Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 september 2015
Op uw verzoek1 doe ik u bij deze het rapport «actualisatie validatie-onderzoek haalbaarheid budgettair
kader Openbaar Ministerie» van 16 juni 2015 toekomen2.
In het volgende licht ik de achtergrond en de uitkomsten van dat rapport toe en geef
ik mijn reactie.
Achtergrond
In 2013 is in gezamenlijke opdracht van het departement en het College van procureurs-generaal
het externe onderzoeksbureau de GalanGroep verzocht een oordeel te geven over de ontwikkeling
van het budgettair kader van het Openbaar Ministerie in relatie tot de geraamde volumes
en de afgesproken (beleids-) prestaties. Tevens werd de GalanGroep gevraagd een oordeel
te geven over de in het Regeerakkoord vastgestelde taakstelling van 8,9% in relatie
tot een personele krimp bij het Openbaar Ministerie en tegen de achtergrond van eerder
vastgestelde taakstellingen.
Zowel het Openbaar Ministerie als mijn ambtsvoorganger hebben de conclusies van het
rapport aanvaard en daarbij de ambitie gedeeld dat de geleverde prestaties niet zullen
lijden onder het dalend budget3. Op weg naar 2020 stuurt het Openbaar Ministerie met mijn volledige instemming op
een transitie op tal van facetten van de bedrijfsvoering. Hierbij is zowel door mijn
ambtsvoorganger als door mijzelf, onder de noemer van de «uitgestoken hand», met het
Openbaar Ministerie de afspraak gemaakt dat indien, ondanks adequate inzet van alle
betrokkenen, zich besparingsverliezen voordien, in gezamenlijkheid jaarlijks incidentele
oplossingen gevonden zullen worden. Deze afspraak staat nog steeds.
Onderzoek in opdracht van het College van procureurs-generaal
Twee jaar later, in 2015, heeft het College van procureurs-generaal de GalanGroep
verzocht een actualisatie-onderzoek uit te voeren. Op 16 juni 2015 heeft de GalanGroep
haar onderzoeksrapport opgeleverd. Het rapport gaat in op de vraag of en in hoeverre
het Openbaar Ministerie op koers is bij het, zowel op korte als op langere termijn,
realiseren van de (afgesproken) ambities en prestaties in relatie tot de budgettaire
kaders inclusief de daarin besloten taakstellingen.
De onderzoekers schrijven dat de taakstellingen, met inachtneming van de randvoorwaarden
(o.a. op gebied van ICT en huisvesting), nog steeds haalbaar zijn. Ook schrijven de
onderzoekers dat er nog steeds spanning is op het huidige tijdpad met risico’s voor
het primaire proces. Tenslotte merken ze op dat randvoorwaarden en succesfactoren
nog onvoldoende renderen. Zij adviseren de bezuinigingen te temporiseren of de ambities
bij te stellen. Temporisering zou over de periode 2016–2018 € 50 mln kosten.
Reactie
Ik waardeer het zeer dat het Openbaar Ministerie als professionele organisatie gedurende
haar transitie externe expertise inschakelt om te bezien of en op welke wijze bijsturing
nodig is.
Sinds 2013 is het budgettair kader van het Openbaar Ministerie verruimd ten opzichte
van het taakstellingskader met structurele gelden voor o.a. de uitvoering van de veiligheidsagenda
en de inzet van OM-medewerkers bij de politie teneinde de kwaliteit van de processen-verbalen
te verhogen. De combinatie van dalende instroom van zaken gecombineerd met budgetverruiming
en kwaliteitsverbetering geeft het Openbaar Ministerie meer mogelijkheden dan in 2013
om het prestatieniveau op passend niveau te houden zonder gedwongen ontslagen. Om
die reden ben ik niet van mening dat reeds nu al de conclusie gerechtvaardigd is dat
het budgettair kader van 2016 ontoereikend is.
De structurele middelen zijn verruimd met € 20 mln voor fenomenen met een internationale
dimensie, € 2,1 mln voor contra-terrorisme en € 1,6 mln voor cross-border richtlijn.
De werkwijze van de uitgestoken hand hield in dat het departement het Openbaar Ministerie
op de volgende punten tegemoet is gekomen:
-
• € 5 mln voor het aanstellen van jonge juristen om de werkhoeveelheden weg te werken;
-
• € 4 mln voor de gerechtskosten;
-
• € 2 mln t.b.v. het project Digitaal Werken in de Strafrechtsketen (DWS);
-
• € 0,8 mln voor werkconferenties in het kader van OM 2020, kosten van de GalanGroep
en de Taskforce OM/ZM;
-
• € 0,25 mln t.b.v. het landelijk expertisecentrum Gerechtskosten;
Over het ten volle benutten van de in het rapport genoemde sturingsmogelijkheden zal
ik spreken met het College bij de jaarplanvorming 2016 dit najaar. Dan zal ik uiteraard
uitvoerig overleggen met het College of nog nadere concrete incidentele maatregelen
nodig zijn. Over het budgettair kader van 2017 zal initiële besluitvorming in het
voorjaar van 2016 plaatsvinden.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur