Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829279 nr. 445

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 445 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2018

Tijdens het rondetafelgesprek Schulden van de vaste Kamercommissie SZW op 12 februari 2018 (Kamerstuk 24 515, nr. 427) heeft het lid Raemakers (D66) gevraagd naar de effectiviteit van de verhogingen bij Wahv-beschikkingen1 (hierna verkeersboetes). De toenmalige algemeen directeur van het CJIB, de heer Sibma, heeft in het gesprek laten weten uw Kamer hierover nader te zullen informeren. Met deze brief doe ik die toezegging gestand. Om een conclusie te kunnen trekken over de effectiviteit van de verhogingen bij de inning van verkeersboetes wordt hieronder een overzicht gegeven van de betalingspercentages per fase. De jaren 2015 en 2016 zijn als uitgangpunt genomen, omdat de inningsfase van de zaken in die jaren nagenoeg is afgerond. Zo ontstaat een zo volledig mogelijk beeld van de inning.

Betalingspercentages 2015

In 2015 werden 7.968.912 verkeersboetes opgelegd. Na de initiële beschikking werd 83,5 procent, al dan niet in termijnen, betaald. Dat zijn 6.657.332 boetes. In 1.125.458 zaken is een eerste aanmaning verstuurd, waarvan 466.384 zaken vervolgens betaald werden. Bij een groep van 629.891 verkeersboetes ging het CJIB over tot het versturen van een tweede aanmaning. Na verzending van de tweede aanmaning werden 106.601 verkeersboetes betaald. Van de in 2015 opgelegde boetes werd na de drie aanschrijvingen in de inningsfase tezamen ongeveer 90,7 procent van de verkeersboetes betaald.

Inningsfase

Instroom boetes1

Betaalde boetes

Betalingspercentage per inningsfase

Cumulatief betalingspercentage

Initiële beschikking

7.968.912

6.657.332

83,5%

83,5%

Eerste aanmaning

1.125.458

466.384

41,4%

89,4% (+ 5,9%)

Tweede aanmaning

629.891

106.601

16,9%

90,7% (+1,3%)

X Noot
1

In sommige zaken wordt het proces voortijdig beëindigd, bijvoorbeeld na een gegrond verklaard beroep. Daarom volgde niet op iedere boete die niet betaald is, een aanmaning.

Betalingspercentages 2016

In 2016 werden 9.437.717 verkeersboetes opgelegd. Na het versturen van de initiële beschikking werden 7.970.660 boetes, dit is circa 85 procent, direct (of in termijnen in geval van een betalingsregeling) betaald. Een eerste aanmaning werd verstuurd bij 1.259.280 verkeersboetes, waarvan 537.268 boetes vervolgens betaald werden. Bij een groep van 676.066 niet-betaalde verkeersboetes werd ook een tweede aanmaning verstuurd. Van deze groep werden na de tweede aanmaning 122.694 boetes volledig betaald. Van de in 2016 opgelegde boetes werd na de stappen in de inningsfase tezamen ongeveer 91,4 procent van de verkeersboetes betaald.

Inningsfase

Instroom boetes1

Betaalde boetes

Betalingsper-centage per inningsfase

Cumulatief betalingspercentage

Initiële beschikking

9.437.717

7.970.660

84,5%

84,5%

Eerste aanmaning

1.259.280

537.268

42,7%

90,1% (+ 5,6%)

Tweede aanmaning

676.066

122.694

18,1%

91,4% (+ 1,2%)

X Noot
1

In sommige zaken wordt het proces voortijdig beëindigd, bijvoorbeeld na een gegrond verklaard beroep. Daarom volgde niet op iedere boete die niet betaald is, een aanmaning.

Uit de cijfers blijkt dat meer dan 40 procent van de mensen die de beschikking in de initiële fase niet betaalt, dit wel na de eerste aanmaning doet. Na de tweede aanmaning betaalt minder dan 20 procent. Hieruit volgt dat een kleine groep mensen resteert waar verhaal moet worden ingezet door een deurwaarder en vervolgens dwangmiddelen zoals inname rijbewijs, buitengebruikstelling van het voertuig en gijzeling.

Het uitgangspunt is dat een sanctie voor een overtreding daadwerkelijk moet worden ondergaan. Daarbij vind ik het belangrijk dat mensen die een boete niet (ineens) kunnen betalen hiertoe de ruimte krijgen en niet onnodig met extra kosten worden geconfronteerd. Om dit verder te realiseren zal ik onderzoeken welke instrumenten hiervoor het meest geschikt zijn.

Daarbij onderzoek ik niet alleen de hoogte en effectiviteit van verhogingen, maar ook de samenhang met de maatregelen die in de afgelopen jaren zijn getroffen om verhogingen en de inzet van dwangmiddelen te voorkomen, zoals het in 2015 geïntroduceerde betalingsregelingenbeleid bij verkeersboetes. Zoals benoemd in de brief van 22 mei 2018 over de kabinetsbrede aanpak van schulden2 zal ik nog dit jaar betalingsregelingen bij verkeersboetes mogelijk maken voor bedragen vanaf 75 euro3. In het onderzoek zal bij mogelijke voorstellen tot wijziging van de huidige systematiek van verhogingen en dwangmiddelen ook het kostenaspect worden meegenomen.

Ik streef ernaar de eerste resultaten van het onderzoek in het begin van 2019 met uw Kamer te kunnen delen.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

X Noot
2

Kamerstuk 24 515, nr. 431

X Noot
3

De recent aangekondigde verbreding naar regelingen vanaf 75 euro zal in verband met de implementatie termijn eind 2018 nog niet kunnen worden geëvalueerd in het onderzoek.