29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 1059 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2026

Toegang tot het recht en adequate rechtsbescherming zijn belangrijke thema’s die de kern van onze democratische rechtstaat raken. Het kabinet gelooft dat we alleen door mét elkaar de schouders eronder te zetten wezenlijke stappen vooruit kunnen zetten en het vertrouwen van burgers in de overheid weer kunnen laten toenemen. In het coalitieakkoord staat dat in een rechtsstaat een ieder recht heeft op een eerlijk proces en om daarin te worden bijgestaan door een advocaat. Een belangrijke doelstelling van dit kabinet is dan ook de versterking van de toegang tot het recht en de versterking van de sociale advocatuur en de verlaging van griffierechten als onderdeel daarvan. Vanuit die ambitie zet ik mij als Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in voor de realisatie van deze speerpunten en daarmee voor het toegankelijk maken en houden van het recht voor kwetsbare burgers in Nederland. Ook kijk ik uit naar het definitieve rapport van de kwartiermaker landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische en financiële hulp. Als extra impuls voor de sociale advocatuur op de korte termijn stel ik 5 miljoen euro aan incidentele middelen beschikbaar voor de uitbreiding van de subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten en een innovatiebudget. Dit komt bovenop de door het kabinet gereserveerde structurele middelen voor de versterking van de toegang tot het recht, waarvan de precieze verdeling tijdens Prinsjesdag bekend wordt gemaakt.

In deze brief1 informeer ik uw Kamer over een viertal actuele onderwerpen, te weten:

  • – korte termijnmaatregelen sociale advocatuur.

  • – impactvolle zaken waarvoor geen advocaat kan worden gevonden;

  • – afronding van de werkzaamheden van de kwartiermaker Centraal mediatorsregister;

  • – planevaluatie Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.

Kortetermijnmaatregelen sociale advocatuur

In de brief van 24 april jongstleden is uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur.2 Op dit moment werken we samen met partijen uit het veld hard aan de uitwerking van de daarin aangekondigde maatregelen. De ideeën van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) en de Vereniging Sociaal Advocatuur Nederland (VSAN), zoals verwoord in hun brief van 23 juni jongstleden aan uw Kamer, worden hierin betrokken. Daarnaast maken de dreigende tekorten in bepaalde regio’s en op bepaalde rechtsgebieden dat er op zeer korte termijn actie nodig is. Ik heb daarom binnen de begroting van JenV een bedrag van 5 miljoen euro incidenteel vrijgemaakt om te kunnen investeren in een aantal kortetermijnmaatregelen ter versterking van de sociale advocatuur. Daarnaast zijn er vanuit de opgave toegang tot het recht incidentele middelen beschikbaar voor een subsidieregeling voor student-stagiaires.

Uitbreiding subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten

Met terugwerkende kracht tot 1 mei 2026 is de subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten wederom verlengd waarmee de kosten van de beroepsopleiding advocatuur voor 175 advocaat-stagiairs wordt gedekt. Voor de komende drie jaar zijn de middelen voor jaarlijks 175 plekken beschikbaar binnen het rechtsbijstandsbudget. Daarbovenop zal ik met een deel van de beschikbare incidentele middelen, circa 3,2 miljoen euro, voor de komende drie jaar deze subsidieregeling uitbreiden naar 250 plekken. Gelet op de belangstelling voor de subsidieregeling in de afgelopen jaren, is het de verwachting dat deze extra plekken worden gevuld. Om het dalend aanbod van sociaal advocaten tegen te gaan is het van groot belang om de aanwas van nieuwe advocaten te stimuleren, met name voor rechtsgebieden waar tekorten dreigen. De uitbreiding van de subsidieregeling draagt daaraan bij door de financiële drempel van de beroepsopleiding advocatuur weg te nemen.

Innovatiebudget

De overige incidentele middelen, ongeveer 1,8 miljoen euro, stel ik beschikbaar voor een innovatiebudget. Onder nog nader uit te werken voorwaarden kan een eenmalige bijdrage worden verleend aan initiatieven die bijdragen aan de toekomst van de sociale advocatuur. In het bijzonder initiatieven ter versterking van het aanbod in bepaalde regio’s en op bepaalde rechtsgebieden waar tekorten zijn of dreigen te ontstaan. Ik weet dat er vanuit het veld interessante ideeën zijn, bijvoorbeeld een opleidingskantoor in specifieke regio’s, die een bijdrage kunnen leveren aan de versterking van de sociale advocatuur. Met dit innovatiebudget wil ik een financiële impuls geven om dergelijke initiatieven te ontwikkelen. Het betreft een eenmalige bijdrage en is niet bedoeld als structurele financiering. In de komende periode worden de voorwaarden voor het budget uitgewerkt. Het streven is om dit budget na de zomer 2026 beschikbaar te stellen.

Subsidieregeling student-stagiaires

Tijdens gesprekken van de RvR met onderwijsinstellingen, studenten en de sociale advocatuur kwam zowel de behoefte aan studentstages als aan een vergoeding voor stagebegeleiding naar voren. Daarom maakt de RvR een subsidieregeling voor een vergoeding voor student-stages. Er komen 10 studenten per universiteit in aanmerking voor negen universiteiten met een rechtenfaculteit. Ook sociaal advocaten die hun kantoor openstellen voor een bezoek van een groep studenten komen voor een tegemoetkoming in aanmerking om studenten met het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand kennis te laten maken. Dit sluit aan bij de maatregel voor het organiseren van «kantoorexperiences» uit het visietraject.

De subsidieregeling kan naar verwachting in het najaar van 2026 inwerkingtreden. Voor deze subsidieregeling zijn incidentele middelen beschikbaar vanuit de opgave toegang tot het recht. Het subsidieplafond bedraagt 400.000 euro.

Het Kenniscentrum van de RvR zal de regeling monitoren en evalueren.

Aanpassing inschrijvingsvoorwaarden RvR

Uit het rapport Aanbod in beeld blijkt dat er in verschillende regio’s een laag aanbod is van advocaten op onder andere het terrein van het sociaal zekerheidsrecht, het arbeidsrecht en huurrecht.3 Zoals is aangekondigd in de brief van 24 april jl. heeft de RvR, in overleg met de NOvA, gewerkt aan het aanpassen van de inschrijvingsvoorwaarden zodat voorwaardelijke inschrijving mogelijk wordt voor de rechtsgebieden sociaal zekerheidsrecht, huurrecht en arbeidsrecht. Met een voorwaardelijke inschrijving kunnen advocaten sneller ingeschreven worden voor deze rechtsterreinen en zo eerder zelfstandig toevoegingen aanvragen op deze rechtsterreinen. Daarmee wordt één van de drempels weggenomen voor de instroom van advocaten op deze rechtsterreinen. De aanpassing van de inschrijvingsvoorwaarden wordt in juli 2026 ingevoerd.

Briefadvies samenwerken in het stelsel van rechtsbijstand

Aanleiding

Met deze brief bied ik u het bijgevoegde briefadvies Samenwerken in het stelsel van rechtsbijstandvan 29 mei 2026 van ABDTOPConsult aan (hierna: het Briefadvies). De aanleiding van het advies was de vraag hoe om te gaan met gevallen waarin sprake is van een verdachte, in het bijzonder in een impactvolle zaak, die geen advocaat kan vinden omdat deze zich niet beschikbaar stelt. Daarnaast is ook de bredere problematiek van het (verplichtend) aanwijzen van advocaten door de rechter aanleiding geweest voor de adviesopdracht. Het gaat dan om lasten die de RvR van de rechter ontvangt op grond van toepasselijke artikelen uit het Wetboek van Strafvordering (Sv). In toenemende mate ontvangt de RvR zogenaamde «open lasten» die onvolledige informatie bevatten, bijvoorbeeld zonder naam van de advocaat. Daarom heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid, samen met de RvR, ABDTOPConsult de opdracht gegeven om een advies uit te brengen.

Geconstateerde problemen en aanbevelingen

Het advies constateert twee hoofdproblemen:

  • 1. er ontbreekt een eenduidige en sluitende werkwijze voor zowel impactvolle als reguliere zaken waarin een verdachte tijdens het strafproces geen advocaat heeft en waarbij de rechter een advocaat noodzakelijk acht; en

  • 2. de terminologie in artikel 40 Sv is verwarrend als gevolg van een als technisch bedoelde harmonisatiewijziging in 2017, die onbedoeld ruimte heeft gecreëerd voor de interpretatie dat de RvR bevoegd zou zijn advocaten buiten de piketregeling (verplichtend) aan te wijzen.

Het Briefadvies doet verschillende aanbevelingen met betrekking tot het functioneren van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.

Twee van de aanbevelingen zien op de samenwerking tussen partijen in het stelsel van rechtsbijstand:

  • – geadviseerd wordt om een gezamenlijk draaiboek voor impactvolle verdachten en/of zaken vast te stellen, waarbij het Ministerie van Justitie en Veiligheid een faciliterende stelselverantwoordelijkheidsrol vervult;

  • – het advies beveelt aan om een gezamenlijke werkwijze af te stemmen tussen dekens, gerechten en de RvR voor reguliere «open lasten».

Ook wordt aanbevolen om, na het doorlopen van het beleidskompas, door middel van wetgeving de onduidelijkheid rondom de terminologie in artikel 40 Sv weg te nemen en hiermee de leemte in de wetgeving te vullen waar het gaat om het (verplicht) aanwijzen van een advocaat.

Tot slot vraagt het Briefadvies om commitment van de betrokken partijen. Volgens het advies beoogt het stelsel van rechtsbijstand geen resultaatsverplichting, maar wel een inspanningsverplichting van partijen om het maximale te doen.

Vervolg

Ik ben ABDTOPConsult zeer erkentelijk voor het advies. Ik neem de aanbevelingen dan ook ter harte en geef prioriteit aan de opvolging daarvan. Inmiddels hebben de betrokken partijen op 23 juni 2026 gezamenlijk het «Draaiboek impactvolle verdachten en/of zaken» vastgesteld. Het draaiboek dient als interne leidraad voor de verschillende betrokken partijen en beschrijft het proces en de acties zoals weergegeven in de bijlagen van het advies. Het draaiboek biedt een solide basis voor een goede en duurzame samenwerking in de keten. Met het draaiboek in de hand kunnen partijen elkaar vinden wanneer zich in de praktijk een impactvolle zaak en/of verdachte aandient die niet beschikt over toegevoegde rechtsbijstand. Op basis van duidelijke afspraken, die zijn gebaseerd op onderlinge coöperatie en vertrouwen, geeft het draaiboek heldere handvatten die in genoemde impactvolle gevallen tot een werkbare uitkomst moeten leiden. Daarbij geldt dat elke ketenpartner handelt vanuit zijn (toegewezen) rol en verantwoordelijkheid. Afgesproken is dat het draaiboek in ieder geval jaarlijks wordt geëvalueerd. Mijn ministerie neemt als stelselverantwoordelijke een regisserende rol bij het beheer en behoud van het draaiboek. Het ministerie heeft echter geen rol in de rechtsbijstandverlening in een concrete casus en heeft dan ook geen rol bij de toepassing van het draaiboek in een concrete casus. Een helder onderscheid van rollen is van groot belang in het kader van de scheiding der machten.

De aanbeveling over de afgestemde werkwijze tussen RvR, dekens en gerechten wordt in de komende maanden uitgewerkt. Het streven is om begin september tot een afgestemde werkwijze te komen. Mijn ministerie neemt het voortouw om met de voornoemde partijen tot een werkwijze te komen. Het is uiteindelijk aan de partijen zelf om de aanpassingen te maken in hun interne werkwijzen.

Tot slot start mijn ministerie op korte termijn met een beleidstraject met betrekking tot de gegeven adviezen over de aanpassing van wetgeving. Dit gebeurt aan de hand van het Beleidskompas. Tijdens het traject zullen de verschillende beleidsopties in kaart worden gebracht. Het streven is om uiterlijk begin 2027 tot een voorkeursoptie te komen voor het te voeren beleid. De ketenpartijen worden gedurende dit beleidstraject op de hoogte gehouden van en betrokken bij het proces.

Centraal mediatorsregister, afronding werkzaamheden kwartiermaker

De aangenomen motie Ellian/Knops roept op tot het ontwikkelen van een centraal mediatorsregister onder een lichte vorm van publiekrechtelijke regulering.4

Om te onderzoeken hoe tot uitvoering van deze motie kan worden gekomen, is een kwartiermaker aangesteld, bijgestaan door een driekoppige adviescommissie.5

Bij brief van 5 juni jongstleden heeft de kwartiermaker mij, mede namens de leden van de adviescommissie, op de hoogte gebracht van hun overtuiging dat de oprichting van een centraal mediatorsregister op dit moment geen haalbare kaart vormt.

De voorwaarden voor een succesvolle realisatie van een centraal mediatorsregister binnen een bestaande zbo ontbreken op dit moment wegens een vermeend gebrek aan draagvlak binnen het mediationveld.6 Gelet op deze constatering, doet de kwartiermaker de aanbeveling kwaliteitsnormen/ -eisen voor mediators om tot een bestaand register toegelaten te worden – in te vullen, te concretiseren en verder te ontwikkelen. Hiermee beëindigen de kwartiermaker en de leden van de adviescommissie hun werkzaamheden. U treft de brief in bijlage aan.

Het advies met daarin de aanbeveling van de kwartiermaker en zijn adviescommissie vraagt om de nodige urgentie om voortgang te boeken voor de rechtzoekende burger. Het is daarbij tevens van belang om zo spoedig mogelijk tot een wettelijk uniforme kwaliteits-/normenkader te komen voor mediators om toegelaten te worden tot (bestaande) registers waarmee deze registers erkend kunnen worden door een (bestaande) organisatie zoals de RvR. Hiermee wordt tevens gezorgd dat de kwaliteitsnormen / -eisen – en de facto het speelveld – over alle bestaande registers / organisaties gelijk zouden worden geschakeld. Het zou dan ook niet meer uitmaken tot welk register een mediator aansluiting zou zoeken. Dit zou ook toelaten dat de bestaande specialisatie tussen de registers, en binnen eenzelfde register, behouden kan worden.

Hierbij zullen tevens de conclusies van het lopende WODC rapport naar de kwaliteit van mediation, dat naar verwachting binnenkort zal worden opgeleverd, worden betrokken.

Ik ben voornemens om het door de kwartiermaker uitgebrachte advies inclusief de aanbevolen route in de komende periode nader te verkennen in nauw overleg met de betrokken partijen. Daarbij bezie ik tevens op welke wijze ik zo goed mogelijk uitvoering kan geven aan de motie Ellian/Knops. Ik zal uw kamer over de voortgang hiervan tijdig informeren voorafgaand aan het commissiedebat Arbitrage, mediation en herstelrecht van 14 oktober aanstaande.

Planevaluatie Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht

Verder bied ik u hierbij de planevaluatie van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht aan, die per 1 januari 2025 in werking is getreden. Deze wet heeft tot doel het voor partijen eenvoudiger te maken om een juridisch geschil op te lossen. Daartoe versimpelt de wet de mogelijkheden voor partijen om voorafgaand en tijdens de procedure aan informatie en bewijs te komen. Daarnaast verduidelijkt de wet de ruimte die de rechter heeft om met partijen te spreken over de informatie die in de procedure is ingebracht.

De wet bevat een evaluatiebepaling op grond waarvan de wet vijf jaar na de inwerkingtreding wordt geëvalueerd.7

Sira Consulting heeft in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) een «planevaluatie» uitgevoerd voorafgaand aan de wetsevaluatie. In deze planevaluatie zijn de doelen van de wet en de daarvoor ingevoerde wetswijzigingen in kaart gebracht en is geïnventariseerd welke kwalitatieve en kwantitatieve gegevens naar verwachting nodig zijn voor de wetsevaluatie. Aan de hand daarvan worden concrete aanknopingspunten aangereikt voor de monitoring van de wet ten behoeve van de uiteindelijke evaluatie.

Om tot een goede evaluatie van de wet te komen, heb ik de planevaluatie besproken met de Raad voor de rechtspraak (Rvdr), de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en de Koninklijke Beroepsvereniging van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). De Rvdr gaat onderzoeken welke (nieuwe) informatie uit de systemen van de rechtspraak te halen is die nuttig kan zijn voor de latere wetsevaluatie. De NOvA en de KBvG hebben laten weten de monitoring van de nieuwe wet binnen de beroepsgroep uit te zetten.

Tot slot

Ik zie uit naar de gedachtewisseling met uw Kamer over deze en andere onderwerpen die de toegang tot het recht betreffen tijdens het gelijknamige commissiedebat van 1 juli aanstaande. zodat we samen verder kunnen bouwen aan toekomstbestendige rechtsbescherming en toegang tot het recht voor elke rechtzoekende in Nederland.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen

BIJLAGEN

  • – Briefadvies Samenwerken in het stelsel van rechtsbijstand van ABDTOPConsult

  • – Brief kwartiermaker Centraal Mediatorsregister

  • – WODC Planevaluatie Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht


X Noot
1

Bij brief van 11 december 2025 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van alle maatregelen en activiteiten die vallen onder de aanpak tot versterking toegang tot het recht, Kamerstukken II 2025/26, 29 279, nr. 1004.

X Noot
2

Kamerstukken II 2025–2026, 31 753, nr. 315.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 31 753, nr. 314.

X Noot
4

Kamerstukken II 2021/22, 29 279, nr. 724.

X Noot
5

Stcrt. 2025, nr. 5264 (Instellingsbesluit) en Stcrt. 2025, nr. 24714 (verlenging instellingsduur)

X Noot
6

Beoogd zbo: Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD)

X Noot
7

Artikel XIIB van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.

Naar boven