Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juli 2017
Deze brief bevat de zakelijke inhoud van een aanwijzing die ik voornemens ben op grond
van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) aan de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) te geven, inzake het voornemen om voor diagnostiek van zeldzame visuele aandoeningen
(als onderdeel van oogheelkundige zorg) een maximum tarief vast te stellen. Overeenkomstig
artikel 8 van de Wmg ga ik tot het geven van deze aanwijzing niet eerder over dan
nadat dertig dagen zijn verstreken na verzending van deze brief. Ik licht dit voornemen
hieronder nader toe.
Wettelijk Kader
De NZa heeft op grond van de Wmg de exclusieve bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen
vast te stellen voor medisch specialistische zorg. Het vaststellen en wijzigen van
een tariefsoort van het geheel of gedeelte van die zorg valt echter buiten de bevoegdheid
van de NZa. Dat is vanwege mogelijke markteffecten een bevoegdheid van de Minister.
De hoogte van een tarief of maximumtarief voor een prestatie wordt bepaald door de
NZa. Met een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg geeft de Minister aan welke
tariefsoort op de desbetreffende zorg of gedeelte van die zorg van toepassing is.
Aanleiding
In de brief van 13 mei 2014 ben ik ingegaan op de bekostiging van de zorg voor zintuiglijk
gehandicapten in de Zorgverzekeringswet per 1 januari 20151. Met de aanwijzing van 14 juli 2014 heb ik de NZa opdracht gegeven prestaties en
maximumtarieven vast te stellen voor de zintuiglijke gehandicaptenzorg in de Zorgverzekeringswet2. De NZa is voornemens met ingang van 1 januari 2019 een nieuwe prestatiestructuur
voor deze zorg vast te stellen. Momenteel wordt diagnostiek van zeldzame visuele aandoeningen
als onderdeel van visueel gehandicaptenzorg bekostigd.
In de verkenning3 van het Zorginstituut is deze vorm van diagnostiek echter als medisch specialistische
zorg gekwalificeerd. Dit betekent dat deze zorg dan ook als medisch specialistische
zorg bekostigd moet worden. De diagnostiek van zeldzame visuele aandoeningen is geconcentreerd
binnen slechts enkele zorgaanbieders, als Bartiméus en Visio. Dit is zo gegroeid omdat
voor diagnosticeren van zeldzame visuele aandoeningen zeer specifieke kennis en ervaring,
specifieke diagnostische instrumenten of multidisciplinaire diagnostiek nodig is.
Bepaling tariefsoort
De diagnostiek van oogheelkundige aandoeningen is – omdat het medisch specialistische
zorg betreft – nu onderdeel van de oogheelkundige DBC. Deze DBC’s vallen onder het
vrije tariefsegment. De algemene indeling naar segmenten dateert uit 2011 als onderdeel
van de invoering van prestatiebekostiging voor de dbc-systematiek. Diagnostiek van
zeldzame visuele aandoeningen is destijds niet apart benoemd en beoordeeld aan de
hand van de gehanteerde criteria. De nu voorliggende vraag is of de diagnostiek van
zeldzame visuele aandoeningen ook tot dat segment moet blijven behoren. Bij het beantwoorden
van die vraag is getoetst aan twee criteria die ook bij andere adviezen over tarieven
zijn gebruikt4:
-
– Is er voldoende dynamiek tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars zodat er een reëel
en aanvaardbaar tarief afgesproken kan worden?
-
– Is er voldoende transparantie over de wijze waarop de zorg wordt geleverd en in rekening
gebracht aan de verzekerde?
Ik kom tot de conclusie dat er op dit moment onvoldoende dynamiek en transparantie
is om een vrij tarief voor diagnostiek van zeldzame visuele aandoeningen te rechtvaardigen.
Er zijn slechts een zeer beperkt aantal aanbieders dat deze zorg levert. Het is wenselijk
om zodanige prestatie(s) voor diagnostiek van zeldzame visuele aandoeningen vast te
stellen dat onnodige administratieve en financiële lasten worden voorkomen. Dit met
het oog op een voor instellingen werkbare oplossing.
Afsluiting
Gelet op bovenstaande ben ik voornemens een aanwijzing te geven aan de NZa om voor
diagnostiek van zeldzame visuele aandoeningen een maximumtarief vast te stellen. De
bevoegdheid om de prestaties vast te stellen berust bij de NZa.
Ik vertrouw erop u hierbij voldoende geïnformeerd te hebben.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers