieningen en omstandigheden in de gezinslocatie. Ook Defence for Children en Unicef hebben mij geïnformeerd over hun bevindingen naar aanleiding van het onderzoek dat deze organisaties hebben gedaan naar de omstandigheden op gezinslocaties. Deze bevindingen staan ook in het rapport dat deze organisaties aan uw Kamer heeft doen toekomen. De voornaamste punten waarvoor deze organisaties aandacht vragen betreffen de dagelijkse inhuisregistratie, de toegankelijkheid tot de (medische) zorg en de continuïteit van medische zorg bij overplaatsingen, de toegang tot het onderwijs voor de kinderen in de gezinslocatie en de vergoedingen voor reiskosten van de gezinnen.

Voor kinderen verschilt de medische zorg in een gezinslocatie niet van de medische zorg in een regulier asielzoekerscentrum. Volwassenen in de gezinslocatie hebben, in overeenstemming met het koppelingsbeginsel in artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000, recht op medisch noodzakelijke zorg. Dit is de zorg die de medisch professional noodzakelijk acht en sluit dus niet bepaalde vormen van zorg op voorhand uit of in. Het betreft nagenoeg alle zorgvormen die zijn opgenomen in het Nederlandse wettelijke verzekeringspakket onder de voorwaarde dat de vraag of de zorg nu en hier moet worden verleend, positief wordt beantwoord door de behandelend arts.

De toegang tot de medische zorg is vanaf de start van de gezinslocatie in overeenstemming met het bestaande zorgmodel voor een regulier asielzoekerscentrum geborgd. Dit betekent dat asielzoekers voor de toegang tot de zorg gebruik kunnen maken van het inloopspreekuur bij een huisarts of praktijkondersteuner op de gezinslocatie, zelfstandig een afspraak maken met de huisarts van het centrum of via de praktijklijn van het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A) (7 dagen in de week, 24 uur per dag) een afspraak kunnen maken. Via het Tolk- en Vertaalcentrum Nederland (TVcN) kunnen professionele tolken worden ingeschakeld.

Verder zijn door het COA afspraken gemaakt met het GC A over de medische aspecten bij verhuizingen in een situatie waarin een opvanglocatie in korte tijd van bewoners wisselt en andere status krijgt. Daarnaast vinden overplaatsingen pas plaats nadat het continueren van de medische behandeling op de nieuwe locatie is gewaarborgd.

Onderwijs

Minderjarige kinderen hebben recht op onderwijs. Om te voorkomen dat kinderen na hun overplaatsing moeten wachten tot ze op een school terecht kunnen op of in de buurt van de gezinslocatie, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat overplaatsingen pas plaatsvinden indien is geborgd dat kinderen binnen twee weken na hun overplaatsing naar de gezinslocatie toegang tot een school hebben.

Inhuisregistratie

Uit mijn gesprekken met enkele gezinnen in de gezinslocatie Katwijk en de bevindingen van Vluchtelingenwerk, Unicef en Defence for Children leid ik af dat de dagelijkse inhuisregistratie door veel bewoners van de gezinslocaties als een aanzienlijke psychologische belasting wordt ervaren. Met name het feit dat deze gezinnen zich ook moeten melden in het weekend wordt als belastend ervaren. Ik heb hier begrip voor. Daarom heb ik met het COA afgesproken dat de inhuisregistratie niet meer plaatsvindt op zon- en feestdagen. Wat betreft de registratie op zaterdag ben ik voornemens deze te verplaatsen naar het eind van de middag zodat de gezinnen overdag vrijer zijn in hun tijdsbesteding, waarbij de kinderen zullen worden vrijgesteld van hun registratie op zaterdag.

Leefgeld

Er bestaat geen juridische verplichting tot het geven van leefgeld omdat de doelgroep niet valt onder de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005). Niettemin krijgen deze gezinnen een financiële bijdrage voor eten gerelateerd aan de grootte van het gezin en de omstandigheid of er een centrale keuken aanwezig is. Daarnaast krijgen de gezinnen ook nog een financiële bijdrage ten behoeve van de kinderen.

Vergoeding reiskosten

Een punt van kritiek isdat er geen vervoersbewijzen worden verstrekt voor een afspraak met de advocaat of een zitting bij de Rechtbank. Omdat de mensen in de gezinslocaties nog op regelmatige basis procedures hebben lopen (bijvoorbeeld op medische gronden), is deze maatregel volgens onder meer Vluchtelingenwerk problematisch.

Het COA verstrekt deze vervoersbewijzen aan asielzoekers op basis van de Rva 2005. Hierin is vastgesteld dat de bewoners van een AZC aanspraak kunnen maken op de vergoeding van zogenaamde buitengewone kosten door het COA. De Rva 2005 voorziet uitsluitend in het vergoeden van reiskosten om medische redenen of redenen die gerelateerd zijn aan de asielprocedure, niet aan andere procedures zoals bijvoorbeeld reguliere procedures. Bewoners van gezinslocaties hebben in beginsel geen asielprocedure meer lopen die recht geeft op opvang en vallen niet onder de Rva 2005. Niettemin worden reiskosten voor medische redenen en onderwijs door het COA vergoed.

Inrichting

Tot slot merk ik op dat het interieur van de voormalige asielzoekerscentra bij de omvorming naar een gezinslocatie niet is gewijzigd. Het interieur is net als een asielzoekerscentrum een standaardinrichting die is vastgesteld, rekening houdend met overwegingen van hygiëne en brandveiligheid. Daarnaast zijn op de gezinslocaties voor kinderen dezelfde voorzieningen aanwezig als op AZC’s. Het gaat hierbij om een kinderspeelplaats, een open leercentrum, huiswerkruimte en er worden activiteiten voor kinderen georganiseerd door de stichting «De Vrolijkheid».In het kader van het project «Kind in de Opvang» komen er op de locatie Katwijk bovendien extra en nieuwere speelvoorzieningen. In Gilze en Rijen zijn al extra en nieuwere speelvoorzieningen aangebracht.

De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers