29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 547 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 november 2019

Na beantwoording van mondelinge vragen van uw Kamer over het handhaven van de rechtsorde tijdens acties door boerendemonstranten en klimaatdemonstranten op 15 oktober 2019 (Handelingen II 2019/20, nr. 13, item 2) heeft u mij gevraagd om een brief om uw Kamer nader te informeren (Handelingen II 2019/20, nr. 14, item 8). Ik stuur u deze brief mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het recht op demonstreren in Nederland is een groot goed. Het is van wezenlijk belang dat de overheid dit recht beschermt en respecteert.

De burgemeester dient zich dan ook actief op te stellen om demonstreren te faciliteren, zodat het demonstratierecht zo goed mogelijk kan worden uitgeoefend.

De burgemeester kan echter wel voorschriften en beperkingen stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Het in goede banen leiden van demonstraties vergt maatwerk en een inschatting door de burgemeester en de politie op basis van hun kennis van de lokale situatie.

Vanwege het grote belang van het demonstratierecht heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2018 aan alle burgemeesters de handreiking «Demonstreren bijkans heilig» gezonden. Deze publicatie, waarin op inzichtelijke wijze de toepasselijke juridische kaders zijn weergegeven, is opgesteld in samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, de politie en het Openbaar Ministerie.

In de praktijk worden vooraf beleids- en tolerantiegrenzen afgesproken in de driehoek van burgemeester, officier van justitie en politiechef. Het zal er ook van afhangen hoe een situatie zich ontwikkelt of en hoe de burgemeester bevoegdheden gebruikt.

De politie opereert tijdens de demonstratie onder het gezag van de burgemeester waar het gaat om de handhaving van de openbare orde. De burgemeester legt over zijn beslissingen verantwoording af aan de gemeenteraad (en indien aan de orde aan de bestuursrechter). Het is niet aan mij als Minister om daar in te treden.

Indien de politie optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde gebeurt dit onder het gezag van de officier van justitie.

Zoals ik op 15 oktober 2019 in antwoord op de mondelinge vragen van uw Kamer heb aangegeven, herken ik mij niet in het beeld dat sprake is van rechtsongelijkheid bij de wijze waarop is opgetreden bij de acties van boeren- en klimaatdemonstranten, omdat de verschillende situaties zich niet laten vergelijken. Het lokaal gezag maakt afwegingen op basis van de lokale situatie.

De klimaatdemonstranten in Amsterdam waren voornemens om voor onbepaalde tijd een drukke weg en calamiteitenroute te blokkeren en een deel van de publieke ruimte te bezetten. De burgemeester heeft op voorhand duidelijk gemaakt aan de actievoerders dat hiermee geen sprake was van een betoging in de zin van de Wet openbare manifestaties. Aan een voorstel om op het Museumplein te demonstreren hebben de klimaatactivisten geen gehoor gegeven. Bij de diverse boerenacties was sprake van een kennisgegeven demonstratie op een afgesproken locatie, waaraan de burgemeester voorwaarden en beperkingen had gesteld.

U heeft mij gevraagd om in deze brief in te gaan op de bedreigingen die zijn geuit aan het adres van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het kabinet vindt het bedreigen van bestuurders onder alle omstandigheden onacceptabel. Ik laat mij echter niet uit over individuele zaken. In zijn algemeenheid geldt dat het OM een onderzoek instelt naar strafbare bedreigingen indien daarvan aangifte is gedaan.

In alle situaties trad de politie op in afstemming met- en onder verantwoordelijkheid van lokaal gezag op basis van een inschatting van de lokale situatie.

Demonstraties van deze omvang – zeker bij inzet van zwaar materieel – hebben grote impact en een landelijke uitstraling. Om die reden vindt in dit soort situaties landelijk gecoördineerd overleg plaats waarbij meerdere overheden zijn betrokken. Op verzoek van enkele regioburgemeesters zal ik binnenkort met hen hierover in gesprek gaan teneinde vast te stellen of een en ander voor nieuwe vraagstukken zorgt en, zo ja, wat dat betekent.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Naar boven