Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529248 nr. 281

29 248 Invoering Diagnose Behandeling Combinaties (DBCs)

29 477 Geneesmiddelenbeleid

Nr. 281 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 maart 2015

Hierbij bied ik u de Monitor Fertiliteitshormonen aan1. Deze Monitor is in opdracht van mij door het Nederlands instituut voor onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL) uitgevoerd naar aanleiding van de overheveling van fertiliteitshormonen per 1 januari 2014 van de aanspraak op Farmaceutische Zorg naar de aanspraak op Geneeskundige Zorg (Kamerstuk 29 248, nr. 250). In voornoemde brief heb ik uw Kamer toegezegd dat de effecten van de overheveling voor patiënten in de praktijk gemonitord zullen worden. Met deze brief, en de bijlage, doe ik mijn toezegging gestand.

Onderdeel set maatregelen «alternatief IVF-pakketmaatregel»

De overheveling van de fertiliteitshormonen is een onderdeel van de set aan maatregelen die ik met het veld heb afgesproken en beschreven in de brief aan u, genaamd «besluit alternatieven IVF-pakketmaatregel d.d. 27 juni 2012» (Kamerstuk 33 000-XVI, nr. 188). Deze set aan maatregelen vormt een alternatief voor de maatregel van het terugbrengen van het aantal vergoede IVF-pogingen naar één. Een aantal resultaten uit het onderzoek van het NIVEL is niet direct het gevolg van de overheveling, maar kan mede het resultaat zijn van de afgesproken set van maatregelen als alternatief voor het terugbrengen van het aantal vergoede IVF-pogingen.

Monitor Fertiliteitshormonen

Uitgangspunt van de overheveling is dat de patiënt er geen hinder van mag ondervinden als het gaat om behandeling met, terhandstelling van en beschik-baarheid van fertiliteitshormonen. Het NIVEL heeft daarom een monitor uitgevoerd onder gebruikers van fertiliteitshormonen en hun zorgverleners in Nederlandse ziekenhuizen. De monitor heeft betrekking op de periode tussen 1 januari 2014 en 8 december 2014. De online peiling is ingevuld door:

  • 556 patiënten die zijn geïnformeerd door het ziekenhuis en/of via de website van de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen (Freya);

  • 94 zorgverleners die per email of per brief zijn geïnformeerd via het ziekenhuis;

Daarnaast heeft het NIVEL een wachtkameronderzoek uitgevoerd in de poliklinische apotheek of op de afdeling gynaecologie onder 78 patiënten in zes ziekenhuizen.

Resultaten patiënten en zorgverleners

Patiënten zijn hoofdzakelijk tevreden met de behandeling en de begeleiding die zij krijgen. De gemelde problemen gaan met name over:

  • Reistijd naar de apotheek

    Als gevolg van de overheveling is voor een groot aantal patiënten de apotheek gewijzigd waar men de fertiliteitshormonen ter hand gesteld krijgt. Driekwart van de patiënten meldt dat zij de geneesmiddelen meteen na het consult in het ziekenhuis kunnen ophalen. Een kwart van de deelnemende patiënten geeft aan de duur van de reistijd naar de apotheek in het ziekenhuis te lang te vinden.

  • Samenwerking tussen zorgverleners

    Ruim zeven op de tien patiënten is tevreden met de samenwerking tussen zorgverleners. 10% is niet tevreden en noemt als belangrijkste reden onduidelijke afspraken tussen artsen en de apotheek in/bij het ziekenhuis.

  • Beschikbaarheid van fertiliteitshormonen

    Een enkele patiënt heeft melding gemaakt dat de geneesmiddelen niet voorradig of leverbaar is.

  • Buitenlandproblematiek.

    Een deel van de patiënten (n=40) die meldingen deden, kreeg hun behandeling in het buitenland. Deze patiënten melden vaker problemen wat betreft de terhandstelling en ook wat betreft de vergoeding van fertiliteitshormonen. Zij moeten meer moeite doen om aan hun geneesmiddelen te komen. Ook is het voor hen niet altijd duidelijk wanneer zij wel of niet voor vergoeding in aanmerking komen. Echter, de vraag is of deze problematiek veroorzaakt is door de overheveling. Naar aanleiding van deze melding is door mij actie ondernomen in de eerste helft van 2014, waardoor deze meldingen later in het jaar niet meer voorkwamen. Ik heb uw Kamer hierover op 23 april 2014 geïnformeerd.

Aanbevelingen

Op basis van de resultaten zijn door het NIVEL enkele aanbevelingen gedaan. Per aanbeveling heb ik mijn reactie opgenomen:

  • In een beperkt aantal gevallen zijn fertiliteitshormonen niet leverbaar of op voorraad. Een nadere analyse van de oorzaken hiervoor is nodig om te zorgen dat dit probleem zich niet meer voordoet, onder andere in het belang van patiënten die ver weg wonen.

    Zorgverzekeraars dienen vanuit het oogpunt van de op hen rustende zorgplicht verantwoorde zorg in te kopen bij zorgaanbieders. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt er toezicht op of zorgverzekeraars verantwoorde zorg in voldoende mate inkopen. Indien er nationaal tekorten van een bepaald geneesmiddel ontstaan dan is het aan de zorgverzekeraar(s) om samen met partijen (zorgaanbieders, apothekers en groothandels) naar alternatieve oplossingen te zoeken.

    De beroepsgroepen van ziekenhuisapothekers (NVZA) en van poliklinisch apothekers (NVPF) hebben op 24 september 2014 een aparte bijeenkomst georganiseerd om concrete (verenigingsbrede) verbeterpunten te bespreken. Tijdens deze bijeenkomst is tevens stil gestaan bij een met de patiënt afgestemde vorm van distributie van overgehevelde geneesmiddelen om zo lange reistijden te beperken.

    Ook in het Handboek Overheveling fertiliteitshormonen 2014 is aandacht gevraagd voor het op voorraad hebben van bepaalde geneesmiddelen, zodat onnodig reizen door patiënten wordt voorkomen.

  • Koepelorganisaties moeten hun leden stimuleren te komen tot een samenwerking die bevorderlijk is voor goede farmaceutische zorg. Regelgeving en bekostiging van zorg moet deze samenwerking niet belemmeren. Inmiddels hebben verschillende koepels van zorgverleners al stappen gezet. Deze verdienen in 2015 nader uitgewerkt te worden.

    Uit het rapport meen ik op te maken dat deze aanbeveling met name gaat over het (digitaal) uitwisselen van medicatiegegevens (medicatieoverdracht) tussen zorgverleners en de verbetering daarvan. Tijdens het Bestuurlijk Overleg Farmacie zijn over medicatieoverdracht afspraken gemaakt (Kamerstuk 29 477, nr. 284). Conform de richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de keten uit 2008 zijn partijen de richtlijn aan het herijken, om zodoende werkwijzen met elkaar af te spreken, die uitvoerbaar in de huidige praktijk zijn en de patiëntveiligheid beter borgen.

  • Voor de komende overheveling in 2015 is het bevorderlijk mogelijke buitenlandproblematiek vroegtijdig in het vizier te krijgen. Extra voorlichting vanuit zorgverzekeraars en/of de overheid over mogelijke gevolgen van de overheveling voor een behandeling in het buitenland kan helpen problemen voor te zijn.

    Deze aanbeveling zal ik met zorgverzekeraars bespreken. Tevens zal ik bij eventuele volgende overhevelingen in vroeg stadium met mogelijke buitenlandproblematiek rekening houden.

Evaluatie overhevelingen specialistische geneesmiddelen

In mijn brief over de overheveling 2015 van de «overige oncolytica» (Kamerstuk 29 248 nr. X) heb ik u aangegeven de overhevelingen van afgelopen jaren te willen evalueren. In deze evaluatie van de overhevelingen tot nu toe zullen de patiëntervaringen en de ervaringen van de zorgverleners en zorgverzekeraars in kaart worden gebracht. Daarnaast zullen de geleerde lessen in kaart worden gebracht en zal een start worden gemaakt met het meten van de kwaliteit van zorg. De aanbesteding voor de evaluatie vindt inmiddels plaats. Ik verwacht de resultaten van de evaluatie uiterlijk in het najaar van 2015 aan u te kunnen toesturen. De resultaten uit de Monitor Fertiliteitshormonen worden meegenomen en meegewogen in de evaluatie.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl