Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929240 nr. 86

29 240 Veiligheid op school

Nr. 86 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 november 2018

Op 9 mei 2018 informeerde ik u over de aanwijzing die ik op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet op het onderwijstoezicht heb gegeven aan de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie).1 In deze aanwijzing verzocht ik de inspectie onderzoek te doen naar de sociale veiligheid op Cheider. Dit verzoek deed ik naar aanleiding van zorgelijke signalen uit de berichtgeving over de veiligheid van de leerlingen. Een deel van deze had te maken met een zedenzaak uit 2012. Hierover heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd in antwoord op vragen van het lid Rudmer Heerema.2

De inspectie heeft haar onderzoek inmiddels afgerond en het onderzoeksrapport is vastgesteld en is vandaag 21 november 2018 gepubliceerd. Hierbij stuur ik u het rapport3 en geef ik in deze brief mijn reactie op de bevindingen. Een afschrift van deze brief gaat naar de Eerste Kamer.

Onderzoek en bevindingen inspectie

Cheider is een uitzonderlijke school. Het is een kleine orthodox-joodse school in Buitenveldert, Amsterdam met 59 leerlingen in het primair onderwijs en 38 leerlingen in het voortgezet onderwijs in het schooljaar 2017/2018. Jongens en meisjes krijgen gescheiden van elkaar les en het onderwijs bestaat uit reguliere («profane») vakken en joodse vakken. Voor Cheider gelden dezelfde regels als voor alle andere scholen. Het verschil is wel dat Cheider als zogenoemde uitzonderingsschool (een school die ondanks dat het aantal leerlingen lager is dan de geldende opheffingsgrens toch bekostiging ontvangt) aanvullende bekostiging ontvangt om met een dergelijk laag leerlingaantal toch onderwijs te kunnen verzorgen.

De conclusie van het inspectieonderzoek is dat het bestuur weliswaar in belangrijke mate voldoet aan de zorgplicht voor de sociale veiligheid, maar – ondanks goede intenties – tekortschiet in de borging ervan. Het beleid vertoont te weinig samenhang, is deels van recente datum en onvoldoende ingebed in de onderwijspraktijk. Verder constateert de inspectie risico’s bij de bestuurlijke inrichting en het bestuurlijk handelen.

Over de zedenzaak in 2012 concludeert de inspectie dat het bestuur niet adequaat heeft gehandeld. Het heeft – ondanks herhaaldelijk aandringen door de inspectie – onnodig lang gewacht met het doen van aangifte. De gebeurtenissen in 2012 zijn wel aanleiding geweest voor meer alertheid binnen de school. Er zijn voor zover de inspectie het kan nagaan sindsdien geen nieuwe signalen bekend rond ernstige aantastingen rond de veiligheid van leerlingen.

De inspectie heeft niet kunnen vaststellen hoe en in hoeverre Cheider invulling geeft aan de kerndoelen seksualiteit en seksuele diversiteit. Het is daardoor niet duidelijk in hoeverre leerlingen weerbaar worden gemaakt tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De inspectie ziet in de randvoorwaarden potentiële risico’s voor de sociale veiligheid. Zo is de financiële situatie van de school precair, ondanks de aanvullende bekostiging die Cheider structureel ontvangt. Cheider staat sinds 2013 onder aangepast financieel toezicht. De inspectie constateert voorts risico’s in de bestuursstructuur en het bestuurlijk handelen. Het gebrek aan transparantie, het ontbreken van voldoende checks and balances in de besturing en het risico van belangenverstrengeling zijn aandachtspunten.

De inspectie heeft onderzocht of en in hoeverre de sociale veiligheid bij Cheider door het bestuur in voldoende mate is geborgd in de huidige situatie en in de toekomst. Op mijn verzoek is ook met oud-leerlingen en (oud-)ouders gesproken en is er gekeken naar het afgelopen decennium. Er hebben zich 42 personen uit binnen- en buitenland gemeld. De inspectie heeft laten weten zich geconcentreerd te hebben op de periode vanaf 2012 en de inbreng van de oud-leerlingen en ouders over deze periode te hebben meegenomen in de beantwoording van de onderzoeksvragen, maar deze niet expliciet te hebben opgenomen in het rapport.

De informatie en meldingen vóór 2012 hadden voornamelijk betrekking op de periode tussen 1998 en 2008. Een deel van deze reacties was positief, maar het merendeel was negatief. De negatieve reacties waren soms ernstig en hadden voornamelijk betrekking op situaties (zowel kortdurend als langdurig) waarbij werd gesproken over fysiek en psychisch geweld van leraren jegens individuele leerlingen, gebrek aan aandacht voor zorgleerlingen en intimidatie van leerlingen en ouders. In een aantal negatieve reacties werd er daarnaast op gewezen dat het bestuur van Cheider destijds geen of te weinig gehoor zou hebben gegeven aan klachten en signalen hierover.

Hoewel het lastig is de signalen van oud-leerlingen te wegen, zeker als ze ver in het verleden liggen, is het wel van belang dat we hier uiterst zorgvuldig mee omgaan. Gisteren ontving ik een brief van een advocaat van een groep (ouders van) (oud-)leerlingen en (oud-)docenten met een aantal kanttekeningen bij het onderzoek onder de oud-leerlingen van de inspectie. Ik heb de inspectie gevraagd hier een reactie op te geven.

Intensief vervolgtoezicht

De inspectie formuleert in haar onderzoeksrapport serieuze risico’s en tekortkomingen. Zij concludeert dat intensief vervolgtoezicht noodzakelijk is en heeft een aantal herstelopdrachten en aanknopingspunten voor verbetering voor het bestuur geformuleerd.

Dit onderzoeksrapport biedt op zichzelf staand op dit moment onvoldoende grond voor het geven van een aanwijzing op grond van artikel 163b van de Wet op het primair onderwijs en artikel 103g van de Wet op het voortgezet onderwijs. Ik vind de zorgen en de risico’s die uit het rapport naar voren komen ernstig. Het bestuur moet de conclusies van de inspectie serieus nemen en meer werk maken van de verbetering van de (voorwaarden voor) de sociale veiligheid op Cheider. Zeker in een kleine en betrekkelijk gesloten gemeenschap is het van het grootste belang dat iedereen in de school zich veilig weet.

Het bestuur heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat het in de afhandeling van de zedenzaak in 2012 juist en overeenkomstig wet- en regelgeving heeft gehandeld. Dit standpunt is herhaald in gesprekken van de inspectie, in communicatie naar ouders en in de zienswijze van het bestuur bij het inspectierapport. Ik deel de conclusie van de inspectie dat deze opstelling afbreuk doet aan het noodzakelijke vertrouwen in het bestuur waar het gaat om het waarborgen van de sociale veiligheid op school. Dit alles vraagt om intensief vervolgtoezicht van de inspectie.

De komende tijd houdt de inspectie vinger aan de pols door gesprekken met het bestuur te voeren en realisatie van het nodige herstel te monitoren. Ik heb de inspectie gevraagd mij over alle ontwikkelingen te informeren. In het voorjaar doet de inspectie een vierjaarlijks bestuursonderzoek bij Cheider. Hierbij zal zij ook nagaan of de vastgestelde tekortkomingen zijn hersteld en wat het bestuur heeft gedaan met de aanknopingspunten voor verbetering. De uitkomsten van dat onderzoek worden voor de zomer van 2019 verwacht. Op basis hiervan bezie ik of verdere interventie noodzakelijk is.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerstuk 29 240, nr. 81.

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1965.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl