29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 206 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 september 2014

Het actualiteitenprogramma EenVandaag berichtte op 4 september 2014 dat de Nederlandse en Belgische politie en justitie een criminele burgerinfiltrant zouden hebben ingezet ten tijde dat inzet van een criminele burgerinfiltrant verboden was. Dit zou zijn gebeurd in een Belgisch strafrechtelijk onderzoek naar cocaïnesmokkel. Naar aanleiding van deze uitzending heeft uw Kamer mij verzocht hierop in een brief in te gaan. Tevens zijn er door verschillende fracties in de Vaste Commissie voor Veiligheid en Justitie (hierna: VKC) op 11 september 2014 vragen gesteld.

Ik heb kennis genomen van de berichtgeving in EenVandaag en van de recente berichtgeving in de Belgische media, waaronder het artikel in De Standaard van 13 september jl., getiteld «Ik leef nog. Maar daarmee is al het goede nieuws verteld», over een persoon die stelt informant te zijn geweest. In het licht van deze berichten en naar aanleiding van het verzoek van de Vaste Commissie heb ik het Openbaar Ministerie (hierna: OM) verzocht mij te informeren. Ik beschik als vanzelfsprekend niet over het Belgisch strafdossier in deze zaak en laat mij ook niet uit over een Belgisch strafproces. De toetsing van de rechtmatigheid van ingezette opsporingsbevoegdheden vindt plaats in het kader van het Belgische strafproces. Ik kan slechts ingaan op activiteiten van de Nederlandse politie en het Nederlandse OM. Over de (wijze van) inzet van informanten doe ik geen mededelingen ten behoeve van de veiligheid van deze personen en derden, waaronder hun familie en omgeving en de betrokken politiemensen, en ten behoeve van de waarborging van de effectiviteit van dit opsporingsmiddel.

Alvorens in te gaan op de vragen van de verschillende fracties bericht ik u dat er door de Nederlandse politie en het OM geen criminele burgerinfiltrant is ingezet. Ik voeg hier aan toe dat de waarnemend griffier van de VKC mij op 12 september 2014 berichtte dat de CDA-fractie haar vragen graag beantwoord ziet voor elke rol (burgerinfiltrant of anderszins) waarin de persoon waarvan in de berichtgeving sprake is, heeft geopereerd.

In het algemeen – los van de onderhavige zaak – kan ik over die verschillende rollen opmerken dat infiltratie dient te worden onderscheiden van het inwinnen van criminele inlichtingen door de Criminele Inlichtingen Eenheden (CIE’s) van de politie met behulp van een burger-informant. Hierbij gaat het uiteraard om personen die zich bevinden in of dichtbij het criminele milieu. De CIE spreekt personen voor het inwinnen van inlichtingen veelal in de voorfase van strafrechtelijke onderzoeken. Deze inlichtingen kunnen dienen als zogenaamde sturingsinformatie voor strafrechtelijke onderzoeken.

Infiltratie is een bijzondere opsporingsbevoegdheid. Infiltratie is het deelnemen of medewerking verlenen aan een groep van personen waarbinnen naar redelijkerwijs kan worden vermoed misdrijven worden beraamd of gepleegd (artikel 126h en 126p Wetboek van Strafvordering). Bijzondere opsporingsbevoegdheden worden ingezet in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar ernstige, al dan niet in georganiseerd verband gepleegde, misdrijven. Bijzondere opsporingsbevoegdheden worden in de regel toegepast door opsporingsambtenaren maar in bepaalde gevallen is bijstand aan de opsporing door burgers toegestaan (zie titel VA van het eerste boek van het Wetboek van Strafvordering).

Vraag 1 VVD-fractie

Is het juist dat u niet verantwoordelijk bent voor de activiteiten die plaatsvinden in België?

Antwoord

Ja.

Vraag 2 VVD-fractie

Is deze zaak onder de rechter is en kunt u om die reden geen inhoudelijke mededelingen doen?

Antwoord

Zoals ik u hiervoor heb aangeven, is de zaak thans onder de Belgische strafrechter. De toetsing van ingezette opsporingsbevoegdheden vindt dan ook plaats in het kader van de behandeling van de Belgische strafzaak. Hierover doe ik derhalve geen uitspraken.

Vragen van de PvdA- en de SP-fractie, eerste en tweede gedachtestreepje

Klopt de berichtgeving in de uitzending? Zo nee, wat klopt niet? Zo ja:

  • Op welke wijze is Nederland bij deze zaak betrokken?

  • Is hierbij altijd gehandeld naar de Nederlandse wet- en regelgeving, waar onder de motie-Kalsbeek (Kamerstuk 25 403, nr. 33)?

Vraag 1 CDA-fractie

Klopt het dat het OM of het Nederlandse politiekorps of het Ministerie van (Veiligheid en) Justitie op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de inzet van een in een Nederlands dan wel Belgisch opsporingsonderzoek waarover de uitzending bericht?

Vraag 3 CDA-fractie

Zo ja, in welke periode was dit en hoe verhoudt deze betrokkenheid zich tot de aangenomen motie-Kalsbeek over het verbod op de criminele burgerinfiltrant?

Vraag 3 D66-fractie

Op welke wijze zijn de Nederlandse politie en het OM bij deze zaak betrokken?

Antwoord

In België loopt een strafrechtelijk onderzoek naar cocaïnesmokkel. In het kader van dit onderzoek zijn diverse rechtshulpverzoeken aan het Nederlandse OM gedaan. Deze rechtshulpverzoeken zagen op inzet van, conform de Nederlandse wet- en regelgeving toegestane, reguliere en bijzondere opsporingsbevoegdheden en hadden betrekking op inzet op Nederlands grondgebied. Ze hadden geen betrekking op de inzet van een criminele burgerinfiltrant. De Nederlandse politie en OM zijn derhalve niet betrokken geweest bij een infiltratietraject door een criminele burger. Er is dan ook niet in strijd met het op dat moment geldende bestaande beleid gehandeld, zoals vastgelegd in de motie Kalsbeek.

Vraag 2 CDA-fractie, eerste zin

Zo nee, kunt u garanderen dat sinds de motie-Kalsbeek in 1998 geen gebruik in Nederland is gemaakt van de criminele burgerinfiltrant?

Vraag 3 VVD-fractie

Kunt u wel bevestigen dat het – inmiddels opgeheven – verbod op inzet van de criminele burgerinfiltrant op Nederlandse bodem onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse openbaar ministerie (OM) niet is geschonden?

Antwoord

Zoals uw Kamer bekend heeft de toenmalige Minister van Justitie in 2002/2003 in een internationaal, strafrechtelijk terrorismeonderzoek besloten van het op dat moment geldende bestaande beleid, zoals vastgelegd in de motie Kalsbeek, af te wijken gelet op de ernst en omstandigheden van de zaak waarop het verzoek betrekking had. Hierover is uw Kamer destijds geïnformeerd bij brief van 10 maart 20031. Met uitzondering van deze terrorismezaak, is door Nederland sinds aanvaarding van de motie-Kalsbeek geen criminele burgerinfiltrant ingezet.

Vraag 2 CDA-fractie, tweede zin

Waarom heeft het OM gereageerd op deze uitzending met de verwijzing naar het Belgisch Federale Parket omdat de Belgen volgens een woordvoerder de leiding hadden over de zaak in plaats van aan te geven dat het OM niet hierbij betrokken was?

Antwoord

Het OM heeft terecht verwezen naar het Belgische Federale Parket. Het betreft hier een Belgische strafzaak, die thans onder de Belgische rechter is. De toetsing van ingezette opsporingsbevoegdheden vindt dan ook plaats in het kader van de behandeling van de Belgische strafzaak.

Vraag 22 CDA-fractie

Bent u bereid alle stukken in het strafproces waarover EenVandaag beschikt aan de Kamer doen toekomen?

Vraag 23 CDA-fractie

Bent u bereid alle stukken in het betreffende strafproces op te vragen bij het Belgische Federale Parket, al dan niet door het OM, om de Kamer vertrouwelijk inzage te geven in de werkzaamheden van de criminele burgerinfiltrant?

Antwoord

Neen. Het betreft hier een Belgisch strafdossier in een Belgische strafzaak. Ik beschik daar niet over en kan het reeds hierom niet verstrekken. Ook overigens zie ik geen grondslag om het OM te verzoeken dit dossier bij het Belgische Federale Parket op te vragen.

Vraag 2 ChristenUnie-fractie

Heeft u inmiddels een onderzoek ingesteld? Zo ja, wanneer worden de uitkomsten met de Kamer gedeeld? Zo nee waarom niet?

Antwoord

Ik zie geen aanleiding tot het doen van enig onderzoek.

De vragen 4 tot en met 21 van de CDA-fractie, de vragen van de PvdA- en SP-fractie, derde en vierde gedachtestreepje, de vragen 1 tot en met 6 van de D66-fractie en de vragen 1 en 3 van de ChristenUnie-fractie veronderstellen alle dat door Nederland een criminele burgerinfiltrant is ingezet. Zoals ik hiervoor heb aangegeven is daarvan geen sprake.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Kamerstuk 27 834, nr. 28

Naar boven