29 247 Acute zorg

Nr. 134 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 november 2010

Tijdens het spoeddebat van 16 maart 2010 (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2010–2011, nr. 63, blz. 5552–5564) over Zeeland heeft mijn voorganger u toegezegd met het oog op de kwaliteit van ambulancezorg nader onderzoek te doen naar het tijdelijk verblijf en de rijtijden van ambulanceritten in het zomerseizoen in Walcheren. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is gevraagd deze nadere analyse uit te voeren. Conform de toezegging doe ik u hierbij de resultaten toekomen.1

Het onderzoek van het RIVM geeft antwoord op een viertal vragen met betrekking tot het toeristische seizoen (juli en augustus) in het gebied rond de plaatsen Domburg en Westkapelle in Walcheren (onderzoeksgebied). Het gaat hier om de volgende vragen:

  • 1. Wat is het aantal toeristen dat in de zomerperiode in deze plaatsen verblijft?

  • 2. Leidt dit tot een hogere vraag naar ambulancezorg?

  • 3. Wat is in dit geval het effect op de rijtijden van de spoedeisende ambulancezorg?

  • 4. Wat zijn de ervaringen met de ambulancedienst in Zeeland hieromtrent?

Ad 1:

In het toeristische seizoen verblijven tijdelijk gemiddeld 11 500 extra personen in het onderzoeksgebied. Het werkelijke aantal schommelt tussen de 10 000 en 12 500 personen.

Ad 2:

In 2009 waren er in het onderzoeksgebied in totaal 175 spoedritten (A1- of A2-urgentie) met de ambulance geregistreerd. Dit komt neer op gemiddeld één spoedrit per twee dagen. In het toeristische seizoen loopt dit op naar één spoedrit per dag. Buiten het toeristische seizoen gaat het om iets meer dan één spoedrit per drie dagen. Dit betekent dat de vraag naar spoedritten in het onderzoeksgebied in het toeristische seizoen 2,89 keer groter is dan buiten het toeristische seizoen. De vraag naar spoedritten ligt in het onderzoeksgebied 2,07 keer hoger dan in de provincie Zeeland en 2,44 hoger dan in Nederland als geheel.

Ad 3:

Wat de rijtijden betreft wordt geconcludeerd dat er geen significante verschillen zijn tussen de spoedritten (A1-urgentie) in het toeristische seizoen en de spoedritten buiten het toeristische seizoen. Het onderzoek concludeert voorts dat ondanks de extra ambulancestandplaats in de kop van Walcheren de rijtijd (ruim 10 minuten) van de A1-ritten in het onderzoeksgebied in Walcheren hoger ligt dan in de provincie Zeeland (ongeveer 8 minuten) en Nederland (ongeveer 6 minuten en 45 seconden). Een verklaring hiervoor wordt onder andere gevonden in de spreiding van de ambulancestandplaatsen in de drie gebieden.

Ad 4:

Connexxion Ambulancezorg, de ambulancedienst in Zeeland, ervaart in het toeristische seizoen een grotere zorgvraag. Deze grotere zorgvraag leidt volgens Connexxion tot een verhoogde kans op gelijktijdigheid en hiermee een grotere kans op langere responstijden. Daarnaast ervaart Connexxion meer congestie op de B-wegen tijdens het toeristische seisoen.

Onafhankelijk van het toeristische seizoen constateert Connexxion gedurende het hele jaar een discrepantie tussen vraag en aanbod als gevolg van een toename van besteld vervoer en een verhoogde paraatheidsvraag door de concentratie van Vlissingen naar Goes.

Conclusie

In het toeristische seizoen verblijven er in het onderzoeksgebied vier tot vijf keer zoveel mensen als buiten het toeristische seizoen. Dit leidt tot een verdrievoudiging van de vraag naar ambulancezorg. Het gaat daarbij echter om een gering aantal ritten; buiten het toeristische seizoen is er gemiddeld één keer in de drie dagen een spoedrit. In het toeristische seizoen is dit gemiddeld elke dag één rit. Uit de rittenstatistieken blijkt deze verhoogde vraag geen groot effect te hebben op de gemiddelde rijtijden van de ambulances en op het voorkomen van ritten met een langere rijtijd dan 12 minuten.

Gelet op de uitkomsten van het onderzoek zie ik geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen ter ondersteuning van de ambulancezorg in Walcheren tijdens het toeristische seizoen. Wel vind ik het nodig om met het oog op het Spreidings- en Beschikbaarheidskader van 2008 (S&BIII) nog eens met de veldpartijen goed te kijken naar het aantal ambulances en standplaatsen die nodig zijn om de aanrijdtijden van 15 minuten in 97% van de gevallen te halen.

In het vertrouwen u met bovenstaande voldoende geïnformeerd te hebben.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven